Nieuwe eindtermen in secundair onderwijs zijn goedgekeurd: wat zijn ze en wat betekenen ze voor uw kind?

Het Vlaams Parlement heeft de nieuwe eindtermen in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs goedgekeurd. Een ingrijpende beslissing voor de toekomst van het onderwijs in Vlaanderen. Wat zijn die eindtermen precies en waarom was er nood aan een hervorming? En wat betekenen ze voor uw kind? Krijgt het meer leerstof of andere leerstof?

Wat zijn eindtermen?

Eindtermen bepalen wat een leerling in het secundair onderwijs aan het einde van een schooljaar of graad minimaal moet kennen en kunnen. Eindtermen zijn een aantal minimumdoelen aan kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes die de leerlingen moeten bereiken.

In het gewoon secundair onderwijs verschillen die eindtermen per graad. Er zijn met andere woorden eindtermen voor de 1e graad (1e en 2e middelbaar), de 2e graad (3e en 4e middelbaar) en de 3e graad (5e en 6e middelbaar). In de 1e graad verschillen de eindtermen per stroom: de A-stroom en de B-stroom (in de A-stroom zitten leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs hebben gehaald, in de B-stroom de leerlingen die dat getuigschrift niet hebben gehaald).

Vanaf de 2e graad verschillen de eindtermen per zogenoemde finaliteit: doorstromen naar het hoger onderwijs, arbeidsmarktgericht of dubbele finaliteit. Die komen in de nieuwe structuur van het secundair onderwijs (zie filmpje onderaan in dit artikel) in de plaats van het algemeen secundair onderwijs (aso), beroepsonderwijs (bso), technisch onderwijs (tso) en kunstonderwijs (kso), al zijn die onderwijsvormen niet helemaal verdwenen en zijn er ook daar nog verschillen in eindtermen.

Bekijk her het verslag uit "Het Journaal":

Videospeler inladen...

Waarom nieuwe eindtermen?

De huidige eindtermen in het secundair onderwijs dateren van midden jaren 90 en zijn dus al meer dan 20 jaar oud. Er was dus nood aan om ze moderner en actueler te maken. Voor specifieke vakken houdt dat in dat de eindtermen onder meer worden aangepast aan nieuwe kennis over of nieuwe toepassingen van bijvoorbeeld wiskunde of economie. Of zoals Filip Moons van de Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars het verwoordt: "We hebben de nieuwe eindtermen aangepast aan de wiskunde van deze eeuw."

Maar de nieuwe eindtermen moeten bepaalde doorstroomrichtingen ook beter laten aansluiten op hogere opleidingen. "We weten bijvoorbeeld dat een richting humane wetenschappen leerlingen vandaag onvoldoende voorbereidt op een universitaire opleiding psychologie", legt Moons uit. "We hebben dus gekeken hoe we al die richtingen moeten invullen om er toch voor te zorgen dat je kan slagen in een universitaire opleiding die daarmee te maken heeft." Concreet komt er in de humane wetenschappen bijvoorbeeld extra aandacht voor statistiek, waarvan geweten is dat dat in een universitaire opleiding sociale wetenschappen vaak een struikelvak is.

hdw

Ten derde wordt de algemene basisvorming uitgebreid, wat onder meer inhoudt dat de minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld leerlingen uit het bso ambitieuzer worden. In de nieuwe eindtermen is er onder andere meer aandacht voor wetenschappen, techniek en wiskunde (vaak aangeduid met het begrip STEM). Maar er wordt voortaan ook ingezet op digitale en financiële competenties, ondernemingszin en burgerschap. Met de nieuwe eindtermen zullen leerlingen op hun 18e meer kennen en kunnen en zo beter voorbereid zijn op een leven als volwassene, is de redenering, of ze nu verder studeren of meteen naar de arbeidsmarkt trekken.

Aan de nieuwe eindtermen voor de tweede graad is meer dan twee jaar gewerkt. Kort samengevat stelde het Vlaams Parlement op basis van Europese documenten en richtlijnen 16 sleutelcompetenties op. Zoals "digitale competentie en mediawijsheid", "duurzaamheid", "historisch bewustzijn" of "burgerschap". Bekijk ze allemaal op onderstaande afbeelding.

Met die sleutelcompetenties gingen zogenoemde ontwikkelingscommissies (met daarin de onderwijskoepels, leerkrachten, experten, ... ) dan aan de slag om de eindtermen zelf vast te leggen.

Wat betekenen die nieuwe eindtermen nu voor uw kind?

Moderner, actueler en ambitieuzer dus. Maar wat betekent dat nu concreet voor uw kind? Zal het binnenkort compleet andere leerstof krijgen? Zal het meer leerstof moeten verwerken? We vroegen aan een aantal experten die meewerkten aan de hervorming van de eindtermen (en die dan ook vurig verdedigen) wat er zoal verandert en waarom dat een goede zaak is voor uw kind(eren).

In tijden waarin een computer veel zelf berekent, verliezen pure rekentechnieken aan belang. Anno 2021 is het belangrijker dat leerlingen vooral heel goed snappen wat ze aan het berekenen zijn met de computer

Filip Moons, Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars

Wat wiskunde betreft, "zijn we gaan zoeken naar het evenwicht tussen echt inzicht en puur rekentechnische vaardigheden", legt Filip Moons van de Vlaamse Vereniging voor Wiskundeleraars uit. Moet er bijvoorbeeld nog zoveel tijd besteed worden aan algebra, in een tijd waarin computers heel veel van die dingen hebben overgenomen? "Je kunt je de vraag stellen of dat anno 2021 nog bij de tijd is en of het niet belangrijker is dat leerlingen vooral heel goed snappen wat ze aan het berekenen zijn met die computer. Dus er is nu veel meer aandacht voor theorie en bewijsvoering, de echt pure rekentechnieken uit de vorige eeuw verliezen aan belang."

Er zijn ook een aantal nieuwe onderwerpen bijgekomen, stipt Moons aan. "We worden overspoeld met data, bijvoorbeeld in de media, en daar correct mee omgaan, vinden wij voor iedereen belangrijk, ook voor leerlingen in het beroepsonderwijs. Zodat ze bijvoorbeeld snappen dat een causaal verband toch wel iets anders is dan een correlatie." Er wordt ook meer aandacht besteed aan logisch denken, iets wat vreemd genoeg nu amper aan bod komt.

Voor het vak wiskunde betekenen de nieuwe eindtermen ook dat door de bredere algemene vorming leerlingen in het beroepsonderwijs "een pak meer zullen moeten kennen", geeft Moons aan. Maar dat vindt hij helemaal terecht. "Uit bijna elk onderzoek blijkt dat bijna 1 op de 7 Vlamingen ongecijferd uit het onderwijs komt. Als iemand een factuur krijgt en er is hem 20 procent korting beloofd maar die is niet juist berekend, dan betekent die 'ongecijferdheid' dat je niet eens begrijpt dat je factuur niet klopt. De nieuwe eindtermen proberen dat te verhelpen."

De nieuwe eindtermen moeten leerlingen onder meer wapenen tegen "ongecijferdheid" en hun financiële competenties versterken, zodat ze klaar zijn voor het volwassen leven. "We zagen bijvoorbeeld in het verleden dat leerlingen het middelbaar onderwijs verlieten zonder te weten wat een hypotheek is of een vaste of variabele rente."

Dat houdt niet alleen in dat sommige leerlingen meer wiskunde zullen krijgen, de nieuwe eindtermen focussen voortaan ook op "financiële competenties", een nagenoeg nieuw onderdeel. "Daarmee willen we leerlingen wapenen om volwaardig te kunnen deelnemen aan de maatschappij", legt Kristof De Witte, onderwijseconoom aan de KU Leuven, uit.

"We zagen bijvoorbeeld in het verleden dat leerlingen het middelbaar onderwijs verlieten zonder te weten wat een hypotheek is of een vaste of variabele rente." Ook het verschil tussen eenmalige en terugkerende kosten zullen ze moeten kennen en ze zullen moeten weten wat aansprakelijkheid in de verzekeringssector precies inhoudt. "Dat zijn allemaal zaken die leerlingen vroeger niet kenden, waardoor ze toch een verhoogd risico lopen om kwetsbaar te zijn in de samenleving. Voor het individu is dat heel belangrijk, maar ook als maatschappij hebben we er baat bij dat mensen financieel geletterd zijn."

Over naar de sleutelcompetentie burgerschap. Een competentie die nu al aan bod komt in het middelbaar onderwijs, maar tot de zogenoemde vakoverschrijdende eindtermen behoort, bovendien zonder resultaatsverbintenis. "Dat komt er eigenlijk op neer dat scholen gewoon iets moeten doen, een of ander project rond burgerschap volstaat", legt Patrick Loobuyck uit, politiek filosoof aan de Universiteit Antwerpen en Universiteit Gent. "Het hing een beetje af van de goodwill van de school en de leerkracht. Met de nieuwe eindtermen moet men het echt koppelen aan een vak en door de resultaatsverbintenis zal burgerschap veel systematischer aan bod komen dan nu het geval is."

Burgerschap is een heel legitiem onderdeel van het middelbaar onderwijs, ook in het bso. Als experten hebben we ervoor geijverd dat men daar met name in het bso niet te gemakkelijk overheen gaat, omdat die jongeren er zogezegd geen interesse in zouden hebben

Patrick Loobuyck, politiek filosoof (Universiteit Antwerpen, Universiteit Gent)
Wat is politiek? Wat is een parlement? Welke rechten heb ik als burger? "Burgerschap zal door de nieuwe eindtermen veel systematischer in het middelbaar onderwijs aan bod komen."

Een goede zaak, vindt Loobuyck, want op die manier worden de leerlingen beter voorbereid "op burgerschap in een democratische samenleving als de onze". "We maken jongeren duidelijk dat je in een democratische samenleving bepaalde rechten hebt en er een rechtsstaat is die voor je belangen kan opkomen. We geven ook inzicht in wat politiek is, waarom er politiek is, waarom er een parlement is."

Jongeren krijgen op die manier ook een "democratische attitude" aangeleerd. "Je leeft samen met anderen en die kunnen er andere ideeën op na houden dan jij of een andere godsdienst hebben. En dan is het zaak om met die verschillen op een democratische manier om te gaan. Je legt dus eigenlijk een beetje de spelregels van een democratische samenleving uit, zonder dat het de bedoeling is om linkse of rechtse of nationalistische of niet-nationalistische burgers te maken. Evenmin is het de bedoeling om mensen braaf of gehoorzaam te maken. Het gaat erom dat je inzicht krijgt in wat burgerschap is en op welke manier je het straks als je volwassen bent, gestalte kunt geven."

Onderwijs is de enige plaats waar je alle jongeren en toekomstige burgers de basisuitgangspunten van de democratische samenleving kunt uitleggen, benadrukt Loobuyck. "Het is dan ook logisch dat het onderwijs daar structureel plaats voor maakt. Burgerschap is volgens mij een heel legitiem onderdeel van het middelbaar onderwijs, niet alleen in het aso, ook leerlingen van het bso en tso hebben daar belang bij. Als experten hebben we ervoor geijverd dat men daar met name in het bso niet te gemakkelijk overheen gaat, omdat die jongeren er zogezegd geen interesse in zouden hebben."

Leerlingen zullen daarom niet meer leerstof krijgen, we leggen wel de lat hoger in de manier van denken over geschiedenis

Karel Van Nieuwenhuyse, professor geschiedenisdidactiek (KU Leuven)

Bij het vak geschiedenis proberen de nieuwe eindtermen dan weer een aantal knelpunten weg te werken door een aantal bijkomende accenten te leggen. Zo moet er per graad niet alleen een historische periode, maar ook een aantal "historische sleutelbegrippen" behandeld worden "die je nodig hebt om een samenleving in het verleden te begrijpen", legt professor geschiedenisdidactiek Karel Van Nieuwenhuyse (KU Leuven) uit. Denk bijvoorbeeld aan staatsvormen, gelijkheid en ongelijkheid, kolonialisme of genocide.

Er is ook meer aandacht voor het kritisch behandelen van bronnen. "Daarnaast leren we ook historische redeneerwijzen aan en de complexe relatie tussen het verleden en het heden. We leren leerlingen nadenken over het gebruik en misbruik van het verleden. Tot slot focussen we ook op interculturele contacten. Nu wordt elk jaar een niet-westerse samenleving bestudeerd, bedoeld om een etnocentrische blik te overstijgen. Maar we zagen dat die niet-westerse samenlevingen vooral als te exotisch werden voorgesteld. Daarom focussen we nu op de ontmoeting met een andere samenleving."

De nieuwe aanpak houdt volgens Van Nieuwenhuyse niet in dat leerlingen in het vak geschiedenis meer leerstof zullen moeten verwerken. "Het resulteert wel in een hogere orde van het denkniveau. We leggen de lat hoger in de manier van denken over geschiedenis."

De nieuwe eindtermen leggen de lat ook wat hoger bij de andere talen, met als doel vooral een stevigere basiskennis van de grammatica en woordenschat. "Die basis staat al jaren onder druk en zorgt ervoor dat we meer en meer moeite hebben om onze doelstellingen in het hoger onderwijs nog te halen", zegt Nathalie Nouwen, docent Frans aan de KU Leuven. "Het feit dat nu heel expliciet wordt aangegeven wat er gekend moet zijn, welke elementen ingezet moeten kunnen worden in communicatie, lijkt me alvast een stap in de goede richting. Daarnaast zou de cyclische opbouw van die kennis, die maakt dat er elk jaar wordt herhaald vooraleer er wordt verder gebouwd, ook moeten bijdragen tot een betere verankering van die basiskennis."

Wanneer worden de nieuwe eindtermen van kracht?

Vandaag zijn de nieuwe eindtermen in de 2e en 3e graad goedgekeurd. Het is de bedoeling dat ze de komende schooljaren gefaseerd van kracht worden:

  • Schooljaar 2021-2022: nieuwe eindtermen van kracht in het 3e middelbaar
  • Schooljaar 2022-2023: nieuwe eindtermen van kracht in het 4e middelbaar
  • Schooljaar 2023-2024: nieuwe eindtermen van kracht in het 5e middelbaar
  •  Schooljaar 2024-2025: nieuwe eindtermen van kracht in het 6e middelbaar

Die planning kan mogelijk nog in de war gestuurd worden, mocht het Grondwettelijk Hof het decreet over de nieuwe eindtermen (deels) verwerpen (zie kaderstukje).

De eindtermen in de 1e graad zijn al van kracht, respectievelijk sinds het schooljaar 2019-2020 (1e middelbaar) en het schooljaar 2020-2021 (2e middelbaar.)

Er is ook kritiek

De nieuwe eindtermen lezen als een goedbedoelde en ambitieuze inhoudelijke hervorming van het middelbaar onderwijs. Maar ze worden niet overal evengoed onthaald. Zo verzet de onderwijskoepel Katholiek Onderwijs Vlaanderen zich tegen de nieuwe eindtermen, omdat er te veel zouden zijn en ze te gedetailleerd zouden zijn. Een visie die ook sommige oppositiepartijen in het Vlaams parlement delen.

Hoewel Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs, met eerdere voorstellen akkoord ging, verzet hij zich sinds enkele maanden tegen de laatste versies van de hervorming en pleit hij voor soberdere eindtermen. "De leraar wordt gereduceerd tot uitvoerder van een lijstje af te vinken eindtermen", is zijn kritiek, waardoor er geen ruimte meer zou zijn om eigen accenten te leggen en een eigen pedagogisch project uit te voeren. Boeve dreigt ermee naar het Grondwettelijk Hof te stappen als het Vlaams Parlement deze eindtermen goedkeurt.

Voor het Gemeenschapsonderwijs en de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten kunnen de nieuwe eindtermen wel door de beugel, al beseffen ze wel dat er hard gewerkt zal moeten worden om alles op tijd klaar te krijgen. Ze zijn vooral tevreden dat de modernisering van het secundair onderwijs niet stilvalt.

Er is ook kritiek op de bredere algemene vorming. In het technisch, beroeps- en kunstonderwijs vrezen ze dat die bredere algemene vorming ten koste zal gaan van specifieke praktijkvakken. Praktijkuren zullen verloren gaan aan algemene vakken om de minimumdoelen te kunnen halen, luidt de kritiek. En dat terwijl bijvoorbeeld technologie alsmaar complexer wordt en ook daar dus meer tijd in gestoken moet worden.

Om aan de kritiek over de haalbaarheid van de nieuwe eindtermen tegemoet te komen, is in het Vlaamse decreet alvast de oprichting van een praktijkcommissie opgenomen. Die moet de haalbaarheid van de nieuwe eindtermen na 1 jaar evalueren.

De nieuwe eindtermen, de inhoudelijke hervorming van het secundair onderwijs zeg maar, is onlosmakelijk verbonden met de structurele hervorming van het secundair onderwijs: de opdeling in domeinen en finaliteiten. Onderstaand filmpje van het Vlaams overheidsagentschap AHOVOKS legt bevattelijk uit hoe die nieuwe structuur eruitziet.

Meest gelezen