Garden City 2.0 moet tuinwijken toekomstbestendig maken: "We willen jonge tweeverdieners warm maken voor de cité"

Nu de oudste tuinwijkwoningen al 100 jaar oud zijn, gaat de stad Genk op zoek naar een toekomst voor het patrimonium met Garden City 2.0. Samen met Regionaal Landschap Kempen en Maasland en Stebo onderzoekt de stad hoe de woningen op een duurzame, ruimtelijke én betaalbare manier in hun authenticiteit kunnen worden gerenoveerd. “We willen dat meer jonge tweeverdieners de investering in een historisch arbeidspand durven aangaan", verduidelijkt schepen van Wonen Alessandro Cucchiara (PROgenk).

Volgens Alessandro Cucchiara zijn veel jongeren geïnteresseerd in de oude citéwoningen, maar steken twijfels over renovatiemogelijkheden maar al te vaak de kop op. “Mensen vragen zich bijvoorbeeld af of ze zich niet blauw zullen betalen aan verwarming. Is zo’n woning wel energiezuinig genoeg? En zijn er uitbreidingsmogelijkheden? Dankzij de expertise van onze partners willen we de richtlijnen enerzijds duidelijk in kaart brengen. En daarnaast willen we uitzoeken of er hefbomen zijn naar subsidies en andere steunmiddelen om geïnteresseerde kopers te kunnen ondersteunen.”

Specifieke renovatietechnieken

Bij het renoveren van een tuinwijkwoning doe je nu eenmaal niet zomaar je zin. Niet alle renovatietechnieken zijn aan de orde, waardoor het totale kostenplaatje vaak hoger ligt dan dat van een klassiek op te knappen huis. “We zullen rekening houden met de investeringsmiddelen van de bewoners, met respect voor de erfgoedkwaliteiten”, benadrukt burgemeester Wim Dries (CD&V). “Een eeuw na het bouwen van de eerste arbeiderswoningen staan we op een kruispunt: we gaan op zoek naar nieuwe methodes om de huizen betaalbaar, energievriendelijk en ruimtelijke te renoveren. We hebben als stad altijd geïnvesteerd in onze tuinwijken en willen een duurzame toekomst breien aan die lange traditie.”

Schepen Cucchiara voegt toe dat een transitie naar de Garden City 2.0 een grote impact kan hebben op andere tuinwijken, in Vlaanderen maar ook transnationaal. “Beproefde modellen zijn immers ook op andere plaatsen toepasbaar. Het geeft ons als partners niet alleen de kans om als koploper goede praktijken uit te wisselen, het project is ook bijzonder relevant voor het klimaatbeleid op alle bestuursniveaus."

Meest gelezen