Nicolas Maeterlinck

Moet ik meer betalen als ik een huis met zonnepanelen huur? En kan ik een digitale meter uitstellen tot 2029?

De vernietiging van de overgangsmaatregel met de terugdraaiende teller voor ongeveer 570.000 gezinnen met zonnepanelen blijft de gemoederen beroeren. Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) zal tegen april zoveel mogelijk overblijvende vragen en onduidelijkheden wegnemen. VRT NWS doet alvast een poging.

Wat met huurders van woningen waarop zonnepanelen liggen?

De financiële compensatie geldt in principe voor de eigenaar van de zonnepanelen. Dat is meestal ook de eigenaar van de woning: de verhuurder dus, die de investering heeft gedaan. Voor mensen die huren is er geen aparte financiële compensatie. 

Maar als huurder zit je dus mogelijk wel met een hogere stroomfactuur, zeker als je je stroomverbruik niet kan aanpassen. Je kan proberen in overleg met je verhuurder om je huurcontract naar beneden toe te heronderhandelen. Maar veel zal afhangen van je huurcontract: als daar bepalingen in staan over een virtueel terugdraaiende teller kan je daar alleszins met je verhuurder over onderhandelen.

Hoe wordt de compensatie berekend voor mensen die achteraf, zoveel jaar later, nog zonnepanelen hebben bijgelegd?

Als je bijkomende zonnepanelen werden geplaatst op een andere aansluiting (ander EAN-nummer) dan je oorspronkelijke zonnepaneleninstallatie, krijg je voor elke installatie een aparte financiële compensatie. De berekening gebeurt op basis van het piekvermogen (aantal kWp) en het jaar dat de installatie werd gekoppeld aan de aansluiting (EAN-nummer). Hoeveel je voor welk jaar krijgt kan je hier laten uitrekenen.

Als je bijkomende zonnepanelen op dezelfde aansluiting (hetzelfde EAN-nummer) als je oorspronkelijke zonnepanelen werden aangesloten, dan wordt het piekvermogen (aantal kWp) van de beide installaties samengeteld. De financiële compensatie wordt dan berekend op basis van het totale piekvermogen van de zonnepaneleninstallaties samen. Het maakt geen verschil of je nu uitbreidt op dezelfde omvormer of je een extra omvormer plaatst. Zolang de zonnepanelen op hetzelfde EAN-nummer zijn aangesloten worden ze eigenlijk beschouwd als één installatie.

Belangrijk: het is het installatiejaar van de oorspronkelijke (oudste) zonnepanelen dat je compensatie van je totale aantal geplaatste zonnepanelen bepaalt. De zonnepanelen die er later bijkomen worden dus verrekend op de zelfde manier als je oudste panelen.

Een paar voorbeelden om éen en ander te verduidelijken:

Voorbeeld 1: Je nam in 2011 voor het eerst zonnepanelen in dienst, met een piekvermogen van 4 kWp.  In 2018 breidde je je installatie uit, met 2 kWp op dezelfde aansluiting. Je zal dan één aanvraag voor financiële compensatie moeten indienen, voor de volledige installatie van 6 kWp. Die 6 kWp worden dan gecompenseerd alsof je volledige zonnepaneleninstallatie in 2011 in dienst werd genomen. In dit geval krijg je 0 euro financiële compensatie. Installaties uit 2011 hebben namelijk geen recht op een tegemoetkoming. 

Je buur die in 2018 voor het eerst een installatie van 2 kWp zonnepanelen legde, krijgt wél een tegemoetkoming: 696 euro.

Voorbeeld 2: Je plaatste in 2014 voor het eerst zonnepanelen, met een piekvermogen van 4 kWp. In 2018 legde je er extra zonnepanelen bij: 2 kWp op dezelfde aansluiting (hetzelfde EAN-nummer). Ook hier zal je maar één aanvraag voor financiële compensatie moeten indienen, omdat de overheid dit als een volledige installatie van 6 kWp beschouwt. De compensatie wordt dan berekend alsof je volledige zonnepaneleninstallatie in 2014 in dienst werd genomen. In dit geval heb je recht op een financiële compensatie. Installaties uit 2014 krijgen een tegemoetkoming: 289 euro per kWp. Dus je krijgt 1.734 euro in totaal voor je installatie van 6 kWp.

Je buur die in 2018 6 kWp legde krijgt voor zijn installatie 2.088 euro (want 1 kWp uit 2018 is goed voor 348 euro).

Ik heb vorig jaar zonnepanelen laten leggen en heb een tweevoudige meter. Fluvius raadde me aan om over te schakelen op een enkelvoudige meter dichtbij de jaarlijkse meteropname. Ik was van plan om dat nu te doen. Kan dat nog zonder een digitale meter te krijgen?

Voor wie zonnepanelen heeft, is het vaak interessant om over te overschakelen op een enkelvoudige meter. Op die manier kan de teller overdag volop terugdraaien. De nachtteller kan immers alleen overdag terugdraaien tijdens het weekend.

De Vlaamse regering heeft de verplichte uitrol van de digitale meter bij eigenaars van zonnepanelen "on hold" gezet tot begin april. Als je nu een enkelvoudige meter vraagt, zal Fluvius bekijken of het technisch mogelijk is om de tariefwissel met de bestaande analoge meter door te voeren. Als dat zo is, kan de meter voorlopig nog blijven hangen en wordt bijvoorbeeld één telraam fysiek uitgeschakeld. 

Indien iets technisch onmogelijk blijkt - vooral als iemand van enkelvoudig naar tweevoudig zou willen of bij een defecte meter - dan is er de keuze: of een digitale meter laten plaatsen, of de vraag tot wijziging voorlopig annuleren.

Is het al mogelijk om de batterijen van mijn elektrische auto te gebruiken als thuisbatterij?

Nu bij eigenaars van zonnepanelen de elektriciteitsmeter binnenkort niet meer zal terugdraaien, wordt naar andere manieren gezocht om de stroom die door zonnepanelen geproduceerd wordt, op te slaan. Eén mogelijkheid is de thuisbatterij. Een andere manier is de batterij van de elektrische auto of de plug-inhybride.

Het principe is dat de auto overdag stroom, bijvoorbeeld afkomstig van zonnepanelen, kan opslaan. En dat je die 's avonds opnieuw kan gebruiken, wanneer de zon niet meer schijnt. De autobatterij heeft als voordeel dat die een veel grotere capaciteit heeft dan een thuisbatterij. Een thuisbatterij heeft een capaciteit van zo'n 5 tot 15 kWh. Die van een volledig elektrische auto 40 tot 90 kWh. Met andere woorden: de kans is groot dat je na een autorit nog voldoende stroom overhoudt om 's avonds te koken en tv te kijken. Een gemiddeld gezin verbruikt minder dan 10 kWh per dag.

Het idee achter dit systeem, dat "vehicle to grid" wordt genoemd, komt uit Japan. Het land is kwetsbaar voor aardbevingen en na de tsunami en de kernramp van Fukushima in 2011 zijn autoconstructeurs daar systemen gaan ontwikkelen om huizen - in geval van nood - van stroom te voorzien via de autobatterij.

Op dit moment zijn er maar enkele - Japanse - automerken die het systeem ondersteunen. Het gaat om de Nissan Leaf, de Nissan E-NV200 en de plug-in hybride Mitsubishi Outlander. Maar onder meer Hyundai en Renault brengen binnenkort geschikte modellen op de markt. Stroom opslaan in autobatterijen is niet alleen interessant voor de consument. Ook voor het elektriciteitsnetwerk kan het helpen om de grote vraag naar stroom op de piekmomenten wat af te vlakken.

Om het thuis te kunnen gebruiken, heb je een laadpaal nodig die in de twee richtingen werkt - dus ook om stroom uit de auto te halen - en een omvormer die in de auto of de laadpaal is ingebouwd. Die specifieke laadpalen bestaan al. Alleen zijn ze nog niet te koop voor consumenten. Maar experts gaan ervan uit dat die binnenkort op de markt zullen komen. De kostprijs wordt geschat op enkele duizenden euro's.

Videospeler inladen...

Wat wordt de planning voor de uitrol van de digitale meter bij mensen met PV? Zo lang mogelijk uitstellen?

Voorlopig is de installatie van digitale meters bij mensen met zonnepanelen geplaatst voor 2021 tijdelijk opgeschort, tot begin april. De regering heeft dus even op de pauzeknop gedrukt. 

Hoe de uitrol vanaf april precies gaat gebeuren is nog niet duidelijk. Het ziet er wel naar uit dat je als eigenaar van zonnepanelen niet langer meer bovenaan de lijst staat. Het plan om voor eind 2022 eerst alle gezinnen met zonnepanelen uit te rusten met een digitale meter, heeft minister van Energie Zuhal Demir laten varen.

Mogelijk zal de digitale meter nu wijk per wijk of straat per straat worden geplaatst. Of je nu zonnepanelen hebt of niet: het maakt geen verschil. Als jouw straat aan de beurt is, krijg je een installateur van Fluvius met een digitale meter aan je deur. En net als je buur (zonder zonnepanelen) zal jij (met zonnepanelen) de meter moeten aanvaarden. Zoniet kan Fluvius je stroom afsluiten. Maar dat is de theorie. In de praktijk is afsluiten niet zo eenvoudig: er moet lokaal overleg aan voorafgaan.

Wat met de elektrosensitiviteit: kan ik tot de komst van een meter met draad de plaatsing van de draadloze digitale meter weigeren?

Er is inderdaad nog een juridisch achterpoortje tot eind 2022: als je aanvoert dat je gevoelig bent voor de straling van een draadloze digitale meter, dan kan je die weigeren en een meter met draad eisen. Maar die meters zijn voorlopig pas vanaf 2023 op de markt,. Tot 31 december 2022 kan het argument van de "elektrosensitiviteit" een hindernis vormen. Ook het Grondwettelijk Hof wees daar in het arrest van 14 januari jl. nog eens op. Het sprak zich niet uit over het Vlaamse besluit over de uitrol van de digitale meter. In dat besluit stond namelijk niet welke technologie de digitale meters zouden gebruiken. Maar er stond wel in dat er vanaf 1 januari 2023 meters met een draad te beschikking zouden zijn. En een consument heeft het recht die meter te eisen, omwille van gezondheidsredenen, stipte het Hof aan.

In de praktijk zal Fluvius mensen die beweren ziek te worden van de draadloze digitale meter op een wachtlijst zetten. Vanaf 1 januari 2023 komen ze opnieuw bij je langs om een draadloze meter te plaatsen. Mocht je al een draadloze digitale meter hebben en je wil die laten verwijderen, dan zal Fluvius dat doen. Maar wél pas vanaf 1 januari 2023. Want de meters met draad zijn er dus nog niet. Hoewel: er zijn nu signalen dat er begin maart mogelijk andere meters zouden aankomen, die ook geen straling hebben. Weigeren kan dan in principe niet meer. Tenzij je je deur barricadeert. 

Waarom krijgen we niet evenveel geld voor de stroom die we op het net zetten als we betalen?

Er spelen twee elementen mee. Voor de stroomprijs zelf geldt er eenvoudigweg de wet van vraag en aanbod. Is er veel vraag naar elektriciteit (in de vooravond tijdens de winter bijvoorbeeld) en weinig aanbod (omdat de zonnepanelen 's avonds niets leveren), dan betaal je meer. Is er weinig vraag en veel aanbod (b.v. op een zonnige zondag in de vakantie) dan daalt de prijs. Die prijs wordt bepaald op de groothandelsmarkt. Op die markt kunnen de prijsverschillen tussen piek- en daluren makkelijk tientallen procenten bedragen. Vandaar dat je voor stroomoverschotten "maar" 4 cent zal krijgen, terwijl je voor de stroom die je van het net haalt makkelijk 7 tot 8 cent moet betalen. 

Voor alle duidelijkheid: leveranciers hebben het recht je 0 cent (nul cent) te bieden voor je overschotten. Ook als je geen contract afsluit, gaan je overschotten gratis het net op. Er is dus geen minimumprijs, maar de injectiecontracten die al wel beschikbaar zijn bieden meestal tussen de 3 à 4 cent per kWh.  Probleem: sommige leveranciers bieden gewoon nog geen injectiecontracten aan. Als je het systeem van de terugdraaiende teller verliest, zet je bij zo'n leverancier in de praktijk je stroom gratis op het net. Tweede probleem: injectiecontracten en leveringscontracten zijn momenteel nog altijd gekoppeld. Je kan niet bij de ene leverancier een injectiecontract onderhandelen en bij een andere een leveringscontract. In de praktijk komt dit neer op koppelverkoop. De vraag rijst of zoiets wel mag op een vrijgemaakte energiemarkt.

Naast de zuivere elektrciteitsprijs bestaat de stroomfactuur nog uit nettarieven en allerlei taksen en heffingen. Ze maken ongeveer twee derde uit van je factuur en moeten ook worden verrekend. Bij het systeem van terugdraaiende teller gebeurt dat gedeeltelijk via het prosumententarief. Dat is een ruwe schatting, omdat de klassieke terugdraaiende Ferrarismeters niet kunnen registreren hoeveel stroom je van het net haalt en hoeveel je er op zet. Met een digitale meter kan dat wel. Het prosumententarief verdwijnt dan en de netkosten zullen op een veel correctere manier worden aangerekend, net als de heffingen en taksen. Die kosten worden verrekend via je leveringscontract. Vandaar dat de totale prijs rond de 24 cent zal schommelen voor de stroom die je van het net haalt (door een combinatie van de duurdere stroom en de heffingen) en je "amper" 4 cent krijgt voor de stroomoverschotten die je op het net zet.

Wanneer komt de tegemoetkoming voor mensen met een warmtepomp en hoe zal die eruit zien?

Het is duidelijk dat mensen met een warmtepomp (of elektrische accumulatoren) de grootste slachtoffers dreigen te worden van het nieuwe systeem. Met een warmtepomp krijg je makkelijk een verdubbeling van je stroomverbruik. En warmtepompen zulllen het meeste draaien in de winter, wanneer je woning het meest moet worden verwarmd. Maar dat is precies ook het moment dat de stroomprijzen het hoogste zijn.

Met het systeem van de terugdraaiende teller werd dat verschil uitgevlakt: de stroomoverschotten van je zonnepanelen tijdens de zomer kon je gewoon tijdens de winter van het net halen, aan dezelfde prijs. Mensen met een warmtepomp legden dan dikwijls ook zeer grote zonne-installaties, wat de kost van de totale investering makkeljk kon doen oplopen tot 20.000 of zelfs 30.000 euro. Het nieuwe systeem betekent dan ook een enorme klap voor hen. De overheid beseft dat en zoekt momenteel nog naar een oplossing.

Maar die lijkt juridisch niet zo eenvoudig.  De enige uitweg lijkt extra subsdies of ... radicale politieke keuzes. Zo wordt er al langer gediscussieerd over een CO2-taks op fossiele brandstoffen, zoals aardgas of stookolie. De inkomsten van die taks kunnen worden gebruikt om de elektriciteitsfactuur te verlagen. Maar een dergelijke taks-shift ligt politiek erg gevoelig. Er wordt al jaren over gebakkeleid, maar een CO2-taks lijkt echt niet voor morgen. Op een radicale oplossing voor de warmtepompen is het dus wel nog even wachten. 

Ook de Vlaamse overheid probeert zoveel mogelijk van uw vragen te beantwoorden. U kunt daarvoor terecht op deze website. De vragen worden regelmatig geactualiseerd.

Meest gelezen