Groene theeblaadjes.
たね/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Groenetheesupplementen beïnvloeden gezichtsvorming bij kinderen met downsyndroom

Een van de hoofdbestanddelen van groenetheesupplementen beïnvloedt de gezichtsontwikkeling van kinderen met het syndroom van Down. Door het toedienen van de supplementen in de eerste levensjaren, komen de karakteristieke gelaatskenmerken van het syndroom minder tot uiting. Bijkomend experimenteel onderzoek bij muizen bevestigt dit effect, al toont het ook risico’s aan bij gebruik van een hoge dosis. Dat blijkt uit een studie onder leiding van Leuvense en Spaanse onderzoekers. "Er is wel nog veel extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld over de juiste dosering van de toediening", zegt professor Greetje Vande Velde, één van de hoofdauteurs van de studie, die gebruik zonder medisch advies afraadt.

Het syndroom van Down is een aangeboren afwijking die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van een extra, derde kopie van chromosoom 21. De genen op dit chromosoom komen overmatig tot uiting, wat leidt tot fysieke en verstandelijke beperkingen. Eén van deze genen, DYRK1A, draagt bij tot de verstoring van hersen- en botontwikkeling bij downsyndroom. De stof EGCG (epigallocatechin-3-gallaat), die aanwezig is in groenethee-extracten, onderdrukt de activiteit van een eiwit, een enzyme dat tot expressie komt, actief wordt, door het al te actieve DYRK1A-gen. 

Een eerdere studie in Spanje had al aangetoond dat de stof, in combinatie met een doorgedreven cognitieve training, mogelijk een gunstig effect zou kunnen hebben op bepaalde cognitieve vaardigheden van jongvolwassenen met downsyndroom, zo zei Vande Velde in 'Nieuwe feiten' op Radio 1. Greetje Vande Velde is professor medische beeldvorming en pathologie aan de KU Leuven. 

Gezichtsontwikkeling bij muizen

Nieuw onderzoek heeft nu de effecten van groenetheesupplementen geanalyseerd op de gezichtsontwikkeling van kinderen met downsyndroom. In het experimentele onderdeel, uitgevoerd aan de KU Leuven, werden de supplementen in verschillende dosissen getest op twee groepen muizen, een groep die een model is voor downsyndroom en een controlegroep met gewone muizen. Daarnaast voerden onderzoeksinstellingen in Spanje een observationele studie uit bij kinderen met en zonder downsyndroom. 

De behandeling van de muizen ging van start terwijl de dieren zwanger waren. Via het drinkwater van de moeder werden groenethee-extracten toegediend aan de pups in de baarmoeder, hetzij in een lage of hoge dosis.

"Een lage dosis van de extracten had een positief effect op de muizen die model staan voor downsyndroom”, zei Vande Velde. "Zestig procent vertoonde een gezichtsvorm vergelijkbaar met de controlegroep zonder het model voor downsyndroom."

"De hoge dosis daarentegen leverde meer gemengde resultaten op. In bepaalde gevallen raakte de gezichtsontwikkeling bij de muizen zelfs verstoord, met verdere misvorming tot gevolg. We stelden dit niet enkel vast in het model voor downsyndroom, maar ook bij andere muizen."

Gezichtsontwikkeling bij kinderen

Aan de observationele studie in Spanje namen 287 kinderen tussen nul en achttien jaar deel, onder wie kinderen met downsyndroom die wel (13) en niet (63) groenetheesupplementen innamen. De kinderen die wel supplementen namen, deden dat op eigen initiatief en volgden geen vooraf vastgelegd schema. 

Alle deelnemers werden uit verschillende hoeken gefotografeerd om een gedetailleerd 3D-model van hun gezichten te construeren. De onderzoekers gebruikten 21 ijkpunten en de afstanden ertussen om de gezichten met elkaar te vergelijken.

In de jongste groep tussen nul en drie jaar stelden ze vast dat deze verhoudingen 57 procent verschilden tussen de kinderen met downsyndroom en de controlegroep zonder. Bij leeftijdsgenoten met downsyndroom die groenetheesupplementen innamen, was het verschil met de controlegroep veel kleiner, maar 25 procent. De karakteristieke gelaatskenmerken die gepaard gaan met het syndroom kwamen minder tot uiting. De kinderen met of zonder het syndroom van Down leken dus meer op elkaar. 

Bij de tieners en jongvolwassenen (dertien tot achttien jaar) was dit effect minder duidelijk. Zelfs na inname van de supplementen was het verschil nog meer dan vijftig procent. Het lijkt er dus op dat groenethee-extracten de gezichtsontwikkeling vooral in de eerste levensjaren beïnvloeden, wanneer het gezicht en de schedel volop aan het groeien zijn.

Onderdeel van groter, algemeen onderzoek

Het is natuurlijk niet nodig om in te grijpen op het gezicht van mensen met het downsyndroom, zei Vande Velde, maar het onderzoek kadert in een groter, algemeen onderzoek dat niet alleen aan de KU Leuven maar door collega's uit heel de wereld wordt uitgevoerd. 

Het doel daarvan is te onderzoeken of men in de context van het downsyndroom maar ook van andere syndromen die al vroeg in de ontwikkeling beginnen, bepaalde zaken kan wijzigen om de mensen met zo'n syndroom te ondersteunen bij bepaalde lichamelijke ongemakken die ze ondervinden. Ook wil men zo meer te weten komen over de afwijkende ontwikkeling die zich afspeelt bij mensen met syndromen, zei Vande Velde. 

Bovendien is het zo dat de genen die vroeg in de ontwikkeling in actie komen, niet alleen een rol spelen bij de ontwikkeling van het gezicht maar ook van het skelet, de hersenen en andere orgaansystemen. Nu hebben we daar één facet van onderzocht, de invloed die ECGC eventueel kan hebben op de vorming van het gezicht, en dat kan ook relevant zijn voor bepaalde medische ongemakken in verband met de vorming van de mond en van de bovenste luchtwegen. Als die anders gevormd zijn, functioneren die niet optimaal, maar het is nog te vroeg om echt al iets te kunnen zeggen over medische voordelen die het onderzoek zou kunnen opleveren, zo zei Vande Velde.   

Nood aan bijkomend onderzoek

"We moeten deze bevindingen, en de potentiële voordelen die we hebben vastgesteld voor kinderen met downsyndroom, met de nodige voorzichtigheid interpreteren. Het gaat hier om voorlopige resultaten, gebaseerd op een observationele studie", zo benadrukte Greetje Vande Velde. 

"Er is nog veel onderzoek nodig om de effecten en juiste dosering van supplementen met EGCG in te schatten. Ook de invloed op andere orgaansystemen moet daarbij in rekening worden genomen, nu hebben we enkel de gezichtsontwikkeling onderzocht. Dit vereist eerst meer basisonderzoek in het lab en vervolgens grote klinische studies met meer deelnemers en gecontroleerde toediening van deze supplementen."

"Onze resultaten geven aan dat de dosering een belangrijke rol speelt”, zei Vande Velde. "Groenetheesupplementen met EGCG zijn vrij verkrijgbaar en veel mensen gebruiken ze om hun algemene gezondheid te bevorderen." 

"Het is daarbij zeer belangrijk om de Europese gebruiksvoorschriften te volgen en voor gebruik altijd medisch advies in te winnen. Met ons onderzoek tonen we aan dat een lage dosis potentieel gunstige effecten heeft op de gezichtsontwikkeling, maar tegelijkertijd dat een hoge dosis bij muizen onvoorspelbare resultaten oplevert. Meer onderzoek bij mensen is nodig om de optimale dosering voor elke leeftijdsgroep vast te stellen en het therapeutisch potentieel op punt te zetten."

"Ik denk dat de belangrijkste boodschap is dat de wetenschap haar best doet om dat allemaal te begrijpen, om zo eventueel in de toekomst met mogelijkheden ter ondersteuning te komen", zo zei professor Vande Velde. 

De studie over de invloed van de groenetheesupplementen is gepubliceerd in Scientific Reports. Bronnen: telex Belga, persmededeling KU Leuven, interview met professor Greetje Vande Velde in 'Nieuwe Feiten'.  

Meest gelezen