"We roeien met de riemen die we hebben": onderwijsondersteuner KU Leuven antwoordt op vragen bezorgde studenten

Het nieuws dat het hoger onderwijs zeker tot eind februari (en mogelijk langer) in code rood blijft, leidde tot heel wat ontgoochelde reacties en bezorgde open brieven van studenten. In dit opiniestuk wil onderwijsondersteuner aan de KU Leuven Isolde Buysse antwoorden geven op enkele concrete vragen van die studenten.

opinie
Isolde Buysse
Isolde Buysse is onderwijsondersteuner bij de faculteit sociale wetenschappen van de KU Leuven, onderwijssocioloog en programmaverantwoordelijke communicatiewetenschappen.

De afgelopen tijd zag u regelmatig open brieven en opiniestukken van bezorgde studenten in de media verschijnen. Studenten die zich luidop afvragen of we niet inzitten met hun welzijn, die willen weten of we online onderwijs als een gemakkelijke oplossing zien in onzekere tijden, die hopen op – minstens sporadisch – on campus onderwijs in het tweede semester als lichtpuntje na een lange blok- en examenperiode. In menig commentaarvak zien we dat het  ook anderen niet onberoerd laat, we lezen er vaak de woorden ‘waarom’ en ‘met ons belastinggeld’. Allemaal terechte vragen en bekommernissen over de organisatie van het hoger onderwijs in tijden van een pandemie. Vandaag wil ik u graag een antwoord bieden op enkele van die prangende organisatorische ‘waarom’-vragen. 

Ons, de vele ondersteuners in hogescholen en universiteiten, hoorde u wellicht nog niet eerder aan het woord. Ik spreek vandaag uit eigen naam en functie, maar ben ervan overtuigd dat de ervaringen herkenbaar zijn voor de grote groep collega’s die ervoor zorgen dat het hoger onderwijs inhoudelijk en organisatorisch blijft draaien, ongeacht de opleiding, faculteit of instelling waar zij werken. 

"Waarom gaat het hoger onderwijs niet gewoon open zoals we dat wel doen voor het basisonderwijs en het middelbaar?"

In tegenstelling tot het basis- en secundair onderwijs zijn de instellingen voor hoger onderwijs niet wijdverspreid doorheen het hele land maar veelal gegroepeerd in centrumsteden. Zo pendelen heel wat van onze studenten dagelijks naar de les. Thuiswerk, waar mogelijk, is echter nog steeds de geldende regel voor de werkende bevolking, onder andere om het besmettingsrisico op het openbaar vervoer te beperken. Hoe verantwoord zou het dan zijn om van onze studenten wel de verplaatsing te vragen tussen hun woonplaats en de stad? Drukke steden zijn bovendien vaak een ‘hot spot’ voor besmettingen tijdens een pandemie, wat nauw overleg met het stadsbestuur dan ook noodzakelijk maakt. Universiteiten en hogescholen hebben hier immers een belangrijke verantwoordelijkheid in het kader van volksgezondheid. Hoe verantwoord zou het dan zijn om het hoger onderwijs te openen? 

"Waarom worden de examens in januari wel op de campus georganiseerd?"

Kwaliteitsvol onderwijs betekent ook kwaliteitsvol evalueren. Uiteraard is het eenvoudiger om examenfraude tegen te gaan in een auditorium dan via een computerscherm, maar dat is niet het hoofddoel van de keuze voor fysieke examens. We trachten om alle studenten een gelijke, rustige setting te geven waarin zij examen kunnen afleggen. Niet alle studenten hebben immers de mogelijkheid om een rustige ruimte te creëren in hun thuisomgeving. Om dit mogelijk te maken zijn de examenplanners al sinds september bezig met de organisatie. Een bezettingsgraad van 1 op de 5, een maximum aantal studenten tegelijkertijd op campus, extra examenmomenten – als het echt moet zelfs op zondag -, vrije uren om de examenlokalen te verluchten, extra collega’s voor examentoezicht, het vermijden van overlap in de examenroosters. Deze collega’s jongleren er op los, in de hoop om geen enkele bal te laten vallen. En dat al maanden aan een stuk. 

"Waarom bieden we niet een deel van de vakken op de campus aan of rouleren we de studentengroepen?"

Geen onlogische vraag. Het idee lijkt eenvoudig genoeg, maar de uitwerking is dat helaas niet. Het grootste auditorium op mijn faculteit heeft ongeveer 400 plaatsen, in een bachelorvak van gemiddelde grootte zitten ongeveer 200 studenten. In een regeling van 1 op 5 kunnen 40 studenten fysiek de les volgen. 160 studenten zullen simultaan online de les volgen. De docent kan in interactie gaan met de studenten in het auditorium, maar moet ondertussen de vragen van de online deelnemers in de gaten houden in de chat. Het is moeilijk (maar niet onmogelijk) om je aandacht op deze manier te verdelen. 

Het alternatief is vijf keer dezelfde les geven voor steeds een andere groep van 40 personen. En dan nog moeten we een gelijkwaardig online alternatief behouden voor de (internationale) studenten die ziek zijn, in quarantaine zitten, tot een risicogroep behoren, of door een reisverbod niet tot op de campus kunnen komen. In de huidige bezetting van het docerend personeel is deze optie wel degelijk onmogelijk.

Het hoger onderwijs roeit in deze pandemie, net als iedereen, met de riemen die het heeft. We leren al doende en we struikelen soms in het proces.

Het hoger onderwijs roeit in deze pandemie, net als iedereen, met de riemen die het heeft. We leren al doende en we struikelen soms in het proces. Bovenstaand betoog behandelt slechts een paar van de vele ‘waarom’-vragen waar de vele onderwijsondersteuners sinds het begin van deze coronacrisis dagelijks mee in de weer zijn. En dat allemaal met uw belastinggeld. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen