Ge moet in uw baanvak blijven!

Louis van Dievel beschrijft de kleine en grote gebeurtenissen in de wereld. Vandeweek de confronterende hernieuwde kennismaking met het zwembad van Zoerle-Parwijs.

U moet weten dat ik eigenlijk niet graag zwem. Ik kan het ook niet goed, verder dan een meelijwekkende versie van de hondjesslag heb ik het nooit gebracht. Idem dito voor duiken. Ik heb nooit begrepen hoe andere zwemmers dat doen, zonder angst en met een gestrekt lijf het wateroppervlak doorklieven en quasi moeiteloos méters verder weer bovenkomen. Als dolfijnen. Ikzelf laat mij half opgerold als een krab in het water vallen en kom paniekerig proestend naar boven, blij dat ik het alweer heb overleefd. Om maar te zeggen dat ik mij wel vrijwillig maar niet vol enthousiasme naar het zwembad van Zoerle-Parwijs had begeven. Omdat het opnieuw mocht. En alleen daarom.

Drie hobby’s

Het zit zo. Vóór de coronapandemie had ik drie hobby’s: op café gaan, naar het voetballen gaan en in de kantine van KFC Heultje blijven plakken. In Zoerle zelf hebben wij spijtig genoeg al jaren geen eigen voetbalploeg meer. U weet evengoed als ik dat de beoefening van die volkse hobby’s dit jaar zo goed als onmogelijk is gemaakt door het geheime plan van Bill Gates om de wereld te overheersen. Ik bleef op zaterdagen en zondagen noodgedwongen thuis en werkte daar voornamelijk op de zenuwen van mijn vrouw. Ik heb twee linkerhanden, ik kan niet koken en ik kan de wasmachine niet bedienen, ziet u het plaatje?

Het zal dan ook geen verbazing wekken dat mijn vrouw al vreugdekreten slakend een dansje door het huis deed, toen de coronamaatregelen werden versoepeld. Ze kuste zelfs het hoofd van Frank Vandenbroucke op onze flatscreen.

‘Jipie, ik kan weer gaan shoppen!’ kreet ze. ‘En gij kunt, als ge wilt, een museum bezoeken,’ voegde ze eraan toe in het besef dat ik haar geestdrift voor de winkelbeleving niet deelde.

Ik keek haar meesmuilend aan.

‘Dan ga ik nog liever zwemmen.’ 

Even wennen

Het was van mijn schooltijd geleden dat ik nog een zwembad had bezocht, het was dus even wennen. Mijn onwennigheid viel de badmeesters meteen op, maar in plaats van behulpzaam te zijn, namen ze mij met wantrouwige blikken op. Wat deed een oudere man als ik tussen het bijna blote jonge volkje, als u begrijpt wat ik bedoel. Maar goed, ik kreeg een cabine toegewezen en wurmde mij niet zonder moeite in mijn zwembroek, een trouwcadeau nog. Vervolgens diende ik mij te laten ontsmetten in een neveldouche met 90% bleekwater.

‘Niet in de ogen wrijven!’ waarschuwde het bordje dat ik te laat had gezien.

Nadat mijn temperatuur was gemeten en ik een waterbestendig mondmasker had voorgebonden, wilde ik mij in het ondiepe in het zwembad laten zakken.

Dat was evenwel buiten de waard gerekend, in casu een atletisch gebouwde coronazwembadsteward.

‘Wat zijt ge van plan, grootvader?’ informeerde hij op neerbuigende toon.

‘Zwemmen,’ antwoordde ik kort en naar waarheid.

‘Hier is het voor min-zesjarigen,’ wees de steward mij terecht, ‘ge moet dáár in het water gaan.’ En hij wees op de wipplank waar de ene na de andere zwemmer als een snoek in het diepe dook.

‘Én’, voegde de man eraan toe, ‘ge moet het circulatieplan volgen.’

Ge moet in uw baanvak blijven!

Met knikkende knieën beklom ik de trapladder van de wipplank. Mensenlief dat was hoog. Van mijn plan om een en ander rustig te bekijken, kwam niets in huis. Ik werd in de rug geduwd door ongedurige medezwemmers en voor ik het wist tuimelde ik bepaald onelegant vier meter lager in het chloorwater. Met open mond van ontzetting, bovendien. Boven gekomen wilde ik snel snel naar de kant poedelen, maar dat was andermaal buiten de waard gerekend.

‘Gij daar!’ klonk via een megafoon de vermanende stem van de badmeester, ‘Ge moet in uw baanvak blijven!’

Ik was zonder het te beseffen in de baan van de geoefende zwemmers terechtgekomen. Ze hadden geen compassie met mij. Iedere zwemmer die mij met krachtige slagen passeerde, duwde mij en passant kopje onder. Ik slaagde er alsnog in de overkant te bereiken en wilde uit het zwembad klauteren. Dat voornemen bleek evenwel in strijd met het circulatieplan. Ik diende via een andere baan, met een pijl aangegeven, terug naar mijn startpunt te zwemmen. Andermaal werd ik diverse malen onder water geduwd en kreeg ik venijnige porren in diverse lichaamsstreken.

Ik was rap weer thuis.

En dus sta ik nu met een mondmasker voor in het jenevermuseum in Hasselt. En voel ik mij andermaal bedrogen. Want een borrel drinken aan het eind van het bezoek is er niet bij. Corona, mijnheer!

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen