Jelle Jansegers

Waarom in dezelfde straat het ene gezin tot 220 euro meer betaalt dan het andere, voor evenveel elektriciteit

De kosten die de gemeenten aanrekenen voor elektriciteit lopen enorm uiteen, zelfs al gebruiken gezinnen evenveel stroom. Dat zegt Test Aankoop op basis van een uitgebreide studie. De elektriciteitsrekening die wij maandelijks in de bus krijgen, bestaat voor ruim twee derde uit kosten die niets met de stroom zelf te maken hebben. Daarbij onder meer de tarieven voor het gebruik van de elektriciteitsnetwerken. Die netwerken worden uitgebaat door de gemeenten via intercommunales. En tussen de intercommunales bestaan er soms opvallende prijsverschillen.

Het weinige goede nieuws in deze coronacrisis is dat de elektriciteitsprijs gedaald is omdat de vraag ernaar erg verminderde. De prijs van elektriciteit ging in ons land in het 2e kwartaal van dit jaar met 16,3 procent naar beneden volgens het prijzenobservatorium.

Maar de prijs van de elektriciteit bedraagt maar een kwart tot een derde van de totale stroomfactuur. Het overige gedeelte bestaat uit "vaste kosten": taksen, heffingen, btw, bijdragen voor sociale tarieven, openbare straatverlichting, ondersteuning van groene stroom én vergoedingen voor het gebruik van de stroomnetwerken (de kabels, zeg maar).  Die midden- en laagspanningsnetwerken zijn eigendom van de gemeenten, die hun stroomnetten beheren via intercommunales. Op die vaste kosten heeft de coronacrisis geen invloed. Uit het onderzoek van Test Aankoop blijkt nu dat er wel erg grote verschillen zijn in de bedragen die de gemeenten doorrekenen voor hun elektriciteitsnetwerken.

De woonplaats bepaalt de netkost

Vlaanderen beschikt over een 10-tal netgebieden die elk hun eigen nettarieven hanteren. Afhankelijk van waar u woont, betaalt u voor eenzelfde verbruik dan ook een verschillende netkost.

Vergelijkbare gezinnen in eenzelfde straat betalen tot de helft meer voor hun netkosten

Dat leidt soms tot absurde situaties waarbij gezinnen in dezelfde straat, maar in een verschillende gemeente, een veel hogere factuur moeten ophoesten. Zo betaalt een gezin in Hooglede (in West-Vlaanderen) jaarlijks 450 euro aan netwerkkosten. Maar even verderop in de straat in buurgemeente Staden betaalt eenzelfde gezin 670 euro.  Dat is 220 euro of bijna 50% meer op jaarbasis, ondanks het feit dat de twee gezinnen exact evenveel stroom verbruiken. Dat grote verschil heeft gewoon te maken met de twee verschillende intercommunales waartoe de buurgemeenten behoren. Staden wordt bediend door Gaselwest. Voor elektriciteit is Gaselwest de duurste intercommunale van ons land. Hooglede zit bij Fluvius West, dat bijna de goedkoopste intercommunale van België is.

De reactie van duurdere gemeenten is veelal dezelfde: we moeten meer kilometers kabels aanleggen omdat we in een landelijk gebied zitten, waar de woningen veel verder uit mekaar liggen. In dichtbevolkte steden is het rendement van de kabels veel groter, omdat je er veel meer woningen kan op aansluiten. Sommige intercommunales wijzen er ook op dat ze veel meer investeringen doen in hun netwerken dan hun collega's. Hun netwerken zijn beter en dus moet de klant er ook meer voor betalen. 

Maar Test Aankoop gaat niet mee in die redenering: ook Wallonië telt nogal wat landelijke netwerken en die zijn meestal goedkoper dan de Vlaamse. En ook in Vlaanderen zijn de verschillen tussen het dure Gaselwest en het goedkope Fluvius West niet te verklaren door de minder dichte bebouwing. Gaselwest bedient onder meer de steden Ieper, Poperinge, Roeselare, Kortrijk en Oudenaarde.  Fluvius West voorziet naast Torhout en Diksmuide vooral kleinere landelijke gemeenten van stroom.

De voorzitter van Gaselwest wees erop dat ook andere elementen, zoals ondersteuning van zonnepanelen een rol spelen. Ook een groter aandeel middenspanningsnetten (voor grotere afnemers) kunnen de prijs naar omhoog stuwen. De intercommunales benadrukken ook dat hun boekhouding en kostenstructuur worden gecontroleerd door onze energieregulator de VREG.  Maar Test Aankoop onderstreept dat te grote kostenverschillen eigenlijk niet meer te rechtvaardigen zijn.

Bekijk hieronder het verslag van "Het Journaal" (en lees voort onder de video):

Video player inladen...

De afnemer bepaalt de netkost

Niet alleen waar je woont, bepaalt hoeveel je betaalt. Ook wel het type afnemer je bent, speelt een rol. Test Aankoop vergeleek in zes netgebieden de verschillen in de net- en andere vaste kosten tussen de gezinnen en grotere (industriële) verbruikers. Daaruit blijkt dat de gezinnen tot 20 maal meer betalen aan netvergoedingen en taksen en heffingen dan grootste verbruikers.

Maar ook middelgrote ondernemingen betalen slechts een schijntje van de kleine verbruikers door de talrijke kortingen en vrijstellingen die ze genieten.

Industriële bedrijven betalen ruim 20 maal minder taksen, heffingen en nettarieven dan gezinnen

Test Aankoop stelt dat de gewone consument te veel moet opdraaien voor de kortingen die aan de bedrijven worden toegekend. De kloof tussen grootverbruikers en gezinnen is te groot geworden, zo stelt de consumentenorganisatie.

Tegelijk moeten alle oneigenlijke kosten (taksen, heffingen, subsidies voor groene stroom) uit de  stroomfactuur. Die zouden beter worden verrekend via gewone belastingen of door heffingen op vervuilende brandstoffen of producten.

Onze stroomfactuur zou alleen nog de prijs van de elektriciteit en het transport ervan via de stroomnetten mogen verrekenen. Die netkosten moeten voor alle gezinnen in ons land gelijk worden getrokken, onafhankelijk van waar die wonen.

Meest gelezen