Reuzen Patagonische hommels kwamen ooit overvloedig voor in Chili en Argentinië maar zijn nu zeldzaam.
Eduardo E. Zattara

Een kwart van de bekende bijensoorten wereldwijd is niet meer waargenomen sinds de jaren 90

Tot 25 procent van de wilde bijen- en hommelsoorten die vroeger waargenomen werden, worden sinds de jaren 90 niet meer opgetekend in wereldwijde waarnemingsverslagen. En dat ondanks het feit dat er nu veel meer van dergelijke waarnemingsverslagen beschikbaar zijn. Dat blijkt uit een Argentijnse studie. De onderzoekers zeggen dat dit niet noodzakelijk betekent dat die soorten zijn uitgestorven, maar het is wel mogelijk dat ze zo zeldzaam zijn geworden dat niemand ze nog in het wild waarneemt. Ze roepen op tot dringende actie om wilde bijen te beschermen.

De bestuiving door wilde en gekweekte bijen is fundamenteel voor het voortbestaan van honderdduizenden wilde plantensoorten en speelt een sleutelrol bij het verkrijgen van goede oogsten voor zo'n 85 procent van onze voedselgewassen. 

"Met de opkomst van de burgerwetenschap en het vermogen om data te delen, is het aantal waarnemingsverslagen exponentieel gestegen, maar het aantal soorten in deze verslagen daalt" zei eerste auteur van de studie Eduardo Zattara. Zattara is een bioloog die gespecialiseerd is in bestuiving aan de Consejo Nacional de Investigaciones Científicas y Técnicas (CONICET) en de Universidad Nacional del Comahue in Argentinië. 

"Het is nog geen 'bijen-cataclysme', maar wat we wel kunnen zeggen is dat de wilde bijen het niet bepaald goed doen." 

Een behangersbij (Megachile sp.), een van de duizenden soorten van wilde bijen. De bij heeft duidelijk veel stuifmeel verzameld, een activiteit waarbij bijen planten bestuiven.
Eduardo E. Zattara

Global Biodiversity Information Facility

Er zijn al veel studies over de afnemende bijenpopulaties, maar deze spitsen zich meestal toe op een bepaald gebied of op een bepaald type van bij. De onderzoekers van de nieuwe studie waren geïnteresseerd in het identificeren van meer algemene wereldwijde tendensen in de diversiteit van de bijen. 

"Uitzoeken welke soorten waar leven en hoe het met elke populatie gesteld is, aan de hand van complexe verzamelingen van datasets kan erg verwarrend zijn", zei Zattara. "Wij wilden een eenvoudigere vraag stellen: welke soorten zijn er waargenomen, waar dan ook ter wereld, in een bepaalde periode?"

Om hun antwoord te vinden doken de onderzoekers in de Global Biodiversity Information Facility, een internationaal netwerk van gegevensbanken dat verslagen bevat die meer dan 3 eeuwen teruggaan van musea, universiteiten en privépersonen en waarin gegevens staan over meer dan 20.000 bekende bijensoorten van over heel de wereld. 

Niet alleen stelden de onderzoekers vast dat van een kwart van het totale aantal bijensoorten die voor 1990 waargenomen werden, er geen waarnemingen meer opgetekend werden tussen 2006 en 2015, daarnaast ontdekten ze ook dat die achteruitgang niet gelijk verdeeld was over de verschillende families van bijensoorten. 

Waarnemingen van bijensoorten uit de halictidae-familie - de op een na grootste familie met vrij algemeen voorkomende bijen - zijn sinds de jaren 90 met 17 procent afgenomen, bij de Melittidae - een veel zeldzamere familie - is het aantal waarnemingen met wel 41 procent gedaald. 

"Het is belangrijk dat we ons ervan bewust zijn dat 'bij' niet enkel honingbij betekent, ook al zijn honingbijen de meest gekweekte soort", zei Zattara. "De voetafdruk van onze samenleving heeft ook een impact op wilde bijen, die eveneens diensten aan het ecosysteem verlenen waar we afhankelijk van zijn."

Honingbijen in volle vlucht;
Waugsberg/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.5

"De bijen kunnen niet wachten"

Deze studie bekijkt de wereldwijde toestand van de diversiteit van de bijen van nabij, maar de analyse die gemaakt wordt is te algemeen om met zekerheid iets te zeggen over de huidige toestand van individuele soorten. 

"Het gaat hem niet over hoe zeker de aantallen hier wel zijn, het gaat meer over de tendens", zei Zattara. "Het gaat over de bevestiging dat wat aangetoond is op het lokale vlak, ook wereldwijd aan het gebeuren is. En ook over het feit dat we veel zekerder zullen kunnen zijn naarmate er meer data gedeeld worden via openbare databanken."

De onderzoekers waarschuwen er echter voor dat dit soort van zekerheid misschien niet zal bereikt worden voor het te laat is om de achteruitgang nog te stoppen of om te keren. 

"Er is iets aan de hand met de bijen, en er moet iets gebeuren", zei Zattara. "We kunnen niet wachten tot we absolute zekerheid hebben, aangezien we die slechts zelden kunnen bereiken in de natuurwetenschappen. De bijen kunnen niet wachten." 

De studie van Zattara en zijn collega Marcel A. Aizen is gepubliceerd in het tijdschrift One Earth. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van Cell Press. 

Een 'plasterer bee', Cadeguala albopilosa.
Eduardo E. Zattara

Meest gelezen