Human Rights Watch: “Syrië en Rusland vallen bewust burgerdoelwitten aan”

De organisatie Human Rights Watch klaagt in een nieuw rapport militaire aanvallen aan in de Syrische provincie Idlib, uitgevoerd door het Syrische en het Russische leger. Volgens Human Rights Watch zijn die specifiek gericht tegen burgerdoelwitten. Het gaat om aanvallen tegen scholen, gezondheidscentra en woonbuurten waarbij burgers gedood en verwond worden. De organisatie spreekt van oorlogsmisdaden.

Human Rights Watch (HRW) heeft 46 militaire aanvallen gedocumenteerd die uitgevoerd zijn in de provincie Idlib tussen april 2019 en maart 2020. In totaal zijn bij die aanvallen zeker 224 burgers gedood en 561 mensen verwond. Vermoedelijk zijn het er (veel) meer, maar dit is het aantal slachtoffers waarvan HRW bewijzen heeft kunnen vastleggen na getuigenissen van ooggetuigen, familieleden, inwoners, lokale overheden en gezondheids- en reddingswerkers. HRW heeft niet enkel de aanvallen apart onderzocht, maar ook de militaire strategie erachter. “Syrië en Rusland vallen bewust burgerdoelwitten aan”, zo klinkt het, “zodat het voor het Syrische leger gemakkelijker is om de verlaten steden en dorpen te heroveren”.

Bekijk hier de reportage van "Het Journaal" (lees voort onder de video):

Video player inladen...

Idlib, het laatste bolwerk van gewapende oppositiegroepen

Idlib is één van de laatste gebieden in het land die nog gecontroleerd worden door gewapende oppositiegroepen. De opstanden in Syrië tijdens de Arabische Lente van 2011 zijn in het land van president Assad uitgemond in een regelrechte oorlog die aan zeker 400.000 mensen het leven heeft gekost. Miljoenen Syriërs zijn naar het buitenland gevlucht, miljoenen anderen zijn ontheemd in eigen land. Gewapende en jihadistische groepen hebben eerst grote delen van het land veroverd. Maar sinds 2015, toen het Syrische leger de steun kreeg van Rusland en van Iraanse militairen, is het tij gekeerd en zijn grote delen van het land weer heroverd op die groepen.

In april 2019 hebben het Syrische leger en bondgenoot Rusland een groot militair offensief geopend om ook de provincie Idlib weer in te nemen, in het noordwesten van Syrië. Idlib is strategisch belangrijk omdat het grenst aan Turkije en omgeven is door belangrijke verbindingswegen. In de 11 maanden na de start van het offensief van april 2019, is er militair opgetreden zonder enig respect voor het leven van de zowat 3 miljoen burgers in de regio, zegt Human Rights Watch. In maart van dit jaar is een staakt-het-vuren onderhandeld door Rusland en Turkije. Maar sinds de zomer zijn opnieuw militaire aanvallen gemeld. Tijdens het 11 maanden durende offensief heeft het Syrische leger bijna de helft van het grondgebied in en rond Idlib heroverd.

“Militaire strategie tegen burgerdoelwitten”

Het rapport van HRW documenteert 46 aanvallen die rechtstreeks en onrechtstreeks burgerdoelwitten geraakt hebben. Er zijn in de 11 maanden waarover het rapport handelt, nog meer militaire aanvallen geweest. En meer slachtoffers gevallen. Maar de cijfers in dit rapport gaan enkel over de 46 beschreven aanvallen. Die gebeurden zowel op de grond als vanuit de lucht en troffen scholen, huizen, ziekenhuizen en gezondheidscentra en markten. Dat is een schending van het oorlogsrecht, zegt HRW. “Ook in de oorlog zijn er regels”, zegt Jan Kooy van Human Rights Watch in België. “Aanvallen op burgerdoelwitten mogen niet. Maar Syrië en Rusland doen het wel”.

Op de locaties van die 46 aanvallen, zo benadruk HRW, is er geen enkel bewijs gevonden van militaire activiteiten, wapens of strijders van de gewapende oppositiegroepen. Wat wel duidelijk is, is dat er clustermunitie gebruikt is (die verboden is), die na ontploffing tientallen of honderden kleine explosieven lost die later nog meer slachtoffers maken. Ook de veel gebruikte bomvaten, die door helikopters gedropt worden, zijn ingezet om in bevolkt gebied een dodelijk effect te bereiken, zegt het rapport. Door de immense schade die is aangericht, is er nog maar beperkte toegang tot water, onderdak, medische verzorging of onderwijs. Het verbaast dan ook niet dat maar liefst 1.4 miljoen mensen de steden in de provincie Idlib ontvlucht zijn.

Belkis Wille van Human Rights Watch had de leiding over het onderzoek en is auteur van het rapport. Ze spreekt met ons via videolink vanuit het buitenland. “We hebben niet alleen de individuele aanvallen onderzocht, maar ook de strategie die erachter zit. Het is duidelijk dat de aanval op burgerdoelwitten bewust en strategisch gekozen is. Duizenden burgers zijn op de vlucht geslagen. Heel wat dorpen en steden waren bijna volledig verlaten. Dat maakte het voor het Syrische leger gemakkelijker om binnen te trekken en gebied te heroveren zonder dan nog veel strijd te moeten leveren.”

“Verantwoordelijken moeten vervolgd worden”

De aanvallen gebeurden in en rond Ariha, Idlib stad, Jisr al-Shughour, Maarat Misreen en Maarat al-Nu’man. Daar vond op 22 juli 2019 de dodelijkste aanval plaats. Bij een luchtaanval werd eerst een appartementsgebouw van vier verdiepingen geraakt. Later volgde een tweede inslag waarbij twee gebouwen van drie verdiepingen zijn ingestort. Reddingswerkers van de Syrian Civil Defense hebben 24 uur lang gewerkt om slachtoffers van onder het puin te halen. Volgens hen zijn 39 van de 43 bewoners dood teruggevonden. Er waren ook 75 gewonden.  

Voor de 46 aanvallen is niemand in Syrië of Rusland verantwoordelijk gehouden en dat klaagt Human Rights Watch aan. Het rapport noemt dan ook 10 Syrische en Russische officials (zowel overheid als leger) bij naam die mogelijk beslissingen hebben genomen tot deze acties. Ze weten of hadden moeten weten van het misbruik dat aan de gang was, zegt HRW, en hebben geen stappen ondernomen om dat te stoppen of om de verantwoordelijken te straffen.

Getuigen, foto’s, video’s en loggegevens

Voor dit rapport heeft HRW 113 slachtoffers en getuigen geïnterviewd, en ook gezondheids- en reddingswerkers, leerkrachten, lokale overheden en experten op het vlak van het Syrische en Russische leger. HRW heeft tientallen satellietbeelden onderzocht en meer dan 550 foto’s en video’s die genomen zijn op de plekken van de aanvallen, als ook loggegevens van waarnemers die het Syrische en Russische luchtverkeer in de regio monitoren.

Syrië en Rusland zeggen dat het offensief in Idlib een antwoord was op herhaalde aanvallen op hun strijders door de gewapende oppositiegroepen. Ze noemden het een inspanning om ‘’het terrorisme te bestrijden’’. De Syrische en Russische officials ontkennen dat hun operaties een schending zijn van het oorlogsrecht. HRW heeft een lijst met vragen en bevindingen doorgestuurd naar de Syrische en Russische overheden op 17 augustus van dit jaar maar er is geen antwoord gekomen. 

Meest gelezen