Luchtkwaliteit is verbeterd, maar nog altijd sterven jaarlijks minstens 6.500 Vlamingen vroegtijdig door vervuiling

De voorbije jaren is de uitstoot in de lucht van heel wat vervuilende stoffen in Vlaanderen gedaald, en de luchtkwaliteit was in 2019 dan ook beter dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Voor de drie stoffen die het meest schadelijk zijn voor de gezondheid, halen we echter nog steeds de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO niet, wat resulteert in duizenden voortijdige overlijdens. 

De drie stoffen die de gezondheid het meest schaden, zijn fijnstof, stikstofdioxide (NO2) en ozon en Vlaanderen haalt daarvoor nog steeds de advieswaarden van de WHO niet, zo staat in het rapport.

Wat ozon betreft is het zelfs zo dat niemand in een regio woont met voldoende lage concentraties, en ook voor fijn stof zijn er te veel dagen waarop de waarden te hoog liggen en als ongezond moeten geklasseerd worden.

Voor stikstofdioxide is het verkeer de grote boosdoener en uit de modellen van de VMM blijkt dat het probleem zich niet beperkt tot de steden, maar dat ook kleine gemeentes te maken krijgen met plaatselijk verhoogde NO2-concentraties door het verkeer.

De impact daarvan op de volksgezondheid is aanzienlijk: jaarlijks overlijden tussen 6.500 en 6.800 mensen vroegtijdig aan de gevolgen van deze drie vervuilende stoffen.

Zo’n 4.800 van de vroegtijdige overlijdens zijn te wijten aan te hoge fijnstofconcentraties, 200 aan te hoge ozonconcentraties en 1.500 tot 1.800 vroegtijdige overlijdens, afhankelijk van de manier van berekenen, komen op rekening van te hoge NO2-concentraties, volgens de VMM. 

Nochtans is de luchtkwaliteit verbeterd en was de lucht die we in 2019 inademden gezonder dan die van zo'n tien jaar geleden.

Zo is er een duidelijke daling van de concentraties van fijnstof, zwaveldioxide en zware metalen. De uitstoot van fijnstof lag in 2018 een derde lager dan in 2000, de uitstoot van zwaveldioxide bedroeg zelfs nog maar een kwart van die in 2000.

De uitstoot van stikstofoxiden was in 2018 bijna de helft van die in 2000, maar toch haalt Vlaanderen nog altijd de Europese grenswaarde per jaar niet. Voor ozon, arseen en cadmium overschrijden de concentraties eveneens de Europese doelstellingen.

Door de dalingen haalt Vlaanderen wel alle Europese emissiedoelstellingen, de doelstellingen voor de beperking van de uitstoot van een aantal stoffen. 

In de landbouw veroorzaakt vooral de uitstoot van ammoniak door de veeteelt problemen.
AP2005

Verschuivingen

De VMM stelt in haar rapport ook een aantal verschuivingen vast: de industrie en de energiesector stoten steeds minder uit terwijl het aandeel van de huishoudens stijgt. 

Doordat de industrie en de energieproducenten filters geplaatst hebben en fossiele brandstoffen met een lager zwavelgehalte verbranden, is er een duidelijke vermindering van de uitstoot van zwaveldioxide, vluchtige organische stoffen en elementair koolstof. De uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en dioxines daalde minder uitgesproken.

Momenteel zijn de industrie en de energiesector, ondanks de vermindering van de uitstoot, nog steeds de belangrijkste bron van zwaveldioxide en daarnaast ook van koolstofmonoxide en de meeste zware metalen.

Het aandeel van de huishoudens in de uitstoot neemt toe en dat komt vooral door het gebruik van de auto en de huisverwarming, vooral met houtkachels.

Onze auto's stoten nu de helft minder fijnstof uit dan in 2000 maar doordat er meer auto's zijn en we met zijn allen meer kilometers afleggen, gaat de winst door de milieuvriendelijkere auto's voor een deel verloren.

Ook stoken we nog vaak met houtkachels die fijnstof, schadelijke dioxines en kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) uitstoten. Een positieve evolutie is wel dat we minder verwarmen met stookolie en steenkool, wat de uitstoot doet dalen. 

De gezinnen zijn momenteel verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van primair fijnstof - fijnstof dat rechtstreeks in de atmosfeer wordt uitgestoten terwijl secundair fijnstof in de atmosfeer ontstaat door chemische reacties met gassen zoals bijvoorbeeld ammoniak en stikstofoxiden - dioxines en PAK's. 

De landbouw ten slotte blijft ook nog steeds een belangrijke bron van uitstoot. Vooral ammoniak uit de veeteelt veroorzaakt verzuring en vermesting - te veel bemesting - en de vorming van fijnstof. 

Tussen 2000 en 2007 is de uitstoot van ammoniak door de sector gedaald maar daarna heeft die daling zich niet voortgezet en is de uitstoot stabiel gebleven. Ammoniak is een stikstofverbinding en omdat de uitstoot van stikstofverbindingen door de andere sectoren wel is blijven dalen, is het aandeel van de landbouw in de stikstofvervuiling gestegen.

Dit artikel is gebaseerd op een persbericht in de nieuwsbrief van de VMM.  

Meest gelezen