Pexels-Markus

Lente-dialectwoorden in Oost-Vlaanderen: "Perselle wordt het meest gebruikt voor peterselie"

De lente is voelbaar in de lucht en veel mensen maken hun tuin, of "lochting" klaar voor de komende maanden. Misschien wil je binnen een paar maanden nieuwe aardappelen, of 'nieuwe patotters', of zelfs 'eestelingen'. Hoe je het ook noemt, of welk dialect je hebt, alle woorden hebben een oorsprong die soms een ver verleden heeft, zegt Véronique Detier van het Instituut van de Nederlandse taal.

Het hangt al een beetje in de lucht: de lente. De vogeltjes fluiten en bouwen lustig een nestje voor de nakomelingen. Komend weekend belooft ook zonnig te worden met warmere temperaturen tot 18 graden. De ideale dagen dus om misschien al te beginnen zaaien en je tuin klaar te maken voor de komende lentemaanden. In de Oost-Vlaamse dialecten zijn er veel leuke woorden te vinden die te maken hebben met alles wat lente is, fruit en groenten: penjunkel (spitskool), eirebeezen (aardbeien) en sekreikruid (witloof) om er maar een paar te noemen. 

Peterselie komt uit de klassieke talen en betekent zoveel als steenselderij

Véronique Detier van het Instituut voor de Nederlandse Taal

Perselle en porei

Véronique Detier van het Instituut voor de Nederlandse Taal: "In Oost-Vlaanderen wordt het woord 'perselle' het meest gebruikt voor peterselie. Maar ook 'persellie' en 'persille' wordt vaak gebruikt. In het Waasland zeggen ze 'pieterselie'." De oorsprong van het woord ligt in de klassieke talen. "Het woord peterselie stamt uit het Grieks en is via het Latijn ook in onze taal terecht gekomen. Je ziet er de stam 'petra' in. Dat betekent rots. Peterselie betekent letterlijk steenselderij."

In de Oost-Vlaamse dialecten worden woorden vaak ingekort en bepaalde klanken vallen gemakkelijk weg, zegt Detier: "Zoals prei: vroeger heette dat in het Middelnederlands 'porei', maar de o is weggevallen, daar blijft enkel prei over." 

Lochting of looktuin

Vaak lijken de woorden nog wel op het origineel, maar heel soms lijkt er totaal geen verband meer te zijn tussen het dialectwoord en het origineel. Zoals "lochting" en " tuin", maar niks is minder waar in dit geval. Detier: "Het woord 'lochting' heeft alles te maken met de tuin, want 'lochting' is een samenstelling van 'look' en 'tuin'. De tuin is nu de plaats waar we groenten telen maar vroeger was de tuin de omheining rond de plaats waar dat werd gedaan. Look is voor ons nu knoflook, maar vroeger was 'look' een verzamelnaam voor bijvoorbeeld prei en ajuinen. De 'looktuin' was dus de omheinde plek waar je groenten kweekt."

En wat met de "kabuis"? Dat woord komt uit de Franse taal, zegt Detier: "Dat komt van 'chou cabus', kool dus. Dat komt ook uit het Latijnse als je ver teruggaat." 

Dus komend weekend kan je al beginnen denken om 'toatn' te planten en 'adjoens en karootn'. En we zetten komend weekend misschien ook wel de ramen open: "We goan de jaloezieën (vliegen -of muggenraam) weer in de vensters kunnen steken."

Meest gelezen