(c) Copyright 2020, dpa (www.dpa.de). Alle Rechte vorbehalten

Vijf jaar klimaatakkoord van Parijs: kwetsbare landen verdienen beter

Op een nieuwe virtuele klimaattop moet België tonen dat onze regeringen wél aan hetzelfde zeel kunnen trekken. Premier De Croo màg daar van de Verenigde Naties het woord nemen, maar alleen als hij een concreet engagement op tafel legt, schetst Els Hertogen van 11.11.11.

Exact vijf jaar geleden begon de klimaattop in Parijs. Het was het begin van twee weken harde en vaak nachtelijke onderhandelingen die uitmondden in het Akkoord van Parijs. Alle landen engageerden zich om de opwarming van de aarde te beperken tot ver onder 2 °C en liefst maximaal 1,5 °C. 2020 is niet enkel het jaar van de globale pandemie die onze levens compleet ontregelde, maar jammer genoeg ook het jaar van ongeziene bosbranden in de VS, extreme tyfoons in de Filipijnen en overstromingen in Soedan. 

De desastreuze gevolgen van deze fenomenen maken overduidelijk dat die 1,5 °C-doelstelling geen overbodige luxe is, integendeel. Bovendien ondervinden zij die het minst bijdragen aan de klimaatcrisis, er vaak de zwaarste gevolgen van. Het Akkoord van Parijs erkent die onrechtvaardigheid. Zo is een belangrijke afspraak dat de historische vervuilers extra middelen voorzien voor kwetsbare landen, zodat alle landen met gelijke wapens de klimaatstrijd kunnen aangaan. De zogenaamde internationale klimaatfinanciering.

Op de eerste dag van de top in Parijs, ontving ons land de prijs van ‘fossiel van de dag’. Die prijs wordt toegekend aan landen die achterop hinken met hun klimaatbeleid. België kreeg de prijs omdat er na jarenlange onderhandelingen tussen onze regeringen over wie welke klimaatdoelstellingen voor 2020 op zich zou nemen, geen akkoord uit de bus was gekomen. 

De Belgische ministers die toekwamen op de top hadden dus geen engagement op zak. De publieke verontwaardiging hierover was zo groot dat de Belgische ministers in Parijs verder met elkaar onderhandelden tot er tegen het einde van de top toch een politiek akkoord uit de bus kwam. Onderdeel daarvan: België zou 50 miljoen euro per jaar bijdragen aan de internationale klimaatfinanciering, tot en met 2020.

Geen hogere wiskunde nodig: België moet meer doen

België kwam dat engagement wel na, maar het was een te lage belofte en bovendien was het niet écht een extra bijdrage: ons land gebruikte vooral middelen die voorzien waren voor ontwikkelingssamenwerking. Dat budget daalt, dus in de praktijk ging ons land meer uitdagingen aan met minder middelen. 

De vraag is, wat komt er na 2020? Op internationaal niveau is de afspraak duidelijk: vanaf nu moeten de historische vervuilers samen minstens 100 miljard dollar per jaar besteden aan internationale klimaatfinanciering. Vanaf 2025 komt er een nieuw, waarschijnlijk nog hoger, engagement. Het vraagt geen hogere wiskunde om vast te stellen dat 50 miljoen euro in het licht van die internationale belofte ruim onvoldoende is. Het nieuwe Belgische engagement moet drastisch de hoogte in. 

Volgens onze berekening, die zowel de rijkdom als de historische uitstoot van ons land in rekening brengt, zou een rechtvaardige bijdrage 10 maal hoger liggen. Het gaat dan om de bijdrage van de federale regering én de gewesten. Het nieuwe federale regeerakkoord spreekt alvast van een stijging, wat positief is, maar maakt deze stijging niet concreet.

Normaal gezien vond deze maand de internationale klimaattop in Glasgow plaats, waar er naar de Belgische vertegenwoordigers zou worden gekeken voor een nieuw engagement. COVID-19 stak echter een stokje voor die top, maar de nood aan een nieuw engagement is daarmee niet weg. Sterker nog, de coronacrisis zet extreme druk op de economische situatie van heel wat ontwikkelingslanden, die extra kwetsbaar zijn voor de klimaatcrisis. Die blijft even hard toeslaan. Net nu is internationale solidariteit meer dan ooit nodig.

Mis de gouden kans niet

De vraag om ambitie blijft, net als de kans om die aan te kondigen: op 12 december – de vijfde verjaardag van het Akkoord van Parijs - organiseren het Verenigd Koninkrijk en de VN Secretaris-Generaal Antonio Guterres een virtuele, high-level klimaattop. 

Premier De Croo kreeg, net als andere regeringsleiders, de uitnodiging om daar te spreken. Op één belangrijke voorwaarde: wie spreekt, moet een concreet engagement op tafel leggen, of het nu gaat over klimaatdoelstellingen of internationale klimaatfinanciering. Dit is het moment voor premier De Croo om de beloofde duurzaamheid en solidariteit in het federale regeerakkoord om te zetten in actie. 

Maar de premier spreekt voor het hele land. Willen we vermijden dat we als België opnieuw met het schaamrood op de wangen staan, moeten de klimaatministers van de verschillende regeringen nu aan de slag, om nog voor de top van 12 december een politiek akkoord te sluiten over hoeveel ons land vanaf 2021 bijdraagt aan internationale klimaatfinanciering. Wat vijf jaar geleden in urgentie kon, moet ook nu mogelijk zijn. 

De wereld kijkt toe en enkel een drastisch hoger engagement zal volstaan. België kan de reputatie van verdeeld en weinig ambitieus land van zich afgooien en het post-2020 tijdperk ingaan als voortrekker van internationale solidariteit, rechtvaardigheid en klimaatactie. Mis deze gouden kans niet.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen