BVB

Paradox van voorwaardelijke invrijheidstelling: te veel gevangenen willen straf volledig uitzitten

Hoe langer hoe meer gevangenen willen liever niet voorwaardelijk vrijkomen. Ze verkiezen hun straf helemaal uit te zitten om dan geen vervelende voorwaarden meer aan hun been te krijgen. Onder meer daardoor blijven de gevangenissen overvol. Zeker in tijden van corona geen zegen. Een radicale hervorming zou veel vliegen in één klap kunnen slaan. 

opinie
Rudy Van de Voorde
Directeur-generaal Gevangeniswezen

Beluister hier het betoog van Rudy Van de Voorde in "De wereld vandaag" op Radio 1 (en lees zijn opinie onder de audio):

Radio 2

Over de zin en de onzin van de gevangenisstraf doen ontiegelijk veel opinies de ronde. Het is een discussie  tussen believers en non-believers. Sommigen geloven erin en willen meer inzetten op de begeleiding van opgesloten daders van misdrijven. Anderen geloven er niet in en menen dat al genoeg eieren onder de gedetineerden worden gelegd en men vooral zou moeten wakker liggen van de slachtoffers van hun misdrijven. En met dergelijke tegenstellingen kunnen we nog een tijdje doorgaan. 

Maar wat voor- en tegenstanders delen, is de kritiek dat het niet goed gaat met de gevangenisstraf, niet met de geloofwaardigheid en niet met het nut ervan. En het debat over de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft daarin een prominente rol.

In dit debat is voor enige vorm van fact check nauwelijks ruimte. De perceptie dat alle veroordeelden na nauwelijks één derde van hun gevangenisstraf vrij gaan, staat in schril contrast met de realiteit. Steeds meer veroordeelden kiezen er immers voor om hun straf volledig uit te zitten. Het zijn er intussen meer dan zij die nog een voorwaardelijke invrijheidstelling toegekend krijgen.

Deze vaststelling doet de vraag stellen of we niet op zoek moeten gaan naar een andere vorm van bestraffing. Een die zekerheden biedt voor zowel de veroordeelden maar ook de belangen van de slachtoffers en de samenleving dient.

Deel de straf in een deel gevangenis in en een deel verplichte begeleiding

Mijn voorstel is te kiezen voor duidelijkheid en de gevangenisstraf als vrijheidsstraf te herdefiniëren en op te splitsen in twee delen, een deel dat moet uitgezeten worden in de gevangenis, de traditionele gevangenisstraf of vrijheidsberoving dus, en een deel daarbuiten, in de vorm van vrijheidsbeperking met verplichte begeleiding door de justitiehuizen.

Hoe lang beide delen moeten duren, wordt van in het begin bepaald. Een eenvoudig voorbeeld van dit voorstel zou dus kunnen zijn dat iemand veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Van die 10 jaar wordt dan 5 jaar uitgezeten in de gevangenis en 5 jaar uit de gevangenis maar wel met verplichte begeleiding, toezicht en controle. 

Re-integreren gebeurt buiten de gevangenis, niet binnen

In het huidig systeem wordt op een gegeven moment geoordeeld of iemand al dan niet vervroegd in vrijheid kan worden gesteld. Maar de artificiële, geforceerde omgeving die de gevangenis is, levert weinig betrouwbare informatie op over het toekomstig gedrag van de ex-gedetineerde. Mocht het tegendeel waar zijn, de recidivecijfers zouden veel gunstiger moeten zijn.

Zich re-integreren in de samenleving doet men immers niet binnen de gevangenis maar wel buiten, en dus na een verblijf in de gevangenis. Ik stel daarom voor de gevangenisstraf radicaal te hervormen zodat re-integratie en het herstel van toegebrachte schade, echt betekenis krijgt en deel uitmaakt van het DNA van de vrijheidsstraf.

Te veel gevangenen kiezen uit berekening voor "strafeinde"

Laat ons stoppen met het systeem waarin veroordeelden voor zichzelf de rekening maken of het nog wel de moeite loont om zich tijdens hun detentie in te zetten voor een voorwaardelijke vrijlating. In de praktijk stellen we vast dat meer en meer gedetineerden kiezen voor "strafeinde". Ze zitten nog liever hun volledige straf uit om dan volledig (en dus ook ongecontroleerd) vrij te gaan in plaats van vroeger (maar onder voorwaarden) vrij te komen. Het is een evolutie die zorgelijk is. 

Laat ons ophouden met het uitpluizen van het dossier en uitkleden van de veroordeelde op zoek naar het antwoord op de vraag of iemand wel “recht” heeft op een vervroegde invrijheidstelling. Laat ons ook de strafuitvoeringsrechters of –rechtbanken ontlasten met het oordelen of iemand wel “recht” heeft op een vervroegde invrijheidstelling.

Dergelijke benadering vraagt uiteraard de moed om het strafwetboek te hervormen en dus de moed en bereidheid om een verplichte post-penitentiaire begeleiding ook effectief als onderdeel van de vrijheidsstraf te willen erkennen. Maar als men meent dat de gevangenisstraf het ultimum remedium is en als men ervan overtuigd is dat de kans bestaat dat men de gevangenis slechter verlaat dan men ze binnen gekomen is, dan zal men op zoek moeten gaan naar alternatieven. 

Transparanter bestraffingsbeleid

Dit voorstel is niet de zoveelste techniek om de overbevolking te milderen. Integendeel, het voorstel heeft als voordeel dat het bestraffingsbeleid veel transparanter kan gevoerd worden omdat er een duidelijker zicht is op de noodzakelijke gevangenis- én begeleidingscapaciteit. 

Er zal met dit voorstel geen behoefte meer zijn om te blijven morrelen aan de voorlopige hechtenis, vaak een vorm van steekvlampolitiek onder invloed van een of ander maatschappelijk incident. Ook niet voor het zoeken naar nog meer bijkomende alternatieve straffen die, hoe zinvol op zich ook, tot op heden hebben aangetoond vooral tot netwidening te leiden: steeds meer burgers in het justitieapparaat duwen, dan dat ze de gevangenisbevolking werkelijk doen afnemen. Hetzelfde zien we trouwens ook in het buitenland, als dat een troost kan zijn. 

De strafuitvoering zal zich ook niet meer moeten bedienen van achterpoorttechnieken om toch nog enige vat te krijgen op een gevangenisbevolking die zich naar omvang enkel onvoorspelbaar gedraagt. En de rechters zullen in hun uitspraken niet meer moeten anticiperen op de al dan niet uitvoering van haar beslissingen. In dit voorstel is de straf wat ze is.

Ook beter voor de slachtoffers

Het voorstel zal een einde maken aan de perceptie dat straftoemeting en strafuitvoering los van elkaar staan. Het slachtoffer zal zich niet meer moeten geroepen voelen zich over de opportuniteit van een vervroegde invrijheidstelling uit te spreken. Dader en slachtoffer zullen immers perfect voorspelbaar de uitvoering van de straf kennen. 

Meer, het bevragen van de slachtoffers naar slachtoffergerichte voorwaarden zal hen als slachtoffer ook bevestigen en erkennen. En vervolgens kan men dan verder inzetten op een daadwerkelijke zorg voor slachtoffers van misdrijven. Niet een die erin bestaat slachtoffers te begeleiden bij het invrijheidstellingstraject van de (ex)gedetineerde maar een die het slachtoffer erkent in zijn eigen authentieke behoeften, niet voortdurend bezoedeld met de vraag of de dader wel zijn rechtmatige straf aan het uitzitten is.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen