Onpartijdigheid kun je niet meten (maar je kunt er wel wat aan doen)

Een samenwerkingsverband van universiteiten heeft de onpartijdigheid van de VRT-nieuwsredactie onderzocht. Het is al het tweede onpartijdigheidsonderzoek en het zal niet het laatste zijn. Zo'n onderzoek is een goeie zaak. Maar uit ervaring weet ik ook: partijdigheid is ook gewoon een perceptie. Mensen met uitgesproken meningen vinden onpartijdigheid vaak heel partijdig. De vraag is: “Wat kunnen redacties doen om zoveel mogelijk mensen te overtuigen, en hoe kan het onderzoek daar wel degelijk bij helpen?”

“Neutrale” journalistiek is geen journalistiek

Als de Amerikaanse president Donald Trump de indruk geeft dat een injectie met bleekwater een ernstige denkpiste is in de strijd tegen COVID-19, kunnen journalisten niet anders dan zeggen dat dat gevaarlijke onzin is. Je kan tegenover zo’n mededeling niet “neutraal” staan, want dan doe je je werk niet meer als journalist. Maar je kan zo’n uitspraak wel in alle onpartijdigheid bekritiseren, in die zin dat je dezelfde kritiek zou geven als een linkse politicus hetzelfde zou zeggen. Alleen, er zal ook altijd wel een Trump-aanhanger zijn, ook in Vlaanderen, die daar partijdigheid in ziet. Na een paar jaar ervaring als nieuwsombudsman zijn er naar mijn inschatting dan twee dingen waar je op moet letten: geef kritiek duidelijk en recht voor de raap, nooit tussen neus en lippen. En vooral, leg goed uit wat je argumenten zijn voor die kritiek. Het publiek moet mogelijke kritiek ook als fair ervaren. 

Intuïtieve signalen

In mijn mailbox valt het trouwens op dat allerlei intuïtieve signalen daarbij soms belangrijker zijn dan de inhoud van wat je zegt. Zelfs opiniemakers die zichzelf grote ernst aanmeten, menen geregeld bewijs van partijdigheid te zien in “de oogopslag van Kathleen Cools” of de “grijns” van de nieuwsombudsman in "De zevende dag". Nu kan ik als nieuwsombudsman veel, maar collega’s naar de plastisch chirurg sturen voor een andere oogopslag gaat me toch wat te ver. Maar ik leer uit mijn uitwisseling met het publiek wel dat mensen vaak gevoeliger zijn voor wat ze tussen de lijnen vermoeden, dan voor wat in alle duidelijkheid wordt beargumenteerd. Vandaar mijn lijn voor kritische evaluatie: sober, recht voor de raap, fair en goed beargumenteerd, of helemaal niet.

Het ene streepje is het andere niet

Onvermijdelijk gaan de wetenschappers tellen. Dat kan je ze niet kwalijk nemen, maar het heeft ook zijn beperkingen. Het ene streepje is namelijk het andere niet. Koen Geens die in een studio komt uitleggen wat er fout liep in de zaak-Julie Van Espen, voldoet aan een democratische plicht, maar het blijft de vraag of hij er veel stemmen mee wint. Het is van een heel andere orde dan een minister die een lintje mag doorknippen.

De onderzoekers stellen vast dat regeringspartijen vaker aan bod komen dan oppositie. Het is goed dat daarop wordt gewezen, maar omdat regeringspartijen geconfronteerd worden met de tekortkomingen van het beleid, hebben ze daar niet altijd voordeel bij. Bovendien worden interviews en studio-uitnodigingen bepaald door de actualiteit en nieuwswaarde. Wie het beleid uitstippelt, heeft het makkelijker om nieuws te maken. Dat ligt overigens in lijn met wat in onderzoek in andere landen wordt vastgesteld. Maar de onderzoekers stellen ook vast dat specifiek bij VRT de ruimte voor oppositiepartijen groter werd in aanloop naar de verkiezingen.

VRT maakt geen afwijkende keuzes

Ook al heeft streepjes tellen dus beperkingen, uit het wetenschappelijk onderzoek blijkt alvast dat de keuzes die VRT maakt, heel vergelijkbaar zijn met die van andere media, ook met die van media die wel degelijk ook een onpartijdigheidsverplichting hebben, zoals VTM.  Het is dus niet zo dat VRT deze of gene groep structureel meer of minder aan bod zou laten dan andere media.

Hier en daar zijn er wel accentverschillen. Zo heeft VTM de strijd om de sjerp in Antwerpen veel meer voorgesteld als een strijd tussen Kris Peeters en Bart De Wever, waardoor beide politici bij VTM meer spreektijd hadden. VRT geeft kennelijk dan weer meer spreektijd aan regeringsleiders, dat geldt zowel voor de federale premier als voor de Vlaamse ministers-presidenten Geert Bourgeois en Jan Jambon.  Maar de onderzoekers zijn bijvoorbeeld niet van mening dat VRT significant meer aandacht zou gehad hebben voor klimaatmarsen.

Meer stemmen, maar niet alle stemmen

De onderzoekers bekeken ook drie concrete onderwerpen uit de verslaggeving: het aantreden van de nieuwe federale regering, de vluchtelingencrisis op Moria en de zaak-Chovanec. Hun conclusie is dat op VRT een grotere verscheidenheid aan stemmen te horen is dan in andere media, wat natuurlijk ook spoort met het grote aanbod aan nieuwsduiding bij VRT, ook op radio. Wel vinden de onderzoekers dat middenveldorganisaties in de media te weinig aan bod komen. Dat hoeven niet per se vakbonden, werkgeversorganisaties of onderwijskoepels te zijn. ‘Een geëngageerde bedrijfsleider of betrokken schooldirecteur kan evenzeer een deel van de burgers vertegenwoordigen.’

Bij de nieuwsombudsman: een lichte daling van de partijdigheidsklachten

De klachten over mogelijke partijdigheid dalen al twee jaar op rij in mijn mailbox. Voor alle duidelijkheid, dan heb ik het over een burger die vindt dat VRT in zijn verslaggeving zelf blijk heeft gegeven van partijdigheid. Die klacht daalt dus lichtjes.

Hoewel veel mensen bij partijdigheid denken aan politieke verslaggeving, krijg ik juist over Wetstraatverslaggeving erg weinig partijdigheidsklachten. Partijdigheidsklachten gaan vaker over buitenlandverslaggeving en over algemene reportages over  controversiële onderwerpen, zoals over migratie of klimaatopwarming. Er wordt al een tijdje intern gewerkt aan onpartijdigheid op dat vlak. Heel wat mensen vinden ook onderbreken tijdens studiodebatten en interviews heel hinderlijk en vaak wordt daar dan partijdigheid in gezien.

Maar ondanks verkiezingen in België en de Verenigde Staten lijken de onpartijdigheidsklachten in de loop van mijn mandaat dus lichtjes te dalen (van 729 naar 667 dit jaar) terwijl de contactnames bij de nieuwsombudsman in het algemeen fors toenemen (grofweg van 5.600 vorig jaar naar 13.000 dit jaar).

Onpartijdigheid is niet verdwijnen tussen de muren

Soms hebben mensen ook verkeerde verwachtingen over onpartijdigheid. Onpartijdigheid betekent niet dat er geen kritische evaluatie zou mogen zijn. Ook een journalist van een medium met een onpartijdigheidsverplichting, zoals VTM en VRT, mag zeggen: “Dit brengt de minister toch wat in nauwe schoentjes” of “Is dat wel goed bestuur?”.

De voorwaarde is dus dat je dat duidelijk beargumenteert én dat je de conclusie aan de kijker laat. Een VRT-journalist hoort niet op te roepen tot het ontslag van een minister. Voorwaarde is natuurlijk dat je voor iedereen even streng bent en dat moet je dan ook in de praktijk laten blijken. Opnieuw : sober, recht voor de raap, fair en goed beargumenteerd.

En wat vindt de kijker of luisteraar zelf?

De onderzoekers van VUB en UA hebben ook diepte-interviews afgenomen met een aantal kijkers, luisteraars en lezers. Mensen die veel en weinig nieuws consumeren, mensen met linkse en rechtse opvattingen. Een van de dingen die daaruit blijken is dat mensen soms het idee hebben dat journalisten te veel met zichzelf bezig zijn. Onderbreken vanuit het idee dat ze in een persoonlijk duel met de minister zitten en niet vanuit het belang van de kijker. Of duwen om een uitspraak zo scherp mogelijk te krijgen, omdat journalisten daarmee scoren, terwijl de kijker eigenlijk gewoon wil begrijpen. Alle journalisten zijn in de eerste plaats nederige dienaars van het publiek. Dat besef is een belangrijke eerste stap om het vertrouwen in de onpartijdigheid te bewaren.

Meest gelezen