Minister Beke na schrijnend Amnesty-rapport over woonzorgcentra: "We moesten naar de oorlog zonder munitie" 

Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) zegt dat er al lessen zijn getrokken uit wat er mis is gegaan in de woonzorgcentra in de eerste coronagolf. Hij reageert daarmee op een scherp rapport van Amnesty International. De mensenrechtenorganisatie zegt daarin dat de fundamentele rechten van de bewoners van woonzorgcentra zijn geschonden. Oppositiepartij Groen pleit voor de oprichting van een ouderenrechtencommissariaat.

Het verhaal is bekend: tijdens de eerste coronagolf was de zorg in de woonzorgcentra niet wat ze had kunnen en misschien ook had moeten zijn, met een groot aantal besmettingen en doden tot gevolg. Amnesty International schreef daar een hard rapport over en vindt dat de rechten van de bewoners geschonden zijn.

Bekijk de reportage en de reactie van Wouter Beke uit "Het Journaal" hier en lees voort onder de video:

Videospeler inladen...

“Een aantal zaken wisten we”, is ook de reactie van Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V), “maar ze blijven natuurlijk wel bijzonder pijnlijk.” Tegelijk wijst de minister erop dat de coronacrisis de samenleving en dus ook de woonzorgcentra heeft overvallen:“In het begin van deze coronacrisis hadden onze woonzorgcentra onvoldoende beschermingsmateriaal, er waren geen of nauwelijks mondmaskers, er was ook geen testcapaciteit. Dus men is naar de oorlog moeten trekken zonder munitie.”

Vandaag zijn we beter voorbereid, er zijn heel veel dingen die we intussen wel weten en doen
Wouter Beke, Vlaams minister van Welzijn (CD&V)

"Vandaag zijn we beter voorbereid", zegt minister Beke: “Dan gaat het over beschermingsmateriaal, over het inzetten van testen, over de kennis om inzake infectieziekten er op de juiste manier mee om te gaan, over cohortering, als we zien dat er potentieel mensen besmet zijn, dan moeten die afzonderlijk genomen worden, dus er zijn heel veel dingen die we intussen wel weten en doen.”

Oppositiepartij Groen liet eerder verstaan dat er voor haar een ouderenrechtencommissariaat moet worden opgericht dat moet toekijken of de rechten van ouderen gewaarborgd worden. Het gaat daarbij niet enkel over de rechten van ouderen in een woonzorgcentrum, maar over alle ouderen, ook op vlak van openbaar vervoer bijvoorbeeld, zegt Rzoska.

Ik weet niet of ik nog minister zou zijn in Beke zijn plaats

Björn Rzoska, fractieleider Groen in het Vlaams Parlement

"We hebben een paar maanden geleden met de coronacommissie een aantal aanbevelingen gedaan over de toestand in de woonzorgcentra", zegt Rzoska. "Maar ik stel vast dat die aanbevelingen op het terrein zelf niet altijd even goed worden nageleefd. Er is bijvoorbeeld nog altijd sprake van kamerisolatie of de afschaffing van het bezoekrecht. Zaken waarvan we hadden gezegd dat die niet meer mochten gebeuren in de tweede golf."  Volgens Rzoska moet daar een politiek antwoord op komen, volgens hem in de vorm van een ouderenrechtencommissariaat. 

Te traag en te laat

Rzoska haalt ook uit naar Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V).  "Beke is politiek verantwoordelijk. Ik hoop dat hij het rapport ter harte neemt en er een politiek antwoord op formuleert", klinkt het. 

Maar daar is Rzoska niet gerust in want ook de onderhandelingen over het loonakkoord voor mensen die in een woonzorgcentrum werken, lopen vertraging op. "Dat zou niet mogen op een moment dat mensen zich uit de naad werken om de tweede golf te kunnen beheersen. Ik heb de indruk dat het bij minister Beke altijd heel traag gaat." 

"Ik heb het al eerder gezegd, mocht ik in zijn plaats gezeten hebben, weet ik niet of ik nog minister zou zijn. Maar dat is niet aan mij, dat is aan hem en zijn partij", klinkt het nog.

Andere keuzes

Ook het Agentschap Zorg en Gezondheid, dat bevoegd is voor de woonzorgcentra in Vlaanderen, reageerde al op het rapport van de mensenrechtenorganisatie. Volgens Joris Moonens, woordvoerder van het agentschap, klopt het dat het een aantal dingen anders had kunnen verlopen. "Achteraf is het altijd zo. Met de kennis van nu had je dingen anders kunnen doen", zegt hij in "De Ochtend" op Radio 1.

De woonzorgcentra kwamen op de tweede plaats

Joris Moonens - Agentschap Zorg en Gezondheid

"Maar we mogen niet vergeten hoe snel en onverwacht die eerste golf heeft toegeslagen. Er waren toen al draaiboeken en instructies, maar er was een structureel tekort aan beschermingsmateriaal en testcapaciteit. Er was - terecht - ook grote aandacht voor de ziekenhuizen, maar de woonzorgcentra kwamen wel op de tweede plaats."

En ja, denkt Moonens, achteraf bekeken waren er misschien andere keuzes mogelijk geweest. "Maar met de middelen die er toen waren, waren de keuzes wel de beste."

Welke lessen zijn daaruit getrokken?

In tegenstelling tot wat Rzoska zegt, zijn er volgens Moonens wel degelijk lessen getrokken uit het verleden, en zijn de woonzorgcentra nu beter in staat om de covid-crisis het hoofd te bieden. 

Nu is er wel voldoende beschermingsmateriaal en testcapaciteit. Nu kunnen de woonzorgcentra ook preventief screenen, en hebben ze daarvoor binnenkort sneltesten ter beschikking. Er zijn ook draaiboeken en noodplannen. Moonens: "De voorbereidingen zijn nu veel steviger genomen."

De voorbereidingen zijn nu veel ernstiger genomen

Joris Moonens, agentschap zorg en gezondheid

Maar uiteindelijk is er maar één structurele oplossing, denkt hij: het aantal besmettingen naar beneden krijgen. "Op het moment dat zo'n virus circuleert, kun je een woonzorgcentrum nooit helemaal afschermen." 

Die daling is overigens aan het gebeuren. Het aantal besmettingen bij het personeel begint te dalen, en die bij de bewoners stabiliseren. 

Beluister hier het gesprek met Joris Moonens in "De ochtend" op Radio 1:

Meest gelezen