We verplaatsen ons vaker, ondanks fragiele coronasituatie en aangekondigde controles op telewerk

Een fragiele situatie op het coronafront? Strenge controles op telewerk? Daar is in het verkeer niets van te merken. VRT NWS dook in de cijfers van het verkeerscentrum en van Apple en Google. Afgelopen week nam de drukte op de weg toe.

Volgens cijfers van het verkeerscentrum legden we vorig werkweek (11 tot 15 januari) met de auto 22.5 procent minder kilometers af dan in dezelfde week van 2020, voor corona dus. Dat is meer dan in de eerste werkweek van januari 2021, toen er nog 25 procent minder autoverkeer was. Niet helemaal onlogisch want uit de statistieken van de jaren voor corona blijkt dat we ons na de kerstperiode in januari week na week sowieso iets meer verplaatsen.

Je zou echter verwachten dat de verkeerscurve door de fragiele situatie met licht stijgende besmettingscijfers, sluimerende varianten en de door de regering aangekondigde strenge controles op thuiswerk minstens zou stagneren, maar daar is geen sprake van.

Je zou verwachten dat de verkeerscurve door de fragiele situatie met licht stijgende besmettingscijfers en controles op thuiswerk zou stagneren, maar daar is geen sprake van

Wat betreft auto’s en bestelwagens is het verkeersvolume op de Vlaamse snelwegen van afgelopen week te vergelijken met dat van de tweede week van december 2020. Dat was al beduidend méér dan in november, de eerste maand van de tweede lockdown. De schok na het begin van de strengere maatregelen van 3 november deed onder meer weer meer mensen telewerken maar dit effect kalfde na enkele weken al af. In december gingen de winkels ook opnieuw open, wat natuurlijk bijkomend verkeer veroorzaakte.

Afgelopen week nam het vrachtverkeer eveneens toe. Er zijn nu bijna evenveel vrachtwagens op de weg als in dezelfde periode van 2020. In de week van 4 januari was dat nog 12 procent minder.

Als gevolg van de stijgende verkeersdruk nam de filedruk in de week van 11 januari met 22 procent toe in vergelijking met de week van 4 januari. In het algemeen ligt die echter nog altijd 54 procent lager dan in januari 2019. Een deel van die files is ook te verklaren door de vele ongevallen en het slechte weer van vorige week.

We werken minder thuis

Cijfers over telewerk in januari kunnen de meeste HR-dienstverleners pas in februari leveren maar de gegevens van grote technologiebedrijven zoals Google verraden al enkele trends. Google houdt verplaatsingspatronen bij per geografische locatie, voor verschillende categorieën zoals detailhandel en recreatie, supermarkten en apotheken, parken, OV-stations, en werk- en woonlocaties. Wanneer je je locatiegegevens van je smartphone activeert en je verplaatst je naar een specifieke plek of je verblijft daar even, dan kan het bedrijf daar globale trends uit afleiden.

De grafiek hieronder toont hoeveel tijd we in Vlaanderen op onze werkplek en thuis doorbrachten, over de periode van het begin van de coronacrisis tot 12 januari 2021. De zwarte lijn in het midden van de grafiek is het referentiepunt (januari 2020). De blauwe balkjes onder en boven duiden het verschil ten opzichte van dat punt aan.

Telewerk won in november bij de tweede lockdown dus weer aan populariteit. In de week na de herfstvakantie brachten we in Vlaanderen volgens de gegevens van Google tot de helft minder tijd op het werk door maar in de weken daarna verlieten we onze telewerkstoel in de keuken weer vaker. Op dinsdag 12 januari gingen we nog slechts 27 procent minder vaak naar de werkplek, en dat is vergelijkbaar met de laatste week voor de tweede lockdown.

In Brussel zijn mensen beduidend minder frequent op de werkvloer en vaker thuis dan in Vlaanderen. Maar ook hier kruipt het percentage wel weer gestaag richting de basislijn (-48% op 11 januari, -46% op 12 januari, een week eerder -50% op maandag, -48% op dinsdag). 

De betere telewerkcijfers in Brussel hebben zeker te maken met de structuur van de economie in het gewest: die is bij uitstek gericht op diensten en administratie, dat zijn sectoren waar je makkelijker thuis aan de slag kan. Echter, arbeidseconomen en verkeerskundigen hebben vorig jaar al opgemerkt dat vooral treinpendelaars vaker thuiswerken. Die zijn namelijk beducht voor besmettingen op het openbaar vervoer.  Brussel ontvangt erg veel van die pendelaars van buiten het gewest. Vlamingen die in het eigen gewest werken, hebben vaak minder goede OV-verbindingen en rijden in de veilige cocon van de auto naar de werkplek. Of stappen alsnog in de auto wanneer ze voor een essentiële verplaatsing richting Brussel moeten.

Antwerpen: gebruik van auto en OV neemt voorzichtig toe

Gegevens van Apple laten dan weer zien hoe vaak we met de auto rijden, het openbaar vervoer nemen of te voet gaan. De berekeningen van het techbedrijf zijn gebaseerd op het relatieve aantal aanvragen voor routebeschrijvingen op bijvoorbeeld iPhones per land, regio of provincie in vergelijking met een ijkpunt. Dat is 13 januari 2020. Het nadeel van dat unieke ijkpunt is dat het geen rekening houdt met de seizoenschommelingen per vervoersmiddel. In de lente en zomer gaan we door het mooie weer bijvoorbeeld vaker te voet of met de fiets. We bevinden ons momenteel echter quasi op het ijkpunt van 2020, waardoor een vergelijking toch mogelijk is. In de grafiek hieronder voor de provincie Antwerpen is echter vooral de evolutie doorheen het jaar interessant. 

We zien in de week van 11 januari 2021 een voorzichtige stijging van het autogebruik ten opzichte van de werkweken in november en december 2020 maar het autogebruik ligt nog steeds beduidend lager dan in de periode van mei tot midden oktober van vorig jaar. Het gebruik van het openbaar vervoer zou volgens Apple dan weer sneller toenemen.

De cijfers voor Antwerpen zijn niet representatief voor de rest van Vlaanderen. In Vlaams-Brabant telde Apple tot 16 januari bijvoorbeeld iets minder routebeschrijvingen voor de auto maar méér reizigers op het openbaar vervoer. In het gewest Brussel daalden beide categorieën, al blijven de verschillen relatief.

Meest gelezen