Radio 2

Geloofgemeenschap Jehovah’s getuigen riskeert geldboete voor aanzetten tot haat en discriminatie

De geloofsgemeenschap Jehovah's getuigen riskeert een geldboete voor het aanzetten tot discriminatie op grond van geloofsovertuiging en voor het aanzetten tot haat. Het gerecht startte een onderzoek nadat een ex-lid in 2015 klacht neerlegde tegen de vzw. “Ik hoop dat dit een signaal kan zijn”, aldus de openbare aanklager. “Niet zozeer de sanctie, maar wel de erkenning van deze wanpraktijken is in deze zaak van belang.”

Met 16 zijn ze, de burgerlijke partijen in de rechtszaak tegen de vzw ‘Christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen’. Allemaal waren ze ooit lid van de gemeenschap die waarschuwt voor het einde der tijden. Vandaag eisen ze - samen met steun van het interfederaal Gelijkekansencentrum Unia - aan het gerecht om een grens te trekken. Volgens hen stroken de praktijken binnen de gemeenschap niet met de discriminatiewet en zet het ‘uitsluitingsbeleid’ van de jehova’s aan tot discriminatie en haat.

Klacht door ex-lid

De bal ging in 2015 aan het rollen toen Gentenaar Patrick Haeck klacht neerlegde tegen de geloofsgemeenschap. Hij bekleedde vroeger een hoge functie bij de jehova’s maar werd in 2010 aan de kant gezet, naar eigen zeggen omdat hij bepaalde praktijken binnen de vereniging in vraag had gesteld. Het parket van Oost-Vlaanderen startte een onderzoek en bracht de Belgische vzw achter de jehova’s voor de rechtbank. Er werden geen verantwoordelijken bij de geloofsgemeenschap vervolgd. Op burgerlijk vlak stond de gemeenschap al vaker terecht, maar tot een strafrechtelijke veroordeling kwam het nog nooit.

Uitsluitingsbeleid

Gisteren boog de Gentse correctionele rechtbank zich over de kwestie. Centraal stond het zogenoemde ‘uitsluitingsbeleid’ van de jehova’s. “Het gaat niet alleen om ex-leden die formeel zijn uitgesloten, maar om iedereen die iets doet wat als ‘afvallig’ beschouwd kan worden”, pleitte meester Pieter-Bram Lagae. “Eén van mijn cliënten, een 77-jarige vrouw, woonde na het overlijden van haar man geen vergaderingen meer bij van de gemeenschap. Haar zoon stelde zich steeds kritischer op én ook mijn cliënte begon zich vragen te stellen. Al snel schilderden ze haar af als iemand van ‘slechte omgang’, iemand die contact heeft met de duivel. Dertig jaar lang had ze alleen maar contact met getuigen, plots sprak niemand nog met haar.”

Toen de man van mijn zus 'ouderling' wilde worden, wilde mijn zus niet meer met mij spreken

Uitgetreden Jehova's getuigen

“Al 42 jaar lang word ik uitgesloten en genegeerd”, getuigde een vrouw die op haar 21ste uit de jehova’s stapte. “Mijn familie heeft nadien alle contact verbroken. Enkel mijn jongste zus sprak nog met mij. Tot vijf jaar terug, toen haar man plots ‘ouderling’ wilde worden binnen de gemeenschap. We wonen op vijftig meter van elkaar, maar sindsdien heb ik haar niet meer gehoord.”

Erkenning is van belang

Het parket vroeg aan de rechtbank om de vzw een ‘gepaste geldboete’ op te leggen. De openbare aanklager stelt dat deze rechtszaak geen aanval is op de religie van de jehova’s en enkel het ‘uitsluitingsbeleid’ viseert: “Ons inzien is dit een flagrante schending van de discriminatiewet. Ik hoop dat dit een signaal kan zijn. Niet zozeer de sanctie, maar de erkenning van deze wanpraktijken is in de zaak van belang. Dit is een omvangrijke, principiële zaak. Men viseert een bepaalde groep en gaat die sociaal isoleren en psychologisch beschadigen. De verdediging beweert dat volwassenen de vrijheid hebben om te doen wat ze willen. Maar waar is vrije wil als heel je sociaal weefsel ontrafelt? Het is de sociale doodstraf.”

Niet bevoegd

Volgens de verdediging is de correctionele rechtbank niet bevoegd om de vzw schuldig te bevinden en had het gerecht deze zaak als een ‘drukpersmisdrijf’ moeten behandelen, voor het hof van assisen dus. Verder stellen de advocaten dat de vzw alleen maar een rechtspersoon is die door de jehova’s wordt gebruikt. “Het is niet de auteur van de gebruiken die in de Bijbel staan. Bovendien bepaalt het ook niet hoe individuen met hun religie omgaan. Het Europees hof heeft al meermaals bepaald dat rechtbanken zich niet mogen uitspreken over religieuze bronnen of gebruiken. Het is u dus niet toegestaan om hier een vonnis te vellen. Dit is een strafzaak over familieconflicten. Dat hoort niet én daar is mijn cliënt nu eenmaal niet voor bevoegd.”

“Er is vandaag uitgebreid over emoties gepleit", klinkt het verder nog, "maar amper over constructieve elementen. Ik wil u aan één essentieel gegeven herinneren: het bewijs van schade is nooit het bewijs van een misdrijf.” Op 16 maart zal de rechtbank een vonnis vellen.

Radio 2

Meest gelezen