Voorstelling van de eerste bewoners van de Caraïben.
Florida Museum of Natural History

Grote studie oud DNA herschrijft geschiedenis eerste bewoners Caraïben met een paar verrassende plotwendingen

De geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners van de Caraïbische eilanden is duidelijker geworden dankzij een nieuwe studie. Daaruit blijkt dat de Caraïben bevolkt werden door twee verschillende bevolkingsgroepen in twee migratiegolven met duizenden jaren tussen en dat er minder mensen leefden bij de aankomst van de Europese kolonisatoren dan gedacht. Verrassend was dat er van de eerste bevolkingsgroep nauwelijks nog sporen te vinden zijn en dat 'genetische neven' op ver van elkaar verwijderde eilanden leefden.   

Een internationaal team onder leiding van onder meer David Reich van de Harvard Medical School analyseerde de genomen - het geheel aan genetische informatie - van 263 individuen in de grootste studie van oud DNA in de Amerika's tot nu toe. 

Uit de genetische gegevens blijkt dat er twee grote migratiegolven geweest zijn in de Caraïben, met duizenden jaren tussen, van twee verschillende groepen. De mensen die de archipel bevolkt hebben, blijken zeer mobiel te zijn geweest en verre verwanten leefden op verschillende eilanden. 

Het laboratorium van Reich ontwikkelde ook een nieuwe genetische techniek om de grootte van de bevolking in het verleden te schatten en daaruit blijkt dat het aantal mensen dat in de Caraïben leefde toen de eerste Europeanen er landden, veel kleiner was dan tot nu gedacht werd. Het zou waarschijnlijk gaan om tienduizenden mensen en niet om het miljoen of meer inwoners dat Christoffel Columbus en zijn opvolgers vermeld hebben. 

Voor archeoloog William Keegan, die al meer dan 40 jaar in de Caraïben werkt, is het oude DNA een krachtig nieuw instrument om debatten die al lang gevoerd worden te helpen oplossen, om hypothesen te bevestigen en de aandacht te vestigen op nog overblijvende mysteries. 

Dit "verbetert in één keer onze kennis van de Caraïben op een spectaculaire manier", zei Keegan. "De methodes die het team van David ontwikkeld heeft, hebben geholpen om vragen aan te pakken waarvan ik zelfs niet wist dat we ze konden aanpakken." Keegan is conservator aan het Florida Museum of Natural History en mede-senior auteur van de nieuwe studie. 

Archeologen vertrouwen vaak op de overblijfselen van het huiselijke leven - aardewerk, werktuigen, weggegooide beenderen en schelpen - om het verleden te reconstrueren. Nu laten technologische doorbraken in de studie van oud DNA nieuw licht schijnen op de verplaatsingen van mensen en dieren, in het bijzonder in de Caraïben waar elk eiland een unieke microkosmos van het leven kan zijn. 

De hitte en de hoge vochtigheid in de tropen kunnen organisch materiaal snel afbreken, maar het menselijk lichaam bevat een 'kluis' voor genetisch materiaal: een klein, ongewoon dicht deel van het been dat het binnenoor beschermt en waarin DNA goed bewaard blijft. 

De onderzoekers gebruikten voornamelijk deze structuur om DNA te onttrekken en te analyseren van 174 mensen die in de Caraïben en Venezuela woonden tussen 400 en 3.100 jaar geleden. Vervolgens combineerden ze die gegevens met 89 individuen van wie het DNA al eerder uitgeschreven was, zodat ze aan 263 mensen kwamen, de grootste databank voor de studie van oud DNA in de Amerika's tot nu toe. 

Het team kreeg voor het verzamelen van het DNA overigens toestemming van plaatselijke besturen en culturele instellingen die optraden als toezichthouders van de menselijke overblijfselen. Ook bespraken de onderzoekers hun bevindingen met vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen in de Caraïben. 

Deze lemmeten zijn typisch voor de technologie uit de vroege Archaïsche Tijd en ze werden gebruikt om te snijden, te graven en om speren mee te maken.
Florida Museum Photo by William Keegan

Twee immigratiegolven, duizenden jaren uit elkaar

De genetische aanwijzingen bieden nieuwe inzichten in de manier waarop de Caraïben bevolkt werden. De eerste bewoners van de eilanden, een groep van mensen die stenen werktuigen gebruikten, bereikten met hun boten Cuba zo'n 6.000 jaar geleden. Vandaar verspreidden ze zich langzaam naar het westen naar andere eilanden gedurende de Archaïsche Tijd in het gebied. 

Waar ze vandaan kwamen, blijft onduidelijk: ze zijn nauwer verwant aan mensen uit Centraal- en Zuid-Amerika dan aan Noord-Amerikanen, maar hun genetische opmaak komt niet overeen met een bepaalde inheemse bevolkingsgroep. Gelijkaardige artefacten die gevonden zijn op Cuba en in Belize kunnen wijzen op een Centraal-Amerikaanse oorsprong, zei Keegan. 

Zo'n 2.500 tot 3.000 jaar geleden vonden boeren en pottenbakkers die verwant waren aan de mensen die Arawak spreken, in het noordoosten van Zuid-Amerika een tweede weg naar de Caraïben. Ze gebruikten de 'vingers' van het Orinoco-bekken als snelwegen om vanuit het binnenland van Venezuela naar de kust te trekken, en verder naar het noorden in de Caraïbische Zee. Ze bevolkten Puerto Rico en trokken uiteindelijk verder naar het westen. 

Hun aankomst betekende het begin van de Keramische Tijd in het gebied, die gekenmerkt werd door landbouw en de wijdverspreide productie en het algemeen gebruik van aardewerk. 

In de loop van de tijd verdwenen alle genetische sporen van de mensen uit de Archaïsche Tijd, op een gemeenschap in het westen van Cuba na, die zelfs standhield tot de aankomst van de Europeanen. Gemengde huwelijken tussen de twee groepen waren zeldzaam, zo blijkt. Slechts drie individuen uit de studie vertoonden een gemengde afkomst.

Veel hedendaagse inwoners van Cuba, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico zijn de afstammelingen van de mensen uit de Keramische Tijd, en ook van Europese immigranten en Afrikaanse slaven. Maar de onderzoekers vonden slechts zeer beperkte aanwijzingen voor afstamming van de mensen uit de Archaïsche Tijd bij moderne individuen en dat was verrassend. 

"Dit is een groot raadsel", zei Keegan. "Vooral voor Cuba is het erg vreemd dat we niet meer archaïsche voorouders zien."

Sommige archeologen zien opvallende veranderingen in de stijl van het Caraïbische aardewerk als aanwijzingen voor nieuwe migraties. Maar uit genetische gegevens blijkt dat al de verschillende stijlen vervaardigd werden door eenzelfde groep van mensen in de loop van de tijd. Dit aardewerk behoort tot het Saladoïde type, rijkelijk versierd aardewerk dat moeilijk te vormen is.
Photo courtesy of Corinne Hofman

Verschillende soorten aardewerk hangen niet samen met nieuwe migraties

Gedurende de Keramische Tijd onderging het aardewerk in de Caraïben minstens vijf duidelijke veranderingen van stijl in de loop van 2.000 jaar. 

Rijkelijk versierd rood aardewerk beschilderd met witte patronen ruimde de plaats voor eenvoudig, vaalgeel aardewerk terwijl andere potten versierd werden met kleine puntjes en inkervingen of met geboetseerde gezichten van dieren die waarschijnlijk ook dienst deden als handvatten.

Sommige archeologen wijzen naar die veranderingen als bewijzen voor nieuwe migraties naar de eilanden, maar het DNA vertelt een ander verhaal.

 De genetische gegevens wijzen erop dat al de verschillende stijlen ontwikkeld werden door de afstammelingen van de mensen die 2.500 tot 3.000 jaar geleden aankwamen in de Caraïben, hoewel ze misschien wel contacten kunnen gehad hebben met buitenstaanders en daar inspiratie opgedaan kunnen hebben. 

Sommige potten zijn versierd met 'adornos', geboetseerde gezichten van dieren die aan de rand zijn vastgemaakt en waarschijnlijk dienst deden als handvatten. Deze schaal uit wat nu de Dominicaanse Republiek is, is gedateerd tussen 1200 en 1500 n.C. en is versierd met de gezichten van kikkers, dieren die in de Taino-cultuur vereerd werden als zinnebeelden van vruchtbaarheid.
Florida Museum Photo by Kristen Grace

'Genetische neven' op verschillende eilanden

Een studie van het X-chromosoom van mannen toonde de grote onderlinge verbondenheid tussen de eilanden aan. De onderzoekers vonden 19 paren van 'genetische neven' die op verschillende eilanden leefden. 'Genetische neven' zijn mensen die dezelfde hoeveelheid DNA gemeen hebben als biologische neven maar die verschillende generaties in de tijd van elkaar verwijderd kunnen zijn. 

Het meest opvallende voorbeeld was dat van een man die begraven was op de Bahama's terwijl de laatste rustplaats van zijn verwante te vinden was in de Dominicaanse Republiek, bijna 1.000 kilometer verder. 

"Het aantonen van verwantschappen over verschillende eilanden is echt een verbazende stap voorwaarts", zei Keegan. Hij voegde eraan toe dat de veranderende winden en stromingen tochten tussen de eilanden moeilijk kunnen maken. "Ik was echt verbaasd om deze paren van neven verdeeld te zien over verschillende eilanden."

Een video van Harvard Medical School (Engels met Engelse ondertiteling) over de eerste migraties van mensen naar de Caraïben. 

Minder inwoners bij de aankomst van Columbus

Het feit dat er een groot aantal genetische neven ontdekt werd in een staal van minder dan 100 mannen, is een aanwijzing dat de totale bevolking van het gebied klein was, zei David Reich. "Als je een steekproef neemt van twee moderne individuen, ontdek je niet vaak dat ze nauwe verwanten zijn", zei hij. "Hier vinden we zowat overal verwanten."

Reich is professor genetica aan de Harvard Medical School en professor menselijke evolutionaire biologie aan Harvard. 

Mede-auteur van de studie Harald Ringbauer, een postdoctoraal onderzoeker in het lab van Reich, ontwikkelde een techniek waarbij gedeelde DNA-segmenten gebruikt worden om de bevolkingsgrootte in het verleden te schatten, een techniek die ook gebruikt zou kunnen worden bij toekomstige studies van oude volkeren. 

De techniek van Ringbauer toonde aan dat er tussen 10.000 en 50.000 mensen leefden op twee van de grootste Caraïbische eilanden, Hispaniola en Puerto Rico, kort voor de aankomst van de eerste Europeanen. 

Dat is flink wat minder dan het miljoen inwoners dat Columbus beschreef aan zijn beschermheren, waarschijnlijk om indruk op hen te maken, zei Keegan. Later beweerde de 16e eeuwse historicus Bartolomé de las Casas zelfs dat er 3 miljoen mensen in het gebied hadden gewoond voor ze gedecimeerd werden door de slavernij en de ziekten van de Europeanen. 

Hoewel dit ook een overdrijving was, blijft het aantal mensen dat gestorven is ten gevolge van de kolonisatie een gruweldaad, zei Reich. "Dit was een systematisch programma van culturele vernietiging. Het feit dat het aantal niet 1 miljoen of verschillende miljoenen mensen was, maakt die vernietiging niet minder gewichtig."

De samenwerking met genetici bood Keegan van zijn kant de mogelijkheid om sommige hypothesen te bewijzen waarvoor hij al jaren pleitte, terwijl ze ook het einde betekende voor een aantal andere van zijn geliefde hypothesen.

"Op dit ogenblik kan het me niet schelen of ik gelijk heb of niet", zei hij. "Het is eenvoudigweg opwindend om een stevigere basis te hebben om te reëvalueren hoe we naar het verleden van de Caraïben kijken. Een van de belangrijkste resultaten van deze studie is dat ze aantoont hoe belangrijk cultuur wel is om menselijke maatschappijen te begrijpen. Genen mogen dan wel afzonderlijke, meetbare eenheden zijn, maar het menselijk genoom is gevormd door cultuur."

De studie van de onderzoekers van Harvard Medical School en andere universiteiten en instellingen uit de US, Oostenrijk, Italië, Cuba, Venezuela, de Dominicaanse Republiek, de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Curaçao, Mexico, Portugal en Spanje is gepubliceerd in Nature. Dit artikel is gebaseerd op een persmededeling van het Florida Museum of Natural History.  

Figuurtjes die gemaakt zijn door mensen uit de late Keramische Tijd, na 1200 n.C. Onderzoeker Keegan heeft de geschiedenis van de Caraïben beschreven als een 'caleidoscoop, dynamische combinaties van elementen die constant in beweging zijn'.
Photo courtesy of Corinne Hofman and Menno Hoogland
Voorbeelden van zogenoemde Chicoïde aardewerken voorwerpen uit Hispaniola, aardewerk dat gekenmerkt wordt door ingekerfde motieven en geboetseerde gezichten die vaak vleermuizen voorstellen.
Photo courtesy of Corinne Hofman and Menno Hoogland

Meest gelezen