Videospeler inladen...

"Vergeten" vluchtelingenkampen in Syrische provincie Idlib geteisterd door hevige regen (en straks ook vrieskou)

In Idlib, in het noordwesten van Syrië, maakt hevige regen het leven van duizenden vluchtelingen nog ellendiger dan het al was. Tientallen tentenkampen zijn ondergelopen door water en modder. In sommige kampen heeft het ook gesneeuwd. Duizenden tenten zijn als gevolg onbewoonbaar, waardoor de vluchtelingen opnieuw op zoek moeten gaan naar opvang.

Hevige stortregens hebben de voorbije dagen lelijk huisgehouden in het noordwesten van Syrië, waar nog altijd vele duizenden ontheemden in erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen leven. 

Door de onafgebroken regenval zijn tientallen van die kampen herschapen tot modderpoelen. Volgens de hulporganisatie Save the Children zijn in totaal meer dan 2.500 tenten verwoest en ruim 40.000 mensen getroffen. Een kind van 6 jaar is om het leven gekomen toen de tent waarin het verbleef instortte. 

Bekijk hier de reportage in het journaal (22/01/2021):

Videospeler inladen...
Videospeler inladen...

Tenten zijn ondergelopen. Dekens en tapijten doorweekt. Mensen moeten zich door de modder een weg banen door het kamp. Sommigen op rubberlaarzen, maar anderen op slippers. 

AFP or licensors

"Er zijn geen woorden om onze ellende te beschrijven", zegt een bewoner aan het Franse persagentschap AFP. "Het kamp is veranderd in een meer."

AFP or licensors

Met bulldozers ruimen reddingswerkers dikke lagen modder op die zich rond de plastic tentjes hebben opgehoopt. Tientallen ontheemden zoeken tijdelijk onderdak in schoolgebouwen en moskeeën.

AFP or licensors

Nu de wereld al zowat een jaar lang in de greep is van de coronapandemie, is het lot van de vele vluchtelingen in Idlib (en elders in en buiten Syrië) naar de achtergrond verdwenen. 

Vorig jaar rond deze tijd nochtans stond de Syrische regio idlib in de aandacht, want daar leek toen net een hevig eindoffensief te zijn ingezet van het Syrische regeringsleger, met de steun van Rusland, tegen de laatste rebellen.

Idlib, de noordwestelijke provincie die grenst aan Turkije, is de laatste Syrische provincie die nog in handen is van tegenstanders van de Syrische president Bashar al-Assad. De regio wordt gedomineerd door jihadisten die banden hebben met terreurorganisatie Al Qaeda, maar er wonen ook 3 miljoen burgers.

De helft zijn inwoners die hierheen zijn gedreven uit delen van Syrië die eerder al door het regime werden heroverd. Vanaf de zomer van 2019 werd Idlib belaagd door luchtaanvallen, en daarna ook door een grondoffensief van het leger van Assad, gesteund door Rusland. 

In maart kwam het echter tot een bestand. Dat werd weliswaar nu en dan geschonden, maar toch is het al maandenlang rustig in Idlib. Onder meer of zelfs vooral, door het coronavirus, waardoor de Syrische regering, maar ook Rusland en Turkije andere katten te geselen hebben. Na het bestand zijn sommige vluchtelingen teruggekeerd naar hun woonplaatsen, maar de meesten verblijven nog altijd in de overbevolkte kampen.

12 moorden in kamp Al-Hol

Intussen waarschuwen de Verenigde Naties over de wantoestanden in het kamp Al-Hol in het noordoosten van het land. Daar zijn sinds begin dit jaar zeker al twaalf moorden gepleegd. Het kamp is onder controle van de Koerdische troepen, bondgenoot van de westerse coalitie tegen terreurgroep IS. Daarin zitten vooral vrouwen en kinderen van IS-strijders opgesloten, onder wie ook Belgen. Maar in het kamp verblijven ook vluchtelingen. De VN roept de Koerdische autoriteiten op om de veiligheid te garanderen zowel voor de bewoners als de hulpverleners.

Meest gelezen