Ja, België test heel veel, maar de cijfers van verschillende landen zijn eigenlijk niet te vergelijken

"We testen veel meer dan andere landen", zei minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) dinsdag in "Het Journaal". Ook viroloog Marc Van Ranst had het dinsdag in "De afspraak" over de hoeveelheid tests die België afneemt in vergelijking met andere landen: hij zei dat gemiddeld één op drie Belgen is getest. Maar wat klopt daar nu eigenlijk van? Testen we echt zo veel? En wat betekent dat? VRT NWS dook in de cijfers.

De coronacrisis is een datagedreven crisis. Besmettingen, opnames, overlijdens, maar ook het aantal tests - al deze gegevens zijn belangrijke indicatoren in het bijsturen van de nationale aanpak van het virus. 

Maar dat niet alleen. Het zijn ook statistieken die veel mensen gebruiken om "onze" coronaprestaties te vergelijken met andere landen. Doen we het beter of slechter dan Nederland en Frankrijk? En hoe zit het met Zweden, al die tijd een vreemde eend in de bijt?

Die neiging om te vergelijken is hardnekkig, hoewel er veel goede redenen zijn om het niet te doen. In de kwestie van het aantal uitgevoerde tests is dat niet anders.

Aantal tests hangt af van beleid en capaciteit

Laten we om te beginnen uitzoeken hoeveel tests België eigenlijk uitvoert. Die gegevens publiceert Sciensano elke dag op hun statistisch overzicht. Als we kijken naar het aantal dagelijks afgenomen tests vanaf de zomer, dan zien we dat dat behoorlijk is toegenomen. Op 1 juli waren het zo'n 15.000 tests, op 20 oktober waren dat er al ruim 70.000.

Zo'n 70.000 afgenomen tests per dag dus - maar wat zegt dat precies? Hoe komt zo'n getal tot stand? Hoeveel tests per dag afgenomen worden, hangt van twee dingen af: het testbeleid en de testcapaciteit

Wie komt in aanmerking voor een test?

Het testbeleid gaat om de vraag wie precies in aanmerking komen voor een test. Tijdens de eerste golf was dit vanwege de beperkte hoeveelheid tests maar een relatief kleine groep mensen: de zwaarste gevallen. Daardoor was er weinig zicht op wie daarbuiten nog meer besmet waren.

Na de eerste golf kregen in veel landen ook mensen zonder of met weinig symptomen de mogelijkheid zich te laten testen. Dit werd ook belangrijk met het oog op bijvoorbeeld een reis naar het buitenland: sommige landen verplichtten een negatieve testuitslag om toegang te krijgen.

Toch zijn er nog steeds grote onderlinge verschillen tussen landen. Waar Luxemburg een zeer uitgebreid testprogramma heeft, test Nederland niet systematisch alle asymptomatische gevallen. Ook in Zweden, waar de teststrategie is gebaseerd op een voorrangssysteem, worden weinig tot geen mensen zonder symptomen getest.

Bekijk hier het gesprek met Frank Vandenbroucke (SP.A) in "Het Journaal" (en lees voort onder de video):

Video player inladen...

Voorrangssysteem

In ons land was de verhouding tussen geteste mensen met en zonder symptomen 50/50, aldus professor klinische biologie Herman Goossens. In het nieuwe testbeleid zal dit anders zijn: mensen zonder symptomen kunnen niet zomaar meer een test krijgen. 

Voorrang gaat nu naar mensen met symptomen, plotselinge uitbraken en preventieve tests voor mensen in het ziekenhuis of een woonzorgcentrum. Hoogrisicocontacten zonder symptomen krijgen geen test meer en moeten in plaats daarvan tien dagen in quarantaine.

Nog altijd is de kans op een test in sommige Europese landen zo'n dertig keer hoger dan in andere landen.

Testbeleid is dus niet alleen verschillend per land, maar is ook niet statisch: als België wijzigingen kan aanbrengen in het beleid, kunnen andere landen dat ook. Dat heeft ook invloed op de cijfers. 

Hoeveel tests zijn er beschikbaar?

De testcapaciteit, aan de andere kant, gaat om de vraag hoeveel tests er beschikbaar zijn voor mensen. Alle Europese landen hebben na de eerste golf hun capaciteit opgeschaald, maar nog altijd is de kans om een test te krijgen in sommige landen tot wel dertig keer hoger dan in andere landen. Dat blijkt uit een rapport van de Europese Commissie

In Nederland kwamen recent berichten over problemen met de capaciteit. Mensen konden nergens terecht voor een test en moesten vervolgens lang wachten op de uitslag. Vergelijkbare problemen spelen inmiddels ook in ons land, wat de regering ertoe heeft doen besluiten het testbeleid aan te passen. 

Als er niet genoeg tests zijn om iedereen van een test te voorzien, heeft dat ook invloed op "de cijfers". Mensen zonder klachten zullen dan eerder onder de radar blijven, wat ook weer invloed heeft op de zogenoemde positiviteitsratio. Dat is de verhouding tussen het aantal positieve testen en het totaal aantal afgenomen testen. 

In België is die verhouding sterk toegenomen sinds de zomer. In juli was zo'n 1 procent van de testen positief, inmiddels is dat tussen de 15 en 20 procent. Een teken dat, hoewel het aantal tests ook is gestegen, de uitbraak ook sneller om zich heen grijpt. 

Verschillende strategieën bemoeilijken vergelijking

Dan nu de hamvraag. Kunnen we onze cijfers op een goede manier vergelijken met die van andere landen? Het enige zinnige antwoord is: eigenlijk niet. Wie wil vergelijken, moet dat doen op basis van dezelfde uitgangspunten. Als twee landen er totaal verschillende strategieën op nahouden, kunnen we ook geen eerlijke vergelijking doen.

Dat betekent dat als Herman Goossens zegt dat onze 50/50-verhouding van mensen met en zonder symptomen die getest worden, veel is in vergelijking met andere landen, hij daarbij nalaat te vermelden dat die andere landen er vaak een heel ander beleid op nahouden, waardoor sowieso minder mensen zonder symptomen getest worden. 

Uitgevoerde tests versus geteste personen

Er is nog een bijkomende moeilijkheid. België rapporteert het aantal uitgevoerde tests, maar niet alle landen doen dat. Nederland meldt bijvoorbeeld het aantal geteste personen, net als Frankrijk. Luxemburg geeft dan weer wel het aantal uitgevoerde tests, net als Denemarken.

Die cijfers kun je al helemaal niet netjes tegen elkaar afzetten. Als iemand in België drie keer een COVID-test ondergaat, zullen drie tests gemeld worden in de rapportage. In Nederland zou diezelfde persoon maar één keer meegenomen worden in de statistieken. En omdat op geen enkele manier te herleiden is hoeveel personen precies getest zijn in ons land, loopt de vergelijking daar mank. 

Hoogst genoteerde landen rapporteren uitgevoerde tests

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de grafieken niet alsnog gemaakt worden. De website Our World in Data houdt voor zo veel mogelijk landen bij hoeveel tests per 1.000 inwoners worden uitgevoerd. Die tonen ze dan met een voortschrijdend gemiddelde, om de gemiddelde trend te kunnen laten zien - het aantal uitgevoerde tests per dag kan immers nogal verschillen.

Our World in Data is ook niet in staat om op magische wijze alle cijfers gelijk te trekken, en dus moet je deze grafiek lezen met de gedachte in het achterhoofd dat je de cijfers eigenlijk niet goed kunt vergelijken.

De drie landen die bovenaan staan (Luxemburg, Denemarken en, inderdaad, België), rapporteren toevallig ook alle drie het aantal uitgevoerde tests, niet het aantal geteste mensen. Ook de vierde positie, voor het Verenigd Koninkrijk, is voor een land dat het aantal uitgevoerde tests meldt. Pas daaronder komt Frankrijk, het eerste land dat het aantal geteste mensen rapporteert - en Frankrijk is een groot land, met veel inwoners.

Betekent dit dat België, Luxemburg en Denemarken ook echt méér testen dan bijvoorbeeld Frankrijk? Dat is met geen mogelijkheid te zeggen: we kunnen niet achter de gemelde cijfers zien om hoeveel geteste mensen het werkelijk gaat. Omgekeerd kunnen we voor Frankrijk niet weten met hoeveel tests die mensen precies getest zijn.

We weten niet hoeveel mensen getest zijn

Video player inladen...

En dat betekent ook dat als Marc Van Ranst afgelopen dinsdag in "De afspraak" zegt dat "gemiddeld één op de drie Belgen getest is", dat eigenlijk niet klopt. 

Er zijn in totaal iets meer dan 4 miljoen tests uitgevoerd in België, op een bevolking van iets meer dan 11,4 miljoen mensen. Dat is inderdaad ongeveer één test op elke drie inwoners. Maar dat is niet hetzelfde als zeggen dat één op de drie Belgen getest is: daarvoor zouden we moeten weten hoeveel mensen precies getest zijn, en dat weten we nu net niet. 

Kortom: België test inderdaad behoorlijk veel mensen, maar de vergelijkingswaarde van dat getal is laag. Andere landen hebben andere strategieën en een andere testcapaciteit, en rapporteren bovendien hun cijfers niet altijd op dezelfde manier. Daarmee is het eigenlijk niet mogelijk om zinnig te zeggen of België het op testgebied "beter" doet dan andere Europese landen. 

Meest gelezen