Opnieuw lichte stijging: waar vinden de coronabesmettingen plaats? Dit weten we

In Vlaanderen zijn de besmettingscijfers voor het eerst sinds de eerste piek van de tweede golf opnieuw licht gestegen. Waar die besmettingen worden opgelopen, weten we eigenlijk niet zo goed. "De bronopsporing moet beter", zegt biostatisticus Geert Molenberghs (UHasselt/KU Leuven) daarover in "De wereld vandaag" op Radio 1. "Al zien we wel evolutie, het is al gebeterd."

Het aantal besmettingen ligt voorlopig nog op ruim 2.000 per dag, hoewel we onze contacten moeten beperken en ondanks alle andere nog geldende voorzorgsmaatregelen. Meer nog, in Vlaanderen zijn de globale besmettingscijfers voor het eerst sinds de eerste piek van de tweede golf licht gestegen.

In Oost-Vlaanderen en Limburg dalen de besmettingscijfers nog, maar in Antwerpen, Vlaams-Brabant en vooral West-Vlaanderen stijgen ze opnieuw. Opvallend: Brussel laat een daling van bijna 20 procent optekenen, en verschillende Waalse provincies vertonen wél nog steeds een duidelijke afname.

Lees verder onder de grafiek:

Op het Belgische niveau blijven we dus zitten met elke dag ruim 2.000 nieuwe besmettingen. Waar komen die vandaan? Moeilijk te zeggen, want gedetailleerde gegevens over waar de besmettingen precies vandaan komen, hebben we niet. In de buurlanden Nederland en Duitsland wordt dat wel grondig bijgehouden, uitgezocht en gecommuniceerd.

Bij ons stellen de contactopspoorders voor alle duidelijkheid ook de vraag waar mensen denken dat ze besmet zijn geraakt, maar de antwoorden daarop worden voorlopig niet vrijgegeven. Nochtans zou dat het draagvlak voor bestaande of nieuwe maatregelen wel kunnen vergroten.

"De bronopsporing moet beter", zegt Molenberghs op Radio 1. "De mensen vragen dat ook. Zij doen inspanningen, dus moet de overheid dat ook doen. Al zien we natuurlijk wel een evolutie. Het gaat wel al beter en ik heb begrepen dat ze er ook wel nog meer werk van gaan maken."

Beluister hier het gesprek met Geert Molenberghs in "De wereld vandaag" op Radio 1 (en lees voort onder de audio):

Pieter-Jan Vanstockstraeten/Photo News

De eigenlijke contactopsporing gebeurt door de gewesten. De gegevens worden door die gewestelijke contactopspoorders in de databanken van het federale instituut Sciensano ingevoerd. Sciensano bezorgt de gewesten dan de overzichtsrapporten, maar door technische problemen zou niet altijd alle informatie doorstromen.

Van Gucht: "Vooral binnen het gezin"

Viroloog Steven Van Gucht van Sciensano kan zich wel in grote lijnen uitspreken over de besmettingsbronnen. "Zowel uit binnenlandse als buitenlandse gegevens blijkt dat de nieuwe gevallen zich vooral voordoen binnen het gezin", zegt Van Gucht aan VRT NWS. "Die besmettingen komen het gezin binnen door dicht contact met andere familieleden, met vrienden buitenshuis, bij thuisbezoeken of met collega’s op het werk."

Zowel uit binnenlandse als buitenlandse gegevens blijkt dat de nieuwe gevallen zich vooral voordoen binnen het gezin

Viroloog Steven Van Gucht

Vandaar dus de specifieke oproep om zoveel mogelijk te telewerken en de bestaande maatregelen te volgen, want sinds het heropenen van de scholen na de herfstvakantie is het aantal verplaatsingen weer fors toegenomen. "Mensen verplaatsen zich niet alleen voor de school, maar ook voor het werk en sinds kort ook voor de winkels", zegt Van Gucht. "En dat gaat altijd gepaard met een zeker risico. Beperk dus je verplaatsingen tot het absolute minimum."

Lees verder onder de reportage uit "Het journaal":

Videospeler inladen...

Opvallend is ook dat het aantal besmettingen bij de jongste bevolkingsgroepen fel is gestegen: voor kinderen jonger dan 10 jaar gaat het om 33 procent extra, voor de tieners zelfs om 41 procent. Zij maken samen nu 14 procent uit van het totale aantal besmettingen binnen de Belgische bevolking, wat vergelijkbaar is met de cijfers voor twintigers, dertigers of veertigers. 

Het aantal besmettingen is in de afgelopen twee weken toegenomen bij zowel leerlingen als personeelsleden. Alleen in Vlaams-Brabant is de afgelopen twee weken het aantal besmette personeelsleden gedaald. "Het is relatief onder controle", zegt Stefan Grielens van de vrije CLB’s aan VRT NWS.

"De cijfers zijn vergelijkbaar met de laatste twee weken van september", zegt Grielens nog. "We zien dat de algemene cijfers in de samenleving ook niet meer dalen. En ook leerlingen zonder symptomen worden opnieuw getest. Dat is een hele tijd niet het geval geweest."

Lees verder onder de grafiek:

Ondanks de stijgende cijfers zijn scholen volgens Van Gucht niet de motor van de epidemie. Hij wijst erop dat ook buitenlandse studies dat bevestigen. Het virus gaat sneller over van volwassene op volwassene en van volwassene op kind, dan van kind op volwassene. Maar de heropening van de scholen had natuurlijk een zekere impact, geeft hij toe.

De scholen zijn volgens onze gegevens niet de motor van de epidemie

Stefan Grielens van de vrije CLB’s

Hetzelfde moet blijken uit het contactonderzoek dat de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s) uitvoeren. "De grootste groep leerlingen die getest wordt, doet dat na een nauw contact met een besmet persoon thuis", zegt Grielens. Al kan niet worden uitgesloten dat een asymptomatische leerling eerst zelf zijn ouders heeft besmet en pas getest wordt omdat zijn ouders wel symptomen vertonen.

"De scholen zijn volgens onze gegevens niet de motor van de epidemie", zegt Grielens. "Het is omgekeerd: als een virus rondgaat in de samenleving, kan het ook op school terechtkomen."

Meest gelezen