AP2011

Aantal burgerslachtoffers in Afghanistan is fors gestegen sinds 2017

Er zijn in Afghanistan sinds 2017 fors meer burgerslachtoffers gevallen door een toename van het aantal Amerikaanse luchtaanvallen tijdens de ambtsperiode van de Amerikaanse president Donald Trump. Dat blijkt uit een pas gepubliceerde studie van het onafhankelijke Watson-instituut voor internationale relaties van de Brown-universiteit in de Amerikaanse staat Rhode Island.

De Verenigde Staten hebben er in 2017 voor geopteerd om de beperkingen op luchtaanvallen tegen de taliban, die tot dan toe voor de Amerikaanse troepen golden, op te heffen. Dat heeft volgens de onderzoekers geleid tot een enorme toename van het aantal burgerslachtoffers. Tussen 2016 - het laatste jaar van de regering-Obama - en 2019 - het laatste volledige jaar van de Trump-administratie - is het aantal burgers dat om het leven kwam bij luchtaanvallen met 330 procent gestegen, zo staat te lezen in een document op basis van cijfers van de VN-missie in Afghanistan.

Alleen al in 2019 lieten 700 Afghaanse burgers het leven bij bombardementen. Dat is de hoogste jaarlijkse tol sinds de beginjaren 2001 en 2002 van de oorlog in Afghanistan. "De VS heeft de luchtaanvallen opgevoerd, deels omdat ze over minder grondtroepen beschikken maar ook omdat het land vindt dat dit een doeltreffende methode is om de vijand rond de onderhandelingstafel te krijgen", merkten de onderzoekers op.

Sinds de ondertekening van het vredesakkoord tussen de VS en de taliban in februari 2020 heeft het Afghaanse leger de fakkel overgenomen en het aantal luchtaanvallen danig opgevoerd om zo meer druk uit te oefenen op de taliban. Gedurende de eerste zes maanden van het jaar kwamen 86 Afghaanse burgers om en raakten 103 anderen gewond bij bombardementen van het Afghaanse leger. 

Meest gelezen