AFP or licensors

Verkiezingen tussen de wapens in de Centraal-Afrikaanse Republiek

Ondanks de onrust van de voorbije weken, maanden en zelfs jaren, trekken de inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek naar de stembus om een president en parlement te kiezen. De vraag is vooral of alles zonder geweld zal verlopen. Rebellengroepen, die samen tweederde van het grondgebied controleren, willen de verkiezingen verhinderen. In Bangui en in verschillende steden in het binnenland wordt er vanmorgen geschoten. 

"Het is onrustig in de hoofdstad Bangui. Er is vannacht en vanmorgen geschoten. Ook in verschillende andere steden wordt geweervuur gemeld. Net als tijdens de voorbije weken." Dat zegt Emmanuel Lampaert van Artsen zonder Grenzen vanuit Bangui in De ochtend op radio 1.  De verkiezingen van vandaag zijn allerminst vanzelfsprekend. "Ze zijn belangrijk als poging om de prille democratie te bestendigen en de basisdiensten als onderwijs en gezondheidszorg te garanderen." Maar de grote vraag is of de stembusgang zonder bloedvergieten zal verlopen en of de kiezers het zullen aandurven om te gaan stemmen. Vanmorgen zijn heel wat stembureaus later geopend en is er kiesmateriaal niet aangekomen, melden verschillende media. 

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal"
(en lees voort onder de video):

Videospeler inladen...

De voorbije weken hebben rebellengroepen een coalitie gevormd en geeïst dat de verkiezingen zouden worden uitgesteld. De rebellen hebben tweederde van het grondgebied in handen. Ze hebben kiezers afgedreigd en geweld gepleegd. De regering in Bangui wordt bijgestaan door meer dan 12.000 VN-Blauwhelmen en president Touadéra heeft er ook 300 Rwandese vredestroepen en 300 Russische militaire instructeurs bijgehaald. President Touadéra is drie jaar geleden een akkoord gaan sluiten in Moskou. De Russen zouden het leger gaan opleiden en militair materiaal leveren in ruil voor mijnconcessies. Op die manier werd een internationaal wapenembargo omzeild. (lees voort onder tweet)

De voorbije dagen was het onrustig. Drie Burundese Blauwhelmen zijn bij gevechten omgekomen. 

Nooit zonder geweld

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een van de meest schrijnende voorbeelden van landen met een grote bodemrijkdom en een zeer arme bevolking. In de Franse ex-kolonie heeft de strijd om diamanten en goud de voorbije veertig jaar al vele tienduizenden mensenlevens geëist. Het geweld begon na afzetting van de beruchte keizer Bokassa in 1979. Na verschillende mislukte pogingen, verdreef generaal François Bozize in 2003 president Patassé. Sindsdien is de instabiliteit alleen maar toegenomen en hield het geweld aan. In 2013 werd het regime van Bozize omvergeworpen door de islamitische militie Seleka. Die vocht nadien een boedige strijd uit met christelijke en animistische rebellen, de anti-Balaka. 

Begin 2014 werd de leider van Seleka, Michel Djotodia, gedwongen op te stappen onder druk van Frankrijk en andere Afrikaanse landen. Burgemeester Catherine Samba Panza van Bangui werd door een overgangsparlement aan het hoofd verkozen van een voorlopige regering. Ook de Verenigde Naties stuurden nog Blauwhelmen naar het land om de strijdende partijen te scheiden.

In Bangui werd het relatief rustig, maar in het binnenland gingen de slachtpartijen door, ook nadat huidig president Faustin-Archange Touadéra door verkiezingen aan de macht kwam. Touadéra wil nu zichzelf opvolgen. Maar de verschillende rebellengroepen willen de stembusgang verhinderen. Opnieuw duikt de naam op van oud-president Bozize als aanstoker van op z'n minst een deel van de rebellengroepen. De kandidatuur van Bozize werd geweigerd omdat tegen hem een internationaal aanhoudingsmandaat loopt.  (lees verder onder foto)

Hunker naar vrede

Voor de inwoners van de Centraal-Afrikaanse Republiek gaat het niet om de politieke spelletjes en de machtswellust van de enen of de anderen. Door het geweld leeft het land in chaos en angst. Emmanuel Lampaert van Artsen zonder Grenzen is bezorgd . "De instabiliteit zal in elk geval nog voortduren na de verkiezingen en dat zal zijn gevolgen hebben voor basisdiensten als gezondheidszorg en onderwijs en dat voor een bevolking die voor het grootste deel bezig is met overleven. "

Meest gelezen