De teloorgang van het budgettair fatsoen

In 2014 draaiden de verkiezingen in België nog rond de noodzaak om de ontsporende overheidsrekeningen eindelijk op orde te brengen. Elke partij presenteerde aan de kiezer haar berekende traject hoe en wanneer het begrotings­evenwicht bereikt kon worden. Vandaag lijkt er van die donkerrode cijfers nog amper iemand wakker te liggen. Het is nochtans hoog tijd om financiële gezondheid weer bovenaan de politieke agenda te plaatsen – anders dreigt binnenkort de harde ontnuchtering. 

opinie
Lorenzo Terrière
Doctoraatsstudent in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ex-kabinetsmedewerker bij de N-VA.

Een goede huisvader waakt te allen tijde over het gezinsbudget, zeker als de omstandigheden tegenzitten. Voor de huidige federale regering is financiële behoedzaamheid echter geen prioriteit. Het genderevenwicht heeft de Vivaldi-ploeg gerealiseerd, maar over het begrotingsevenwicht werd niets vernomen. Overheden zitten momenteel in een bedwelmende roes van uitgavendrift. In het recente verleden zou dit nog problemen opleveren met Europa, maar nu passeert het haast geruisloos. Zo nodig roept men het bekende excuus in dat te pas en te onpas wordt gebruikt voor alles wat enigszins fout loopt in onze maatschappij.

Afvallende maskers

Maar als de concurrerende farmaceutische bedrijven versneld met een grootschalig vaccinaanbod op de markt komen, dan vallen in het voorjaar van 2021 de maskers plots weer af. Dan keert de maatschappij terug naar haar vroegere uitzicht en verliest ook de huidige dekmantel van haar pluimen. Mensen kunnen het woord nu al niet meer horen of lezen. De geslagen budgettaire kraters zullen open en bloot zichtbaar worden. Het is dan de taak van wakkere kritische geesten om de bewindvoerders aan te wijzen die hiervoor verantwoordelijk zijn. 

De regering-Wilmès, die van het parlement gedurende een half jaar bijzondere machten kreeg, verzaakte haar cruciale opdracht om dit land te behoeden voor een tweede opsluiting. Wat wij in de zomer nog voor onmogelijk hielden, is nu echter weer van kracht geworden. De maatschappelijke kostprijs daarvan is gigantisch.

We hebben vervolgens nog even moeten wachten op een nieuwe federale regering, maar kregen er dan wel onmiddellijk één van serieus formaat. De twintig regeringsleden en hun kabinetten kosten in totaal een kwart meer dan de besparingsregering-Michel I. Om allerhande redenen is dit een ronduit verkeerd signaal in deze penibele tijden. 

Destructieve overheidslogica

Het is een politieke wetmatigheid dat je onpopulaire maatregelen in het begin van de legislatuur doorvoert. Tegen de volgende verkiezingen zijn de burgers die dan alweer vergeten. Daarom wordt er nu zo snel werk gemaakt van nieuwe fiscaliteit. Als je belastingen onmiddellijk invoert, dan brengen ze ook voor de volledige regeerperiode geld in het laatje.

Na een hertekening van de effectentaks en de geplande introductie van een CO₂-taks werd ook een verhoogde belasting op huurinkomsten toegevoegd aan de werkplank van bevoegd minister van Financiën Vincent van Peteghem (CD&V). Zou de regering-De Croo geleerd hebben uit Trumps’ handelwijze? Door in een hoog tempo nieuwe initiatieven te communiceren krijgt de oppositie haast de tijd niet om op de aangekondigde maatregelen te reageren. De huidige meerderheid verschuift snel de focus, waardoor haar opponenten steeds moeten achtervolgen.

Nochtans kunnen ernstige vraagtekens geplaatst worden bij elk van die nieuwe belastingen. Zo is het begrotingstechnisch not done om de inkomsten uit één belasting toe te wijzen aan één specifieke besteding. Het klinkt natuurlijk verleidelijk om de opbrengsten van de nieuwe effectentaks te reserveren voor de gezondheidszorg, maar daarmee zit je op een hellend vlak. Wie op voorhand de bestemming van inkomende overheidsmiddelen betonneert, die ontneemt de volgende regeringen hun beleidsmarge. Zoiets is weinig democratisch. Je komt bovendien in een destructieve overheidslogica terecht, waar voor elk maatschappelijk probleem een nieuwe belasting de evidente oplossing lijkt.

Minister Van Peteghem is met enige vertraging ook bevoegd geworden voor de gecoördineerde fraudebestrijding. Op het eind van de formatie waren de onderhandelaars namelijk vergeten om deze bevoegdheid toe te wijzen aan een ministerpost. In het regeerakkoord vormt een strengere fraudeaanpak nochtans een speerpunt om de begrotingsrekeningen wat aan te zuiveren. Daarvoor zal de regering dan wel bijkomende BBI-ambtenaren in dienst moeten nemen: gemiddeld zo’n 200 om 100 miljoen euro per jaar extra te innen. De vraag rijst of de nieuwe initiatieven van de minister ook netto iets zullen opleveren?

Controletaak

Wanneer de regering de vinger niet op de budgettaire knip houdt, dan kan de Kamer nog haar controletaak ten volle uitoefenen. Finaal is het namelijk de bevoegdheid van het parlement om de jaarlijkse overheidsrekeningen goed of af te keuren. Dit is een belangrijke stok achter de deur, waarvan de leden van de wetgevende macht vandaag echter geen gebruik maken.

Sterker nog, je hoort ervaren volksvertegenwoordigers klagen dat veel nieuwe collega’s zelfs na een jaar niet de procedures, reglementen en hefbomen kennen waarover zij eigenlijk van rechtswege beschikken. Een recordaantal (58%) van de verkozen Kamerleden zijn volslagen nieuwkomers. Met 44 lentes lag de leeftijd van het gemiddelde federaal parlementslid sinds mensenheugenis ook nooit lager. 

Met liefst zeven partijen in de federale meerderheid is er voor hen ook minder politieke marge om in het parlement vrij te bewegen. Er mogen geen gaten vallen in de veelkleurige ploegopstelling, want daar zou de oppositie gretig in duiken. Het zwaartepunt van de politieke besluitvorming verschuift zo nog meer naar de regeringstafel. Kamerleden Jan Bertels (SP.A) en Jessica Soors (Groen) trokken al hun conclusies en verlieten hun zetel om op een kabinet te gaan werken. 

Grotere appel

Als ook het parlement capituleert, dan neemt de burger maar zelf zijn voorzorgen. Zo stijgt onze spaarquote al een tijdje: mensen beseffen dat de schulden van vandaag de belastingen van morgen zijn. Zij anticiperen daarop door een grotere appel voor de toekomst aan de kant te leggen.

De terechte vrees leeft dat veel van de algemene steunbepalingen niet enkel geld verslinden, maar in toenemende mate ook hun doel missen. Tijdelijke ingrepen hebben in België de hardnekkige neiging om een permanent karakter krijgen. We moeten daarom dringend overgaan tot meer chirurgische maatregelen én beperkende voorwaarden verbinden aan verleende financiële steun. 

Het argument dat schulden gratis zijn, moet ook doorgeprikt worden. Schuldfinanciering is immers een dynamisch gegeven: elk jaar gaat de overheid een lening aan voor een stukje van die aangroeiende berg. Vandaag is het tarief daarop gunstig, maar bij de eerstvolgende renteopstoot zitten we jarenlang vastgeklonken aan onvermijdelijke meerkosten om de toegenomen schuldmassa af te lossen.

Politieke partijen die bereid zijn om van budgettaire spaarzaamheid weer een speerpunt te maken verdienen daarom de electorale steun van de jongere en toekomstige generaties. Maar daarmee win je natuurlijk niet de eerstvolgende verkiezingen … 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen