De skyline van Doha, de hoofdstad van Qatar. De Golfstaten zijn in de nieuwe rangschikking omlaag getuimeld.
Nuroptics/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

VN vraagt dringende omschakeling naar een 'planeet-vriendelijke' ontwikkeling van de mensheid

Volgens de Verenigde Naties flitsen er rode alarmlichten voor de planeet en de menselijke samenlevingen die onder grote druk staan van COVID-19, de opwarming van de aarde en de verwoesting van de natuur. Het is nu tijd om te kiezen voor een veiliger en eerlijker manier om de mensheid verder te ontwikkelen, zo staat in een nieuw rapport van het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP), dat voor het eerst ook rekening houdt met de ecologische voetafdruk van de verschillende landen. 

"We staan op een nooit eerder gezien punt in de geschiedenis van de mensheid en in de geschiedenis van de planeet", zo staat in het rapport dat regeringen, de zakenwereld en de burgers dringend vraagt om een nieuwe soort van vooruitgang na te streven die het milieu beschermt. Het rapport heeft het over de ontwikkeling van de mens in het Antropoceen, het nieuwe geologische tijdperk van de mens. 

"De COVID-19 pandemie is het nieuwste, schokkende gevolg van ongelijkheden op gote schaal", zegt het Human Development Report 2020, dat eraan toevoegt dat de wereldwijde gezondheidscatastrofe bovenop de bestaande crisissen komt, namelijk de klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit en de ongelijkheid. 

Het rapport is al het dertigste van het UNDP, maar het is het eerste dat een nieuwe wereldwijde index gebruikt die rekening houdt met milieufactoren. Het komt tot de conclusie dat geen enkel land tot nu in staat is gebleken om een zeer hoog ontwikkelingsniveau te bereiken zonder de natuurlijke hulpbronnen onder druk te zetten. 

"Veel landen hebben grote vooruitgang geboekt, maar ze hebben dat gedaan ten koste van grote schade aan de planeet", zei Achim Steiner, het hoofd van het UNDP aan de Thomson Reuters Foundation. 

Costa Rica, dat de ontbossing heeft weten te keren en zijn energieproductie grotendeels koolstofvrij heeft gemaakt, is flink gestegen in de rangschikking van het UNDP.
Chuck624/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Rangschikking flink door elkaar geschud

De Menselijke Ontwikkelingsindex van het UNDP heeft de afgelopen 30 jaar elk jaar de landen gerangschikt aan de hand van gegevens over de gezondheid, opvoeding en levensstandaard. 

Dit jaar houdt de nieuwe versie echter ook rekening met twee bijkomende elementen: de uitstoot per hoofd van koolstofdioxide van elk land en de materiële voetafdruk, die meet hoeveel zaken als fossiele brandstoffen en metalen er gebruikt worden voor de productie van de goederen en diensten die elk land verbruikt. De resultaten "schilderen een minder rooskleurig maar duidelijker beeld van de menselijke vooruitgang", aldus het UNDP.

In de rangschikking waarin met de nieuwe elementen rekening wordt gehouden, de Planetary pressures-adjusted Human Development Index (PHDI) zijn er aanzienlijke verschuivingen te merken tegenover de gewone index, de Human Development Index (HDI) in de rangschikking van de landen: meer dan 50 landen zijn uit de groep met een zeer hoge ontwikkeling gevallen, een weerspiegeling van hun grote impact op het klimaat en de natuur. 

Tot die landen behoren bijvoorbeeld kleine landen als Singapore en Luxemburg die veel handel drijven, een hoge mobiliteit kennen en veel fossiele brandstoffen verbruiken, en ook de olierijke Golfstaten. Luxemburg gaat er niet minder dan 131 plaatsen op achteruit in de rangschikking van zo'n 190 landen.

Australië gaat er 72 plaatsen op achteruit, de Verenigde Staten 45 en Canada 40. 

Een aantal landen, onder meer Costa Rica, Moldavië, Mexico, Colombia en Panama gaan meer dan 20 plaatsen vooruit, wat duidelijk maakt dat een lichtere druk op de planeet mogelijk is, zegt het UNDP. Costa Rica is er bijvoorbeeld in geslaagd de ontbossing te keren en zijn energieproductie grotendeels koolstofvrij te maken. 

België staat in de gewone rangschikking samen met Nieuw-Zeeland op de 14e plaats en in de PHDI-rangschikking vier plaatsen hoger. 

De plaats van de armere landen bleef grotendeels ongewijzigd, aangezien die doorgaans een kleinere materiële en koolstofvoetafdruk hebben.

Steiner zei dat de nieuwe index, die de komende jaren nog verfijnd zal worden, niet bedoeld was als een "oordeel", maar eerder om aan te tonen dat "rijk zijn niet de enige manier is om vast te stellen of je een succesvolle economie bent die klaar is voor de toekomst."

De grootste elektriciteitscentrale van Australië, de kolencentrale van Eraring. Australië verliest 72 plaatsen in de PHDI-rangschikking die rekening houdt met milieufactoren.
CSIRO/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Niet 'bomen of mensen'

Het rapport onderzoekt ook een aantal oplossingen die zouden kunnen helpen om de planeet te herstellen en te verbeteren, zoals het beëindigen van de subsidies voor vervuilende energiedragers als olie, gas en kolen, het herstellen van bossen, mangroves en riffen, het verminderen van de voedselverspilling en het beschermen van de bodem. 

"De volgende uitdaging voor de menselijke ontwikkeling gaat niet over het kiezen tussen mensen of bomen, het gaat erover nu te erkennen dat de menselijke vooruitgang die gedreven wordt door ongelijke, koolstofintensieve groei zijn einde bereikt heeft", zei Pedro Conceição, het hoofd van het team dat het rapport heeft opgesteld.

Steiner zei dat het toenemende activisme bij jonge mensen in verband met de opwarming van de aarde hun verlangen aantoont voor een zuiverder, meer gelijke toekomst - en dat de economische en sociale voordelen daarvan duidelijker worden op het vlak van tewerkstelling en een grotere veerkracht.

Hij waarschuwde dat bij het herstel na de COVID-19 pandemie "het gevaar duidelijk bestaat dat we enkel maar zullen terugkrabbelen naar waar we waren voor het jaar 2020", en hij drong aan op het nemen van betere beslissingen als antwoord op een "diep gevoel van ongemak en zorgen" dat leeft bij vele mensen wereldwijd.  

Meest gelezen