Coronacrisis doet "Grote Recessie" verbleken: krimp in 2020 drie keer groter dan in 2009

Door de coronacrisis is de Belgische economie vorig jaar met maar liefst 6,3 procent gekrompen. Dat is drie keer zoveel als tijdens de “Grote Recessie”, in 2009, toen onze economie 2 procent in het rood dook. Sterker nog: het is de sterkste daling sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit definitieve cijfers van de Nationale Bank over vorig jaar. Zelfs in het laatste kwartaal klommen we niet uit de rode cijfers.

Dat de coronacrisis vorig jaar ongenadig heeft ingehakt op de Belgische economie moeten we niet meer vertellen, zeker niet als je bijvoorbeeld in de horeca- of evenementsector werkt. 

Hoe hard de crisis heeft toegeslagen zien we nu ook in de cijfers van de Nationale Bank over heel rampspoedjaar 2020. Daaruit blijkt dat ons bruto binnenlands product - alles wat we met zijn allen in een jaar tijd maken - in dat nare jaar 6,3 procent gekrompen is. 

“De sterkste daling sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog” en “driemaal ingrijpender dan die tijdens de Grote Recessie (-2,0 %) van 2009”, stelt de Nationale Bank vast.

In 2019 was de Belgische economie met 1,7 procent gegroeid. Schrale troost: in België deden we het vorig jaar iets beter dan het gemiddelde van de eurozone, dat uitkwam op -6,8 procent.

Laatste kwartaal

De krimp is nog net iets groter dan men bij de Nationale Bank eind januari nog dacht; toen was er sprake van een krimp van 6,2 procent. 

Nu de Nationale Bank ook definitieve cijfers heeft van de laatste maanden van 2020, blijkt dat de Belgische economie in het laatste kwartaal toch niet gegroeid is zoals gedacht. Integendeel: het bbp daalde in die periode nog met 0,8 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal.

Sectoren

Nagenoeg alle parameters waren vorig jaar negatief. Dat gaat van de consumptie-uitgaven van de gezinnen (-8,7 procent) en hun investeringen (-8,1 procent) tot de investeringen van overheid (-4,6 procent) en ondernemingen (-8,2 procent).

De toegevoegde waarde daalde in alle sectoren: industrie (-4,2 procent), bouwnijverheid (-4,2 procent) en diensten (-6,4 procent). De grootste daling was er binnen de bedrijfstak “kunst, amusement en recreatie en overige diensten”. In die sector dook de toegevoegde waarde maar liefst 19,8 procent de dieperik in.

Daarna volgt de tak "groot- en detailhandel, reparatie van motorvoertuigen en motorfietsen, vervoer en opslag, en verschaffen van accommodatie en maaltijden". Daar daalde de toegevoegde waarde met 13,3 procent. 

Werk

De werkgelegenheid hield vorig jaar wel nog stand. Over het hele jaar waren er gemiddeld 2.500 mensen minder aan het werk dan in 2019, een daling met 0,1 procent. 

Maar dat is natuurlijk het gevolg van ongeziene overheidsmaatregelen om de tewerkstelling op peil te houden, zoals de uitgebreide tijdelijke werkloosheid en steunmaatregelen voor ondernemingen.

Meest gelezen