AFP or licensors

Het is tijd om opnieuw onze grenzen te verleggen voor de mensenrechten

De Dag van de Mensenrechten, op 10 december, is de jaarlijkse herdenking van de dag waarop in 1948 de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aanvaardden. En er is werk aan de winkel, zeggen Johan Vande Lanotte en Yasmina El Kadourri. 

Na de Tweede Wereldoorlog waren we het op het Europese vasteland over één zaak eens: nooit meer oorlog. Om dit te garanderen werd een toen vernieuwend en revolutionair systeem van internationale bescherming van de mensenrechten opgezet, met de creatie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) als absolute summum. De Europese landen, althans de meeste ervan, hebben - vaak met tegenzin - dit nieuw systeem moeten aanvaarden.

Toch staat de bescherming van mensenrechten onder druk. 

Voor jongere generaties is het idee van mensenrechten niet langer evident.

De Voorzitter van het Europees Hof bij de opening van het gerechtelijk jaar 2019 :

“Men and women of my generation had, for a long time, taken the view that once democracy was established it could not be undone. We were sure that democracy was here to stay. But, as some scholars have observed, we are witnessing a phenomenon of social disillusionment, which could lead to democratic deconsolidation. For the younger generations, automatic support for the idea of human rights is no longer a given.”

De praktijk

De praktijk toont aan dat het moeilijker wordt een klacht ontvankelijk verklaard te krijgen. Het aantal arresten waarbij het Mensenrechtenhof vaststelt dat een lidstaat met opzet – en meestal om opposanten (mond)dood te maken – het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens schendt, neemt  exponentieel toe. En ook de uitvoering van de veroordelende arresten verloopt niet zonder slag of stoot.

Maar het probleem anno 2020 is nog groter: ook zware vormen van schending van mensenrechten duiken weer op. Folteringen en ontvoeringen zijn niet langer een herinnering uit een ver verleden. Nieuwe actiemiddelen zijn nodig.

Zware schendingen van de mensenrechten harder aanpakken

Een goed voorbeeld van zo’n nieuw actiemiddel vinden we in de “Magnitsky Act”. Deze wet geeft landen de mogelijkheid om allerhande beperkingen op te leggen aan personen en instellingen verantwoordelijk voor zware schendingen van de mensenrechten (zoals foltering, schending van het recht op leven, slavernij en dwangarbeid). Het gaat bijvoorbeeld om reisbeperkingen, om het bevriezen van hun activa, het verbieden van eigen onderdanen om met deze personen of instellingen handel te drijven of hen leningen te verstrekken,…

Deze wet werd al goedgekeurd in onder andere het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada. Ook de EU keurde deze week een dergelijke regelgeving goed. Dat belet niet dat ook op het niveau van de lidstaten een dergelijk initiatief welkom zou zijn. Er is geen reden waarom België niet een  dergelijke wet zou goedkeuren. Integendeel. Hoe eerder een dergelijke wet ook in België wordt ingevoerd, hoe krachtiger ons beleid inzake mensenrechten kan worden.  

Te strikte voorwaarden voor vervolging

Een ander voorbeeld van zo’n “nieuw” actiemiddel bestaat uit het strafrechtelijk ter verantwoording roepen van hen die misdaden tegen de mensheid – zoals folteringen en gedwongen verdwijningen - begaan. Wanneer het om zo’n misdaad gaat, heeft de internationale wetgever voorzien dat elke Staat bevoegd kan zijn om een dader ter verantwoording te roepen. 

Dat is in principe ook mogelijk als de dader een buitenlander is, die niet in België woont en voor feiten die in het buitenland zijn gepleegd. Dit is het systeem van universele jurisdictie. Maar op vandaag zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van universele jurisdictie dermate strikt dat de wet dode letter blijft. In het verleden heeft de Belgische wetgever een zeer ruime wet over universele jurisdictie goedgekeurd en dat heeft tot veel problemen geleid. Finaal werd de wet in 2003 volledig teruggeschroefd. 

Diplomatiek moeilijk, maar noodzakelijk

We moeten niet terug naar de wetgeving van voor 2003, maar een verruiming van de mogelijkheden is aangewezen. De voorwaarde dat het slachtoffer Belg moet zijn op het ogenblik van de feiten, is een te strikte voorwaarde. Ook mensen die naar ons land gekomen zijn, er asiel kregen, er een hele tijd wonen én de Belgische nationaliteit verworven hebben, maar geen Belg waren op het ogenblik van de feiten, moeten de toepassing van de universele jurisdictie kunnen vragen. En zo folteraars ter verantwoording kunnen roepen. Alleen op die manier zal de gruwel van foltering en verdwijningen ooit stoppen.

Zal het uitbouwen van nieuwe actiemiddelen soms tot diplomatieke moeilijkheden leiden? Vermoedelijk wel. Maar dat moet dan maar. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de West-Europese landen inzake de bescherming van mensenrechten grenzen verlegd. Het is tijd om het opnieuw te doen. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen