Ruim 570.000 dwangarbeiders van minderheden in Chinese regio plukken katoen, goed voor 20 procent van wereldmarkt

Volgens een nieuw rapport werken niet minder dan 570.000 Oeigoeren, Kirgiezen en Kazachen gedwongen in de katoenteelt in Xinjiang. Dat is een van de grootste katoenproducenten ter wereld. China ontkent het nieuws niet, maar zegt dat dat project past in "de strijd tegen de armoede".

Dat dwangarbeiders ingezet worden bij de katoen- en textielproductie in Xinjiang, was al eerder bekend. Nu heeft de Amerikaanse denktank Center for Global Policy daar een cijfer opgepakt. De organisatie baseert zich op gegevens van de Chinese overheden en staatsmedia. 

Een groot deel van de katoenpluk in Xinjiang gebeurt met machines, maar in zuidelijke districten zoals Aksu, Khotan en Kashgar -oude oasesteden langs de zuidelijke arm van de Zijderoute- zou dat nog veel met de hand gebeuren. Het is daar dat de dwangarbeiders worden ingezet. 

Volgens het CGP gaat het om zeker 570.000 Oeigoeren, Kirgiezen, Kazachen en andere leden van Turkssprekende moslimminderheden. Het gaat om mensen uit gevangenissen of "heropvoedingskampen", waar ze onder erg strikt toezicht van bewakers leven en gedwongen "ideologische training" krijgen, lees propaganda. Veel van die mensen werken er ver van huis met erg weinig contact met hun familie.

China ontkent dat niet, maar zegt dat het niet gaat om dwangarbeid en dat die mensen vrij mogen kiezen. Uitlatingen in Chinese overheidsmedia doen anders vermoeden en spreken over "het uitroeien van oude ideeën over luiheid bij boeren en herders". 

Bekijk hier de reportage van "Terzake" en lees voort onder de video:

Videospeler inladen...

Product van dwangarbeid in uw kleerkast?

Dat alles is dichter bij uw bed dan u denkt. China is na India de grootste producent van katoen en de regio Xinjiang neemt een groot deel daarvan voor zijn rekening. China levert een vijfde van alle katoen op de wereldmarkt en 83 procent daarvan komt uit Xinjiang. (Lees verder onder de foto).

AP2006

In september verbood het Amerikaanse Congres de invoer van katoen uit China, tenzij aangetoond kan worden dat dat niet door dwangarbeiders in Xinjiang geproduceerd is. De bewijslast ligt dus bij China. Om dat te omzeilen, zou de Chinese staat ook subsidies geven aan katoenbedrijven om hun spinnerijen over te brengen naar andere provincies in China. In de praktijk zouden dwangarbeiders uit Xinjiang dan gewoon mee verhuizen. 

...of voor uw mond?

Net vandaag pakt de krant De Tijd uit met een artikel over mondmaskers in Belgische apotheken die door dwangarbeiders uit Xinjiang gemaakt zouden zijn. Het gaat om een onderzoek dat onze collega's van De Tijd hebben gevoerd in samenwerking met het Organized Crime and Corruption Reporting Project. 

Het zou gaan om mondmaskers van het Chinese bedrijf Hubei Huaxin, weliswaar niet in Xinjiang zelf, maar in fabrieken in het noorden van China. Wel zouden 80.000 Oeigoeren en andere mensen uit Xinjiang naar die fabrieken zijn overgebracht, waar ze in een soort militaire structuur belanden op 3.000 kilometer van hun familie.  

Meest gelezen