Archieffoto
ROBIN UTRECHT

Doodgaan onderaan de maatschappelijke ladder: elk overlijden raakt ons als basiswerkers

De RuimteVaart, een armoedevereniging in Leuven, werd de afgelopen weken geconfronteerd met een aantal overlijdens van bezoekers én vrijwilligers. Mensen die met een stille trom van de radar verdwenen. Het toont hoe de eerstelijnsondersteuning onvoldoende bereikbaar is voor zij die onderaan de maatschappelijke ladder staan, schrijft basiswerker Freya Boelaert. De coronacrisis heeft die kloof alleen maar groter gemaakt. Boelaert getuigt over hoe elk afscheid er bij hen extra hard op inhakt.

De beschaving van een samenleving kan je afmeten aan hoe deze omgaat met de zorg voor de meest kwetsbaren. En nog specifieker aan de zorg wanneer mensen onderaan de maatschappelijke ladder overlijden.

Hoe worden mensen begraven wanneer er niemand is om van hen afscheid van te nemen? Wanneer er geen geld is om dat afscheid nemen te omkaderen? Als men plots niets meer laat horen, en er dagen onopgemerkt voorbijgaan zonder dat iemand dat beseft?

Belangrijke vragen. Vragen die ons met de neus op de feiten drukken die we niet graag zien. Een realiteit waarmee we de laatste maanden net een keer te veel werden geconfronteerd bij de RuimteVaart, armoedevereniging aan de Leuvense Vaart. Net een keer te veel moesten we op zoek naar vrienden, familie of kennissen van een overleden bezoeker of vrijwilliger. Net die keer te veel planden we een moment van samen afscheid nemen. 

Een 50-jarige dakloze die ‘s nachts in een gekraakte woning overleed en plots niet meer dagelijks langskwam voor een vlotte babbel, een tas koffie, een beetje rust in de droogte en warmte. Een 40-jarige vrijwilliger die meer dan één tegenslag te veel te incasseren kreeg bovenop een slechte gezondheid door een stevig levensparcours, mentale hoogspanning en dit zonder sociaal netwerk om op terug te vallen. Een 60-er die zeven dagen op zeven werkte met gekende fysieke kwalen maar een hart van goud voor wie niemand anders had.

(lees verder onder de foto van een gedenkplekje bij De RuimteVaart)

Een slechtere gezondheid, hogere stressniveaus en psychische problemen: de coronacrisis vergroot al deze effecten van armoede

Afscheid moeten nemen voelt wrang. Het overlijden van deze mensen viel niet uit de lucht. Stuk voor stuk gaat het om mensen met een hard leven. Dat mensen in armoede een kortere levensduur hebben dan mensen die niet in armoede leven, is gekende materie. Armoede gaat gepaard met een slechtere gezondheid, met continu hogere stressniveaus vaak al van in de kindertijd, en meer psychische gezondheidsproblemen. Terzelfdertijd leidt armoede ook nog eens tot uitstel van zorg, terwijl deze groep hier net méér nood aan heeft. En dan hebben we het nog niet over de verhoogde fysieke en mentale gezondheidsimpact van een leven op straat of in onzekere context van thuisloosheid. Zoals gezegd, het is gekende materie voor wie er dagelijks mee geconfronteerd wordt. Moet het gezegd dat de coronacrisis  al deze effecten versterkt en vergroot?

Maanden, soms jaren zien we waarschuwingssignalen. Alles in onze macht halen we uit de kast: doorverwijzingen naar OCMW voor schuldbemiddeling, referentieadres bij dakloosheid of leefloon, naar CAW voor ondersteuning bij het vinden van een dak boven het hoofd, naar het Centrum voor Geestelijke Gezondheid voor psychologische ondersteuning, naar het Wijkgezondheidscentrum voor toegankelijke basisgezondheidszorg, naar wat er ook mogelijk was als weg uit een complexe spiraal. 

Bij elk overlijden vragen we ons af of we toch niet meer hadden kunnen doen

En telkens zijn wij het, basiswerkers van de nulde lijn die zich bij elk overlijden afvragen of we toch niet nog meer hadden kunnen doen. Nog meer? Dagelijks beschikbaar zijn voor verhalen en vragen van mensen. Dagelijks hoop zoeken, samen. ’s Avonds, ‘s nachts en in het weekend berichten beantwoorden van mensen in nood omdat ze bij niemand anders terechtkunnen. Mensen op een vrije dag in het ziekenhuis bezoeken omdat er niemand anders is. Inspringen op elk mogelijk moment, omdat we vaak als begeleiders nog het enige houvast zijn. Zoeken naar dat klein stukje netwerk dat er misschien nog is, om samen de zorg en het afscheid te dragen. 

We zijn met te weinig om in die nuldelijn te ploeteren, in afwachting tot de wachtlijsten van de eerste lijn een plek bieden

Nuldelijners willen veel doen. Dat we niet ruim betaald zijn, is niet het probleem. Dat we met te weinigen zijn om in die nuldelijn te ploeteren, in afwachting tot de wachtlijsten van de eerste lijn een plek bieden is dit zeker wel. Dat de politieke verantwoordelijken dit pijnpunt kennen en niettegenstaande toch weinig daden stellen naar versterking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg en van basiswerkingen is dat nog meer. Onderaan die ladder van welzijn en kansen, van zorg en ondersteuning proberen we het gebrekkige systeem voor de meest kwetsbaren in onze samenleving overeind te houden. In tijden waarin een coronapandemie de samenleving in haar greep houdt, met als gevolg nog meer onbereikbaarheid van diensten, proberen we nabij te zijn. Loketten blijven gesloten, diensten werken enkel nog op afspraak, digitale gesprekken worden het nieuwe normaal. Het treft de meest kwetsbaren en het raakt ons diep. 

De onderkant van de maatschappij vormt geen politieke prioriteit. Behalve een belangrijke gezondheidscrisis, confronteert het coronavirus ons met een maatschappijcrisis. De kloof tussen arm en rijk neemt toe en dit op alle vlakken. Elk overlijden, en vorige week waren dat er twee te veel, raakt ons als basiswerkers. Het is een symbool voor een falende maatschappij die zichzelf hoog plaatst op de ladder van menswaardigheid, maar de plicht om in te staan voor de meest kwetsbaren dagelijks verzuimt. 

Op 14 januari ging onze radioploeg langs bij De Ruimtevaart. Uit cijfers van Netwerk tegen Armoede bleek toen dat meer dan 70 procent van de armoedeorganisaties in het coronajaar 2020 meer hulpaanvragen kreeg. Beluister hier de radioreportage:

Meest gelezen