Heeft de federale regering echt 838 kabinetsmedewerkers nodig? Of kan het ook zoals in Nederland?

Welgeteld 838 kabinetsmedewerkers moeten de komende jaren vijftien ministers en vijf staatssecretarissen bijstaan. Hebben ze die ook nodig, is de vraag. Want misschien kan het anders? Zoals in Nederland, waar de excellenties worden bijgestaan door ambtenaren. "We hebben veel met elkaar gemeen, maar in politiek opzicht is de grens tussen Noord- en Zuid-Europa die tussen Nederland en Vlaanderen", zegt de Nederlandse politoloog Caspar Van den Berg. 

Je zou kunnen verwachten dat een regering als deze, die aantreedt in volle crisis, de eigen werking zou willen afslanken. Dat is niet echt gebeurd: de regering De Croo stelt 838 kabinetsmedewerkers te werk, of 69 meer dan de 769 waar de regering Michel mee startte. 

Maar de omstandigheden zijn anders. Deze regering telt zeven partijen, tegenover de vier (en bij het einde slechts drie) van de regering Michel. Dat betekent ook 7 vicepremiers, die elk een apart kabinet hebben voor de algemene regeringszaken, bovenop het kabinet voor hun eigen vakgebied. En deze keer is er ook een extra minister en extra staatssecretaris (voor corona).

Toch gemiddeld minder

Zo komt het dat er wel meer kabinetsleden zijn, maar gemiddeld toch minder. Elk kabinet nu heeft er 41,9 in dienst tegenover 42,7 in de regering Michel. De beslissing om dat gemiddelde te verlagen, is gevallen op het kernkabinet, zo laat de omgeving van premier De Croo weten. "Dat is een vermindering met 71 medewerkers tegenover het voorstel dat op tafel lag op basis van de geldende regels, zo'n acht procent minder."

Ter vergelijking: in de Vlaamse regering is er een dalende trend. Op dit moment zijn op de kabinetten van de Vlaamse regering - met haar negen leden - 289 mensen aan het werk, op een toegelaten maximum van 303, of een gemiddelde van 32,1. In 2009, aan het einde van de eerste regering Peeters, waren dat er nog ongeveer 450 en gebeurde er een afslanking.

(Lees verder onder de inzet)

Kabinetsleden zijn vaak mannen

Politoloog en onderzoeker Pieter Moens van de Universiteit Gent probeerde tijdens de vorige regeerperiode de achtergrond van de kabinetsleden in kaart te brengen, en bevroeg de federale én regionale regeringen. Wat blijkt daaruit?

  • Kabinetsleden zijn nog altijd vaker mannen: 58 procent. Zeker bij de topfuncties is dat zo: bij de managers heb je 62 procent mannen en bij de adviseurs 64 procent. Op de communicatie-afdeling is het min of meer in evenwicht (51 procent mannen tegen 49 procent vrouwen) en in de administratieve en ondersteunende functies maken vrouwen met 56 procent de meerderheid uit. Onder De Croo, een regering met meer expliciete aandacht voor gendergelijkheid, kan dat natuurlijk veranderen.
  • De aanwervingen verlopen vaak informeel: 40 procent wordt rechtstreeks gevraagd en 40 procent solliciteerde voor de functie. Slechts 20 procent wordt aangeworven na een gesprek met een jury. 
  • Op de kabinetten werken vooral dertigers en veertigers. Maar bij de topfuncties - de managers - is bijna de helft ouder dan 50.
  • Meer dan de helft van de kabinetsleden zijn vrijwilligers binnen de partij van hun minister. Slechts 1 op de 5 heeft geen partijkaart. Ongeveer een derde van alle kabinetsleden is al meer dan tien jaar politiek medewerker, op een kabinet, een fractie of de partij. 
  • Een derde van alle kabinetsleden heeft meer dan tien jaar ervaring in overheidsdienst. Ongeveer twee derde van wie uit de ambtenarij komt, is gedetacheerd ambtenaar. Slechts een zesde van de kabinetsleden heeft meer dan tien jaar ervaring in de privé. 
  • Ongeveer 66 procent heeft een universitair diploma, bij de adviseurs is dat zelfs 86 procent.

Kost dat veel geld?

De kabinetten kosten heel erg veel geld. Precieze cijfers levert het kabinet-De Croo niet, maar om een idee van de grootteorde te geven: een berekening van VRT NWS leert dat in 2018 de regeringen van ons land - lonen, onkosten, gebouwen - 197,64 miljoen euro kostten. Dat is één jaar, dus voor een legislatuur van vijf jaar is dat bijna een miljard euro. De federale regering, en die was dus kleiner dan nu, kostte toen 86,78 miljoen per jaar.

Lees verder onder de grafiek.

Kan het ook anders?

Niet alle landen hebben dat Belgische - eigenlijk Franse - kabinettensysteem. Nederland bijvoorbeeld laat ambtenaren het beleidswerk doen en de Nederlandse ministers hebben een minimale hofhouding: spin doctors en communicatiemedewekers of mensen die contact houden met partij en parlement.

De beleidsvorming is hier in handen van het ambtelijke apparaat dat op basis van zijn kennis en ervaring advies geeft en geen politiek profiel heeft

Caspar Van den Berg, professor bestuurskunde Rijksuniversiteit Groningen

"Wij kennen niet die traditie van ministeriële kabinetten", zegt Caspar Van den Berg, hoogleraar bestuurskunde aan de rijksuniversiteit van Groningen. "De beleidsvorming is hier in handen van het ambtelijke apparaat dat op basis van zijn kennis en ervaring advies geeft en geen politiek profiel heeft."

Wel is het zo dat de ministers politiek assistenten hebben en de minister-president en zijn vices zelfs twee, met nog een handvol woordvoerders erbovenop. "Maar dat zijn er eerder twintig dan dertig", zegt Van den Berg. 

Beter, of toch niet?

Volgens Pieter Moens, onderzoeker aan de vakgroep Politieke Wetenschappen in Gent, is dat Nederlandse systeem te verkiezen boven het Belgische. "Op onze kabinetten wordt een hoop kennis vergaard, maar die mensen zijn na de legislatuur weer weg. Als je het beleidsvoorbereidende werk door ambtenaren laat doen, is er veel meer continuïteit. Die mensen doen dat 20 of 30 jaar."

Je kunt wel stellen dat het in Nederland niet zo is dat je geld bespaart doordat we geen kabinetten hebben. Het werk moet hier ook gedaan worden, alleen zitten de mensen die het doen niet op een kabinet.

Caspar Van den Berg, professor bestuurskunde Rijksuniversiteit Groningen

En misschien is het ook goedkoper? Nee, niet noodzakelijk. Van den Berg: "De kost ligt bij ons verzonken in het apparaat, dus dat is moeilijk te achterhalen. Maar je kunt wel stellen dat het in Nederland niet zo is dat je geld bespaart doordat we geen kabinetten hebben. Het werk moet hier ook gedaan worden, alleen zitten de mensen die het doen, niet op een kabinet."

Welk systeem beter of slechter is, voor Van den Berg is dat erg relatief. "De vraag is: wat past bij de cultuur en waarden van een land? Het is niet zo dat het vertrouwen van de burgers per se groter is in een systeem met of zonder kabinetten. Het allerbelangrijkst is transparantie. Het moet duidelijk zijn wie wat doet."

Transparantie

En laat die transparantie nu net een probleem zijn in België. Het is niet altijd even makkelijk om uit te vissen wie op een kabinet werkt of wat die daar precies doet. Moens: "We hebben heel weinig inzicht in wat er op de kabinetten gebeurt, terwijl het publiek toch het recht heeft om dat te weten. Maar de kabinetten vallen niet onder de regels van openbaarheid van bestuur."

En zo kan het dat er op de kabinetten mensen zijn ingeschreven die er niet eens werken, die in werkelijkheid voor de partij werken bijvoorbeeld. Moens: "Wat een vorm van verdoken partijfinanciering is." Of dat de kabinetten soms wat op een persoonlijke hofhouding gaan lijken, met chauffeurs, bodes en koks voor de minister. Of dat medewerkers naar de privé en terug switchen, met het risico op belangenvermenging. Regels daarover bestaan niet, al gaat de regering nu wel werk maken van een lobbyregister voor de kabinetten.

Veranderen dan maar?

Verandering is moeilijk: sinds jaar en dag is er vanuit de politiek een groot wantrouwen tegenover de ambtenarij. Dat komt door de traditie van politieke benoemingen: bij ons hebben ambtenaren een kleur en ministers willen doorgaans niet werken met topambtenaren van een andere politieke familie. Hij of zij omringt zich liever met mensen die men zelf heeft uitgekozen. 

Geen enkele minister wil werken met topambtenaren van een andere politieke kleur en omringt zich liever met zelfgekozen mensen

Helemaal anders dan in Nederland dus. Vanuit België bekeken lijkt het haast exotisch, maar politieke benoemingen in de ambtenarij bestaan daar niet, zegt Van den Berg. Of amper. "Van de bovenste lagen, de secretarissen-generaal en de directeurs-generaal is het een publiek geheim waar hun voorkeur ligt. Maar van heel veel topambtenaren weet niemand op wie ze stemmen. Het is zelfs not done om er in je werk een partijpolitiek signatuur op na te houden." 

En dat werkt, zo zegt hij. Het verschil met de Belgische politieke cultuur is groot, denkt Van den Berg: "We hebben veel met elkaar gemeen, maar in politiek opzicht loopt de grens tussen Noord- en Zuid-Europa tussen Nederland en Vlaanderen."

 

Meest gelezen