Het internet ging dit jaar niet plat, maar we betalen er de komende jaren de prijs voor

2020 was een recordjaar voor internet en belverkeer. Die stroomversnelling is er gekomen door de lockdown. "De inspecteur" bekijkt hoe ons mediagebruik dit jaar spectaculair veranderd is. Videobellen is dit jaar met 80 procent gestegen, online surfen met 60 procent. Ons internet hield goed stand, maar wie gaat dat betalen?

“De telecomsector is een sterke groei gewoon”, zegt Steven Rombaut van VRT NWS. “In normale tijden neemt het internetverkeer elk jaar met zo’n 30% toe. Maar dit jaar zag Telenet bijvoorbeeld op tien maanden tijd een verdubbeling van deze trend. We hebben dit jaar gemiddeld 60% meer gesurft en gedownload dan vorig jaar. De piek bij Telenet was vorige week, dinsdagavond 15 december. Toen gebruikten de bijna 2 miljoen klanten van Telenet samen meer dan 3 terabit per seconde. Alsof we allemaal samen in één seconde tijd 190.000 foto’s zouden downloaden. Zo’n piek was eigenlijk pas voorspeld voor het jaar 2022, maar is dus versneld door corona.”

Recordjaar voor streaming en videobellen

Volgens Steven Rombaut worden de meeste data gebruikt voor het streamen van films of series. “De grote bulk van het internetverkeer gaat de laatste jaren uiteraard naar streaming, dat alsmaar populairder wordt. Denk aan Netflix, Disney+ en Streamz. Maar ook omdat video streamen of downloaden natuurlijk veel meer data vreet dan wat rondsurfen."

Vorig jaar deed bijna niemand het, maar videobellen kende dit jaar een ongelooflijke stijging. "Videobellen is met 80 procent gestegen. Dat doen we vooral via Zoom, Microsoft Teams of Google Meet. Dat komt wellicht door het vele thuiswerk en het online videobellen met collega’s. Maar we deden ook meer gesprekken met familie of vrienden, die we tijdens de lockdown moeilijk konden zien. Wat zeker nieuw is, zijn de hobby’s die online uitgeoefend werden. Natuurlijk zijn er ook heel veel lessen online gegeven, bijvoorbeeld via Smartschool.”

Terugkeer van vaste lijn en lineaire televisie

Volgens Steven Rombaut is het logisch dat we meer wifi gebruiken via ons vast netwerk omdat we door de lockdown met zijn allen meer thuis zaten. “Bij het mobiele 4G netwerk zien we dus geen forse stijging. Daar is de trend van de voorbije jaren gewoon voortgezet. Het mobiel bellen neemt zelfs wat af, zo blijkt uit cijfers van Proximus. Ook dat komt omdat we meer thuis zitten en meer grijpen naar de vaste telefoon. Dat is toch wel opmerkelijk. De vaste telefoon is al jarenlang in vrije val. Veel jonge gezinnen nemen vaak geen vaste telefoonlijn meer in huis. Maar nu wordt de vaste lijn opnieuw meer gebruikt, ook om langer te bellen."

Volgens journalist Steven Rombaut keken we meer lineaire televisie. Dat betekent kijken naar een programma wanneer het effectief wordt uitgezonden. Terwijl we de voorbije jaren alsmaar meer uitgesteld tv keken. “Dat heeft ook te maken met het feit dat we meer naar live nieuwsuitzendingen kijken. Omdat meer thuis waren, maar natuurlijk ook omdat we op de hoogte wilden blijven van de coronamaatregelen.”

Geen netwerkproblemen, wel hogere kosten

In andere landen waren er voortdurend netwerkproblemen maar bij ons verliep alles vlot. Onze telecomoperatoren investeren voortdurend in een sneller netwerk zodat zij een plotse piek vlot aankunnen. “Bij Telenet bijvoorbeeld is de Grote Netwerk pas afgerond. Dat is een project van de voorbije 5 jaar waarbij de capaciteit van het netwerk werd opgetrokken. Proximus is al enkele jaren in heel wat steden glasvezel of fiber aan het uitrollen om ook zijn netwerk te moderniseren en Telenet bij te kunnen houden."

Volgens Steven Rombaut kosten al die investeringen handenvol geld. “Bij Proximus lopen de investeringen voor het vaste en mobiele netwerk op tot 1,3 miljard euro per jaar. Zo’n glasvezelaansluiting kost 850 euro per gezin. Dus is het logisch dat de operatoren die kosten wat verrekenen in de factuur van de klanten. Ze zeggen meestal dat ze hun prijzen aanpassen aan de inflatie, aan het leven dat in het algemeen duurder wordt. Maar vaak doen ze er nog een schepje bovenop. Waarschijnlijk delen we als consument mee in de kosten van die investeringen. Maar daar staat dan ook wel tegenover dat we over het hele grondgebied een netwerk van heel goeie kwaliteit hebben. Dat is vaak anders in het buitenland, waar gebieden die minder dicht bevolkt zijn, slecht bediend worden.”

Meest gelezen