Jaarrapport van het Internationaal Energieagentschap: "Groene stroom wordt koning na de coronacrisis"

De coronacrisis heeft de economie wereldwijd zwaar doen bloeden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), de belangrijkste energiedenktank, probeert in zijn jaarrapport perspectieven te bieden voor een uitweg uit de crisis. Groene stroom speelt daarbij een cruciale rol, luidt het. Maar voor niets gaat de zon op.

Grote onzekerheid

De "World Energy Outlook", zo heet het jaarlijks rapport van de IEA over de energievooruitzichten voor de volgende jaren. De toon van het rapport is meestal zelfzeker. Maar door de coronacrisis heeft de economie een behoorlijke knauw gekregen, alsook het vertrouwen in de toekomst. Het Agentschap verwacht dit jaar een serieuze daling van de vraag naar steenkool en olie met zo'n zeven à acht procent. De CO2 uitstoot van de energiesector daalt in gelijke mate. De investeringen van de olie – en gasindustrie lopen terug met achttien procent.

De toekomst voor de olie-en gasindustrie is dus erg onzeker. De overschotten en de druk om de energiemarkt te veranderen maken het er niet gemakkelijker op. In dat klimaat van onzekerheid is er één zekerheid, stelt het IEA: de niet te stuiten opmars van de hernieuwbare energie. In elk voorgesteld scenario is zonne-energie zelfs de nieuwe koning van de elektriciteitsmarkt: solar is king. Hier volgen een paar scenario's die volgens het IEA het meest wenselijk zijn.

Het scenario voor een duurzaam herstel

Het eerste scenario is gebaseerd op een aantal bestaande energieplannen én op een snelle afwikkeling van de coronacrisis, namelijk in 2021.  Dat betekent echter niet dat de economie dan al op kruissnelheid draait. Dat zal pas in 2023 het geval zijn wanneer de vraag naar energie het niveau haalt van voor de crisis. De vraag naar olie zal nog boven de honderd miljoen vaten per dag liggen. De steenkoolsector zal op termijn wereldwijd dalen onder de twintig procent. Maar in ieder geval verwacht het IEA een doorbraak voor hernieuwbare energie op de elektriciteitsmarkt. Tegen 2030 zal energie uit wind, water en zon tachtig procent van de stroomproductie kunnen dekken. Vooral zonne-energie zit in de lift want die is goedkoper geworden dan  gas-of  steenkoolcentrales.

Lees voort onder de kaart. 

satellietbeelden van methaangasontsnappingen in olie- en gasinstallaties, bron: Kayrros analyse van Copernicus waarnemingen

In het zog van de investeringen in hernieuwbare energie zullen technologieën rond waterstof en de  stockage en het hergebruik van CO2 een impuls krijgen. Ook kernenergie zou kunnen meesurfen op de groeiende populariteit van elektriciteit, bijvoorbeeld door kleine, modulaire kernreactoren. Volgens dit scenario is er netto geen uitstoot meer van broeikasgassen tegen 2070. Maar om de temperatuurstijging te beperken tot maximum twee graden Celsius of minder is meer nodig. 

Het scenario van de netto-nuluitstoot tegen 2050

De netto-nuluitstoot (uitstoot die quasi nihil is) tegen 2050 kan alleen bereikt worden door een forse omslag in de volgende jaren. En dit op alle niveaus. Daarvoor moeten beleidsmakers, bedrijven en burgers aan hetzelfde zeel trekken. Nieuwe wetten zijn nodig om de scherpere doelen vast te leggen en om zekerheid te geven aan bedrijven, burgers en investeerders. Tegelijk moet het energie-aanbod gegarandeerd zijn en ook betaalbaar. Indien dat niet het geval is, zal de transitie het vertrouwen en de steun verliezen van de bevolking.

Een netto-nuluitstoot betekent dat wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen in tien jaar tijd met 40 procent omlaag moet. Dat kan door een massale omschakeling naar elektriciteit afkomstig van hernieuwbare energie. Het IEA rekent in dit scenario op 75 procent tegen 2030. Daarvoor is er een flinke investering nodig in een robuust en uitgebreid elektriciteitsnetwerk: goed voor een jaarlijks bedrag van 847 miljard euro. Het wagenpark zou wereldwijd tegen 2030 voor meer dan de helft uit elektrische auto’s moeten bestaan. Vorig jaar zaten  we aan 2,5 procent... Het zijn een paar voorbeelden van hoe snel het allemaal moet gaan. 

Lees voort onder de foto.

een noodzakelijke investering van 847 miljard euro per jaar in het elektriciteitsnetwerk

Met de nuluitstoot tegen 2050 maken we 50 procent kans om de temperatuurstijging te beperken tot anderhalve graad

Thijs Van de Graaf, professor Internationale Energiepolitiek, UGent

Thijs Van de Graaf, professor Internationale Energiepolitiek spreekt van de meest ambitieuze plannen die de IEA ooit heeft voorgesteld: “Politiek ligt het allemaal nog zeer moeilijk. Er zijn heel weinig landen die zich tot nu toe verbonden hebben om tegen 2050 of iets daarna geen CO2 meer uit te stoten. Een netto-nuluitstoot betekent dat de hele wereld, ook Nigeria, Saudi-Arabië, India, Indonesië en die andere groeilanden dat doel moeten bereiken. Voor een goed begrip, met de netto-nuluitstoot tegen 2050 maken we 50 procent kans om de temperatuurstijging te beperken tot anderhalve graad. Als je dat weet, weet je dat we een kruis kunnen maken over die doelstelling.”

“Uit het rapport onthoud ik ook dat de volgende tien jaar cruciaal zijn. Het is een echt make or break decennium. In de verschillende scenario’s van het Agentschap zie je dat de keuzes die we nu maken ons op een heel ander pad kunnen zetten.”

Uit het rapport onthoud ik ook dat de volgende tien jaar cruciaal zijn. Het is een echt make or break decennium. 

Thijs Van de Graaf, professor Internationale Energiepolitiek, UGent

Meest gelezen