Brexit-handelsakkoord officieel ondertekend, maar wie zijn nu de winnaars en verliezers?

Op 1 januari treedt het nieuwe handelsverdrag tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk in werking, waarover pas op 24 december - op de valreep dus - een akkoord werd bereikt. Maar wie komt als winnaar uit de onderhandelingen en wie als verliezer? 

1.259 bladzijden voor een mager akkoord

Dat er een akkoord is, is een goede zaak voor beide partijen. Het ergste scenario (geen akkoord) is vermeden. 

Zonder akkoord hadden er plots vanaf 1 januari invoerrechten betaald moeten worden. Zo zou het invoeren van auto’s plots 10 procent duurder worden. Sommige vlees- of zuivelproducten zelfs 40 procent duurder. Het akkoord zorgt ervoor dat goederen ook na 1 januari zonder invoerrechten of zonder beperking in hoeveelheid verhandeld kunnen worden. 

Maar dat is het dan zowat. 

Eigenlijk is het dikke pak papier (1259 bladzijden, waarvan ruim 800 bladzijden in de vorm van bijlagen en protocollen) een vrij mager akkoord. Mager omdat het voor veel sectoren van de economie een achteruitgang betekent. Waardoor de brexit uiteindelijk toch nog een vrij harde brexit wordt. Er komen grote barrières tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. 

Hoe zat het weer met die brexit? In deze video leggen we het uit in 1 minuut:

Videospeler inladen...

Extra douaneformaliteiten, extra controles, en dus tijdverlies en extra kosten

Bedrijven zullen uitvoer- en invoeraangiftes moeten invullen. Ofwel doen ze dat zelf ofwel doen ze ervoor een beroep op gespecialiseerde bedrijven. In elk geval: het zijn extra kosten en extra tijdverlies. In de Europese Unie moeten bedrijven met certificaten aantonen dat hun producten beantwoorden aan de Europese normen. Het Verenigd Koninkrijk gaat ook zulke certificaten invoeren. Er is geen akkoord over wederzijdse erkenning. En dus zullen sommige bedrijven voortaan twee keer een certificaat moeten laten opmaken voor hetzelfde product. Voor voeding, zuivel en vlees zullen er sowieso certificaten nodig zijn. 

AFP or licensors

Aan de grensovergangen komt er extra wachttijd omdat er controles zullen zijn, van documenten, maar ook van de lading zelf. Nog meer tijdverlies, alweer extra kosten. 

Ook voor de overheid (en dus de belastingbetaler) is dit een dure aangelegenheid: de Belgische douane heeft 300 mensen extra aangeworven, het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid 115.  

Overigens: alleen producten die (voor het grootste deel) bestaan uit onderdelen die in de EU of het Verenigd Koninkrijk zijn gemaakt, komen in aanmerking voor handel zonder invoerrechten. Zodra een bepaald percentage (dat is voor elk product vastgelegd in een van de bijlagen) overschreden wordt, moeten er toch invoerrechten betaald worden. En ook voor deze "oorsprongsregels" moeten er formulieren worden ingevuld, uiteraard...  

Bedrijven en consumenten betalen de rekening

Omdat de handel tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie zo intens is, gaat het om een enorme berg papierwerk (veel gebeurt elektronisch, maar toch). 

Vooral aan Britse zijde moeten veel bedrijven zich aanpassen: 43 procent van de Britse uitvoer van goederen gaat naar de Europese Unie, 52 procent van de ingevoerde goederen komt uit de Europese Unie. Aan Europese kant zijn het vooral Duitse, Nederlandse en Belgische bedrijven die goederen verkopen aan de Britten. De Belgische handel met het Verenigd Koninkrijk is vooral (85 procent) een Vlaamse aangelegenheid. In de eerste 9 maanden van dit jaar was de uitvoer vanuit Vlaanderen naar het Verenigd Koninkrijk 16 miljard euro waard (tegenover een invoer van 8 miljard euro). 

Economische winst is er niet, alleen verlies

De handel wordt moeilijker, duurder. Bedrijven die nu al handel drijven met het Verenigd Koninkrijk, passen zich noodgedwongen aan, al blij dat de onzekerheid nu weg is. Sommige bedrijven maken misschien de keuze om op zoek te gaan naar andere markten, die minder rompslomp met zich meebrengen. Economische winst is er niet, alleen verlies. Britse producten worden duurder bij ons, Belgische chocolade wordt duurder in het Verenigd Koninkrijk. 

Wat zullen de gevolgen zijn voor de Belgische chocolade-export? Bekijk hier een reportage uit "Het Journaal" in het bedrijf Klingele (en lees daaronder verder): 

Videospeler inladen...

Meer soevereiniteit, minder groei

Dat er zulke barrières zijn, heeft alles te maken met de keuze van de Britse regering om niet langer deel te willen uitmaken van de Europese interne markt en van de Europese douane-unie. Het Verenigd Koninkrijk wil voortaan soeverein zijn, eigen regels kunnen maken die afwijken van Europese regels. En eigen handelsakkoorden kunnen sluiten met landen die niet tot de EU behoren.

De regering-Johnson was bereid daarvoor een prijs te betalen, maar het zullen dus vooral de bedrijven zijn die ervoor opdraaien. Dat zal zich vertalen in een lagere economische groei, voorspellen economen. De Britse overheid zélf verwacht dat het Britse BBP als gevolg van de brexit – mét een deal – over 15 jaar ruim 5 procent lager zal liggen dan als er geen brexit was geweest. Die voorspelling werd in maart 2020 gemaakt. Intussen heeft de coronacrisis alle economische voorspellingen tenietgedaan, en heeft de economie een enorme klap gekregen. 

Wellicht komt er in 2021 en 2022 weer economische groei. De kans is groot dat brexitvoorstanders zullen zeggen dat dit te danken is aan de brexit. Ook aan Europese kant zal de impact voelbaar zijn, maar minder dan in het Verenigd Koninkrijk, en niet in alle lidstaten even erg. Om de economische gevolgen op te vangen, is de EU bezig met de oprichting van een apart brexitfonds van 5 miljard euro. 

Soevereiniteit op papier

Opnieuw baas worden over Brits geld, Britse wetten, Britse wateren, zonder inmenging vanuit Brussel of vanuit het Europees Hof van Justitie. Dat was de belofte die de Britse premier Johnson keer op keer herhaalde, dat wou hij uit de onderhandelingen halen. Het Verenigd Koninkrijk moest en zou zijn soevereiniteit terugwinnen. Is dat gelukt? Op papier wel. Maar in de praktijk zal het toch tegenvallen. 

Alles wat de Britten uitvoeren naar de Europese Unie zal aan de Europese normen en standaarden moeten blijven beantwoorden. Wanneer “Brussel” de normen voor koelkasten of auto’s verstrengt, zal een bedrijf in Bristol, Liverpool of elders in het Verenigd Koninkrijk die moeten volgen, anders kan het zijn producten niet meer kwijt bij ons. Britse bedrijven kunnen in theorie twee verschillende producten gaan maken, een voor de Britse markt en een voor de Europese markt. In de praktijk zal dat niet gebeuren. Dat heet het “Brussel-effect”: Europese normen worden vaak normen die in de hele wereld worden overgenomen.

Geen Singapore aan de Thames?

De Britse regering heeft voortaan echter wel de mogelijkheid om af te wijken van andere Europese regels, die niet met de producten zelf te maken hebben, maar wel met de omstandigheden waarin ze geproduceerd worden: door soepele arbeidswetgeving of minder strenge milieuregels zouden Britse bedrijven een concurrentievoordeel kunnen krijgen ten opzichte van hun Europese collega’s. Of door gul te gaan omspringen met staatssteun voor noodlijdende sectoren. 

Vooral daarvoor was de Europese Unie beducht: dat er een soort "Singapore aan de Thames" zou ontstaan. Daarom eisten de Europese onderhandelaars garanties van de Britten dat er een “gelijk speelveld” zou blijven bestaan. In het handelsakkoord staat een heel hoofdstuk dat daarvoor moet zorgen. Beide partijen beloven dat ze hun sociale of milieunormen niet gaan verlagen, en dat ze geen ongeoorloofde staatssteun gaan geven. Doen ze dat toch, en heeft dat gevolgen voor handelsstromen en investeringen, dan kan de andere partij een klacht indienen. Een onafhankelijk arbitragesysteem onderzoekt en doet uitspraak. 

Tegenmaatregelen zijn mogelijk om het speelveld weer gelijk te leggen: de Europese Unie kan een deel van het akkoord opzeggen of invoerrechten opleggen op Britse producten. Die mogelijkheid heeft de EU ook wanneer de Britten, na de overgangsperiode van 5,5 jaar, de Europese vissers geen toegang meer zouden geven tot de Britse wateren. Met andere woorden: zo groot is de soevereiniteit (over wetten en vissen) van de Britten nu ook weer niet. 

Zo groot is de soevereiniteit (over wetten en vissen) van de Britten nu ook weer niet

Gedaan met vrij verkeer van diensten en werknemers

Is het Verenigd Koninkrijk een netto-invoerder van goederen uit de EU, dan is het voor diensten andersom: Britse bedrijven verkopen meer diensten aan de EU-landen, dan omgekeerd. Maar de vrijheid die de Europese interne markt hen gaf om dat te doen, valt nu voor een stuk weg. Britse diploma’s worden niet meer automatisch erkend. Dokters, verplegers, tandartsen, ingenieurs of architecten: ze zullen in elk land waar ze willen gaan werken apart hun professionele kwalificaties moeten laten erkennen. Ook bedrijven in de Londense City verliezen hun automatische toegang of paspoort tot de Europese markt. 

De Europese Unie is nog volop aan het bekijken of de Britse regels voor de financiële sector even streng (“equivalent”) zijn als de Europese. Britse bedrijven zullen ook minder makkelijk een beroep kunnen doen op werknemers uit EU-landen. Dat was een expliciete wens van de Britse regering, om weer “baas” te kunnen worden over de Britse grenzen. 

De Britse regering heeft een puntensysteem ingevoerd: wie genoeg verdient, hooggeschoold is, komt in aanmerking voor een visum. In nogal wat sectoren kan dit voor een tekort aan personeel zorgen. De Britse mode-industrie vreest volgens de Financial Times dat heel wat mode-agentschappen niet meer naar Londen zullen komen voor fotoshoots, omdat het te ingewikkeld wordt om alle papierwerk te regelen voor fotomodellen. 

Breuk met Thatcher

De keuze van Boris Johson om te breken met de Europese interne markt en douane-unie is ook een breuk met het eigen Britse verleden. Het waren immers de Britten die grote voorstanders waren van de interne markt. Voormalig Brits premier Margaret Thatcher verwoordde het zo in haar beroemde toespraak aan het Europacollege van Brugge in 1988: "Door barrières weg te werken, door het mogelijk te maken dat bedrijven op Europese schaal kunnen werken, kunnen we het best concurreren met de Verenigde Staten, Japan en andere nieuwe opkomende economische machten in Azië en elders."

Margaret Thatcher tijdens haar speech in 1988
Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Nu gebeurt net het omgekeerde. De barrières met de grootste markt worden bewust groter gemaakt. De toekomst zal uitwijzen of dat een verstandige keuze was. Maar voorlopig lijkt de enige conclusie dat het handelsakkoord voor beide kanten een verlies betekent, en dat de EU vooral geprobeerd heeft om de grootste schade aan de eigen interne markt te beperken. 

Voorlopig lijkt de enige conclusie dat het handelsakkoord voor beide kanten een verlies betekent

Meest gelezen