Een reuzenpanda in het Qinlinggebergte die zich flink heeft ingesmeerd met verse paardenmest.
Fuwen Wei

Waarom reuzenpanda's zich insmeren met paardenmest: de panda-paardenmest-paradox eindelijk opgelost

Na een studie die in totaal meer dan 10 jaar geduurd heeft, hebben Chinese wetenschappers een mogelijk antwoord gevonden op de vraag waarom reuzenpanda's in het wild zich geregeld in paardenmest rollen. Het blijkt dat verse paardenmest aromatische stoffen bevat die een koudesensor in de huid zo goed als uitschakelen. Daardoor zijn de panda's minder gevoelig voor koude. Bioloog Dirk Draulans gaf in 'Nieuwe feiten' op Radio 1 meer uitleg over het opmerkelijke fenomeen. 

AFP or licensors

2020 kent dan toch nog een lichtpuntje: de 'panda-paardenmest-paradox' is eindelijk opgelost. 

De meeste zoogdieren mijden de uitwerpselen van andere soorten die immers ziektekiemen en parasieten kunnen bevatten. Chinese onderzoekers waren in 2007 dan ook zeer verrast toen ze zagen hoe een wilde reuzenpanda zich enthousiast in paardenmest aan het rollen was. 

Het team van onderzoekers van de Chinese Academie der Wetenschappen, was in samenwerking met de zoo van Peking onderzoek aan het doen naar reuzenpanda's in het Qinlinggebergte en ze wilden weten of het om een eenmalige gebeurtenis ging of dat dit gedrag vaker voorkwam bij reuzenpanda's.

Ze stelden bewegingscamera's op en het laatste bleek het geval: alleen al tussen juli 2016 en juni 2017 stelden ze 38 gevallen van het gedrag vast. De camera's registreerden ook de temperatuur en het was opvallend dat de panda's veel vaker in paardenmest rolden als het kouder was dan 15 graden en nooit als het warmer was dan 20 graden.  

De panda's volgden steeds ongeveer hetzelfde scenario: eerst roken ze aan de paardenmest, vervolgens wreven ze hun wang er tegen, en daarna gingen ze er flink in rollen, waarbij ze ook met hun poten de paardenmest uitspreidden tot ze van kop tot staart bedekt waren. 

Nu heeft men een verklaring gevonden voor het rollen in de paardenmest, zei Draulans, en men heeft kunnen nagaan hoe het werkt op moleculair niveau, op het niveau van de cellen. Het blijkt dat er in paardenmest twee aromatische stoffen zitten, bèta-caryofylleen en caryofylleenoxide, die allebei een effect hebben op een koudesensor in de huid van de panda's, ze schakelen die bijna volledig uit. Daardoor zijn de panda's minder gevoelig voor koudeprikkels.

Bèta-caryofylleen en caryofylleenxide zijn vluchtige stoffen die snel vervliegen en de panda's hadden dan ook enkel belangstelling voor verse paardenmest, na twee dagen lieten ze de paardenvijgen links liggen. 

De twee stoffen zitten in een aantal planten, caryofylleenoxide is overigens de stof waarmee speurhonden getraind worden om cannabis op te sporen, en ze verhinderen de werking van de proteïne TRPM8, een molecule die ook bij de mens het belangrijkste doorgeefluik is van koudesensaties in de huid. 

Dat heeft het onderzoeksteam vastgesteld dankzij proeven met muizen. Uit die proeven bleek ook dat als men de poten en de huid van de muizen insmeerde met de beide stoffen, de muizen minder gevoelig waren voor koude. 

De paardenmest werkt bij de panda's dus als een soort van 'Vicks-Vaporub' en neemt het koudegevoel weg, maar beschermt niet tegen de koude. 

Intrigerend aan de studie is dat men effectief heeft kunnen aantonen dat panda's in gevangenschap in de zoo van Peking, als ze de keuze kregen uit een bergje stro met die twee stoffen in en een bergje zonder, systematisch kozen voor de hoopjes die verrijkt werden met de stoffen uit de paardenmest, zei Draulans. Het vrouwtje Ginny was zelfs 6 minuten in de weer met het behandelde hooi om zich zoveel mogelijk te bedekken (zie foto hieronder en het begin en einde van de video).

Panda Ginny smeert zich in de zoo van Peking in met behandeld stro.
Zhou et al. PNAS 2020

Paradox

Het gedrag van de panda's is wel degelijk een paradox want panda's zijn dieren die een dikke pels hebben en die verondersteld worden aangepast te zijn aan de koude, ze leven immers in een vrij koud milieu. 

Bovendien gaat een dier zich, zoals gezegd, normaal gezien niet rollen in de mest van een ander dier. Onze honden doen dat, zei Draulans, maar die vormen een van de grote uitzonderingen en men weet nog altijd niet waarom ze dat precies doen. Er wordt gezegd dat ze zich in mest rollen om niet meer als een hond te ruiken, zodat ze, toen ze nog wolf waren en op jacht gingen, makkelijker bij een prooi zouden geraken. Maar als we dan naar wolven gaan kijken, klopt dat eigenlijk niet, zei Draulans. 

Vreemd is ook dat panda's en paarden van nature niet in elkaars leefgebied voorkomen. Dus hoe zijn panda's tot dat gedrag gekomen? Het antwoord daarop is eenvoudig: doorheen de bergen waar het gedrag is waargenomen, loopt al 2.500 jaar een belangrijke handelsroute waar in de loop van de tijd heel wat paarden over getrokken zijn. De panda's hebben dus al duizenden jaren de tijd gekregen om zich dat gedrag eigen te maken, en ook nu is er aan paardenmest nog steeds geen gebrek. Natuurbeheerders en boeren in het gebied gebruiken immers nog altijd werkpaarden om door de bergen te trekken.

Het gaat dus effectief wel om natuurlijk gedrag dat waarschijnlijk heel specifiek is voor deze panda's, zei Draulans. Nu men dat weet, zal men ook eens gaan kijken naar andere dieren die eventueel iets vergelijkbaars zouden kunnen doen. Zo gaat dat in de wetenschap, voegde hij daaraan toe. 

Wat deze studie zo interessant maakt, is dat men uit één waarneming van één panda, die zich ronduit smerig maakte met wat paardenmest in 2007, en dankzij proeven met muizen, uiteindelijk heeft kunnen aantonen wat er precies gebeurt in de huid van de dieren als die met paardenmest in contact komt. En dat men zo de schijnbare paradox op een bepaalde manier wel heeft kunnen oplossen, zei Draulans. 

Aangezien wij in onze huid dezelfde receptoren en signaalproteïnen hebben, blijft nog een laatste vraag over: zou het ook bij mensen werken? Vrijwilligers voor een experiment zouden zich zelfs niet in paardenmest moeten wentelen. Wetenschappers zijn immers perfect in staat bèta-caryofylleen en caryofylleenoxide te isoleren en met die beide stoffen het fenomeen te testen.

De studie van het Chinese onderzoeksteam is gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). 

Bekijk hier een video van panda's, in het wild én in de zoo, die zich insmeren met paardenmest of met behandeld hooi. (Beelden: Zhou et al. in PNAS 2020 via GeoBeats Science)

Meest gelezen