524 miljard euro in het rood, wie ligt daar wakker van? De Belgische overheidsschuld in perspectief

Sinds maart besmet een virus onze economie. Beleidsmakers worden geconfronteerd met een moeilijke evenwichtsoefening: de economie ondersteunen en tegelijk de overheidsschuld onder controle houden. Door extra uitgaven en minder inkomsten is de overheidsschuld in België nu al opgelopen tot zo’n 524 miljard euro. Een duizelingwekkend bedrag dat intuïtief eigenlijk al lang niet meer te interpreteren is. Moeten we ervan wakker liggen? 

Les 1: groei is belangrijk

Zelfs de mensen met het grootste gat in hun hand weten dat 524 miljard euro in het rood gaan een serieuze uitdaging is. Die schuldenberg is dan ook een opeenstapeling van decennia van begrotingstekorten. De overheidsschuld schommelde rond de 300 miljard euro aan het begin van deze eeuw en nam sinds de bankencrisis gevoelig toe, tot de recordhoogte van vandaag.

Deze cijfers zeggen op zichzelf niet zoveel. Het zijn bedragen waar de gemiddelde sterveling nooit mee geconfronteerd wordt. In een poging om de overheidsschuld in perspectief te plaatsen drukken economen ze meestal uit als een percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Vergelijk het met een bank die wanneer je een huis wilt kopen vraagt naar de totale schuld die je wilt aangaan en naar je inkomen. Op deze manier kan de bank je terugbetalingscapaciteit inschatten. Als we kijken naar de staatschuld als een fractie van het bbp is het verhaal meteen veel rooskleuriger. 

In de plaats van de aanhoudende stijging die we in de vorige grafiek zagen, zien we nu zowaar een daling omdat onze economie groeide (al strooien de banken- en coronacrisis opnieuw roet in het eten). Ook hebben we momenteel nog wat marge vooraleer we aan een schuld van boven 130% van het bbp zitten, zoals in de jaren 90.

Dit brengt ons bij de eerste les: zolang de economie sneller groeit dan onze overheidsschuld is er geen probleem. De totale schuld mag dan wel toenemen, onze terugbetalingscapaciteit groeit sneller, waardoor de schuldenberg steeds draaglijker wordt. Dit is een van de redenen waarom economen zo geobsedeerd zijn met economische groei. Groei maakt onze schuld makkelijk te verteren. 

Les 2: we hebben nog meer dan voldoende terugbetalingscapaciteit

Hoewel er vaak gekeken wordt naar de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp is het geen ideale indicator. Om even technisch te worden, de overheidsschuld is wat we een stock variabele noemen. Het is de volledige opeenstapeling van decennia aan tekorten. Ons bbp is geen stock variabele, maar een flow variabele. Het is de totale economische waarde die in 1 jaar gecreëerd wordt. 

Sommige economen pleiten dan ook om de overheidsschuld (een stock variabele) in verhouding te plaatsen tot een andere stock variabele, zoals bijvoorbeeld de totale economische waarde die ons land in de toekomst zal produceren. Vergelijk het opnieuw met een bank die je betalingscapaciteit niet enkel inschat door te kijken naar je inkomen van het afgelopen jaar, maar ook kijkt naar hoeveel je verwacht te verdienen tijdens de hele looptijd van de lening (heb je een vast contract, ga je op pensioen…). 

Als we gemakshalve even aannemen dat onze economie de volgende 30 jaar op het niveau van 2019 blijft, zullen we in totaal meer dan 14000 miljard euro in waarde creëren over deze periode. Onze huidige schuld is daar nog geen 3.7% van. Dit plaatst onze huidige schuld meteen weer in een heel ander perspectief. (Kleine disclaimer, deze oefening is uiteraard een kinderlijke vereenvoudiging ter illustratie. We zouden eigenlijk assumpties moeten maken over de rente, de economische groei, fiscaal beleid etc.)

Dit brengt ons bij les 2: als we onze huidige schuld vergelijken met de toekomstige waarde die ons land zal creëren is er nog zeker geen man over boord. 

Les 3: Met geld lenen verdien je geld

Zoals iedere Belg die wel eens een reclamespotje voorbij hoort komen weet: “geld lenen kost ook geld”! Dit geldt ook voor onze overheid. Naast kijken naar onze totale schuld is het dus ook belangrijk om stil te staan bij hoeveel het ons kost om geld te lenen. Zo had België in 2019 een rentelast van meer dan 9 miljard euro. Dit is veel geld, maar minder dan de helft van de rentelast waarmee we in 1995 te maken hadden. 

Als we de rentelast uitdrukken in een percentage van het bbp is de daling nog frappanter. Eind jaren 90 hadden we nog een rentelast van bijna 9% van ons bbp. Vandaag is dat minder dan 2%. Dit komt doordat de rentes de laatste 30 jaar bijna continu gedaald zijn tot de huidige historische diepte. 

Wat de situatie nog interessanter maakt is dat de rente op Belgische langetermijnobligaties vandaag zelfs negatief is. Dit klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het is vandaag een realiteit. Bij de nieuwe schuld die de overheid aangaat wordt ze betaald om te lenen. De marketinggoeroes moeten hun slogan dringend updaten: “Met geld lenen verdien je ook geld”. De rentelast die we vandaag dragen wordt door een groot deel bepaald door de hogere rentetarieven uit het verleden. Aanhoudende lage rentes zullen er dus ook voor zorgen dat de rentelast nog blijft dalen in de toekomst.

Dit brengt ons bij les 3: de rente is in de menselijke geschiedenis nog nooit zo laag geweest. Sterker nog, ze is negatief. Daarom is het vandaag een prima moment om geld te lenen.

“We got 99 problems, but de Belgische overheidsschuld ain’t one” (yet)”

Conclusie: we moeten nog niet meteen wakker liggen van onze overheidsschuld. Groei blijft zoals altijd wel een aandachtspunt, maar de geslaagde vaccintests zijn positieve signalen. Verder is de rente laag wat het makkelijk maakt om geld te lenen. 

Daarnaast is er ook nog de inflatie die ons te hulp kan schieten. Inflatie is een duwtje in de rug voor wie geld leent, want je moet op het einde van de rit minder terugbetalen in reële termen. De inflatie in Europa is momenteel licht negatief doordat handelaren bijvoorbeeld kortingen aanbieden om toch nog klanten te overtuigen. De Europese Centrale Bank verwacht dat dit een tijdelijk fenomeen is en rekent op een inflatie van 1% volgend jaar.

Toch moeten we natuurlijk ambitieus blijven. Landen als Nederland, Denemarken en Zweden hebben een overheidsschuld die gemiddeld 50 tot 70 procent lager ligt dan de onze. Een wereld van verschil. Om deze landen bij te benen is het belangrijk om in te zetten op investeringen die onze economie sterker maken en zo zichzelf terugbetalen in de plaats van het ondersteunen van consumptie.

Uiteindelijk kunnen we alles mooi samenvatten met wat Jay-Z ooit zei, “We got 99 problems, but de Belgische overheidsschuld ain’t one” (yet). 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen