Ik ken Frank Vandenbroucke

In de Weerborstel beschrijft Louis van Dievel de grote en kleine actualiteit. In deze laatste aflevering wordt hem lof toegezwaaid, maar moet hij ook afrekenen met de politie die de coronamaatregelen streng toepast.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

"TARARA DZJING BOEM!"

Ik werd ruw wakker geschud uit mijn nachtrust door een hels kabaal op straat. Ik keek op de wekker. Halftien nog maar. Wie had het lef om mij op dit ontiegelijk vroege uur te wekken? Bloot zoals wijlen Graham Chapman in “The Life of Brian” opende ik slaapdronken het balkonraam, krabde mij onder de oksels en keek naar beneden. Uit honderden kelen steeg gejuich op. De fanfare van Zoerle-Parwijs zette “Lang zal hij leven” in, wat toch een heksentoer was, vooral voor de blazers, gezien alle muzikanten een mondmasker droegen.

Wit marcelleke

Snel sloeg ik de overgordijnen om mijn onbedekte lichaamsdelen. Te laat evenwel: de fotograaf van De Gazet van Geel en de cameraman van TV Kempen hadden reeds hun slag geslagen. Want de pers was dus ook en talrijk aanwezig, net als het voltallige gemeentebestuur, de provinciegouverneur en tal van personaliteiten uit de intercommunale voor afvalverwerking. Ik schudde onbegrijpend het hoofd. Verwarde men mij met de krasse ouderling Jos Hermans, die het eerste coronavaccin in de aderen had gespoten gekregen? Ik droeg toch geen witte marcellekes? Alles werd mij evenwel duidelijk toen de burgemeester een megafoon aangereikt kreeg, zijn keel schraapte en het woord nam.

Blinde vlek

"Mijnheer Van Dievel, waarde Louis," sprak hij op plechtige toon, "namens alle inwoners van Zoerle-Parwijs, en bij uitbreiding namens alle Kempenaren, wil ik u huldigen voor uw 750e en laatste column op vrtnws, oud-huis Deredactie.be. Dank zij uw onverdroten inzet is Zoerle-Parwijs niet langer een blinde vlek op de kaart. Wij bieden u dan ook gaarne het ereburgerschap aan van onze gemeente en de titel van ambassadeur van de Kempen."

Een wild applaus barstte los.

Zijn daar zitpenningen of andere douceurtjes zoals een auto met chauffeur aan verbonden, had ik willen vragen, maar bij nader inzien – met al dat volk in de buurt – leek me dat wat ongepast en alleszins voorbarig.

"Ja maar"’ protesteerde ik zwakjes, "ze staat nog niet online, mijn laatste column."

"TARARA DZJING BOEM!" overstemde de fanfare mijn woorden.

"Ik geef nu het woord aan de provinciegouverneur" hernam de burgemeester. Snel probeerde ik met één hand een onderbroek aan te trekken, terwijl ik met de andere de gordijnen op hun plek hield. Een minimum aan decorum was toch op zijn plaats, vond ik.

Recht van de kerstdis

Toen de gouverneur op een fruitkist was gehesen en bij wijze van test  “one two, one two” in de megafoon had gepiept, verscheen er evenwel een irritant brommende drone boven de hoofden van de feestvierders.

Pioe, pioe! deed de drone.

Allen keken verbaasd op.

Mijn euro was evenwel reeds gevallen.

Pioe, pioe! deden de sirenes van de politiewagens die met grote snelheid op ons afkwamen en hun lading agenten losten. Afgaand op de drankadem en de kruimels in hun gezichtsbeharing, waren sommige wetsdienaars recht uit de kerstdis in het commissariaat gerukt.

"Aha!" brulde de commissaris die zich van de megafoon meester had gemaakt, "een lockdownfeest op klaarlichte dag. Van een betrapping op heterdaad gesproken. Dat gaat u allemaal een ferme duit kosten. Zevenhonderdvijftig euro per kop. Wie niet kan betalen wordt meegenomen naar de amigo."

"Gaat uw gang, mannen (M/V/X) vuurde hij zijn agenten aan. Geen genade!"

Marc Van Ranst

"En gij, Van Dievel," richtte de politiehoofdman zich tot mij, "gij zijt de organisator. Voor u bedraagt de rekening vierduizend euro. Bovendien gaan wij uw huis doorzoeken want wie weet wie houdt gij nog allemaal verborgen."

O wee, dacht ik, ik moet snel mijn gast verwittigen. Te laat, echter. De overenthousiaste agenten hadden mijn voordeur al ingebeukt en troffen op de sofa Marc Van Ranst aan, die de avond tevoren tegen ruime betaling zijn populaire voordracht “Een marxistisch-leninistische kijk op corona” was komen geven. De lezing was wat uitgelopen, net zoals het drankgebruik wat uit de hand was gelopen, zodat de viroloog wijselijk was blijven slapen.

"Is de heer Van Ranst soms uw knuffelcontact?" wilde de commissaris weten.

De gemene grijns op zijn gelaat sprak boekdelen.

"Neen!" riepen de viroloog en ik eenstemmig.

"Dan is hier sprake van verzwarende omstandigheden. Sla deze man in de boeien," wees hij op Van Ranst.

De toestand begon danig uit de hand te lopen. Ik besloot mijn enige troefkaart op tafel te gooien.

"Ik ken Frank Vandenbroucke," waarschuwde ik de commissaris, "hij gaat hier niet mee kunnen lachen".

"En ik ken Siegfried Bracke," riposteerde de politieofficier gevat.

Tja, daar stond ik dan met mijn mond vol tanden.

Ps: Aan alle trouwe lezers, een welgemeende dankuwel en een beter 2021.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen