75 jaar geleden werd de IJzertoren opgeblazen: de bijna vergeten aanslag die nooit helemaal is opgehelderd

Het is vandaag exact 75 jaar geleden dat de IJzertoren in Diksmuide werd vernield, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. In de nacht van 15 op 16 maart 1946 deden springladingen de toren instorten. Het monument werd later herbouwd. Het onderzoek naar de daders liep af met een sisser. 

Op 16 maart 1946, iets na 2 uur in de morgen,  klonk een geweldige knal in Kaaskerke, toen nog een aparte gemeente aan de overzijde van de IJzer bij Diksmuide. 

De IJzertoren, het grote monument dat daar stond ter herinnering aan de Vlaamse frontsoldaten uit de Eerste Wereldoorlog en het verzamelpunt voor de IJzerbedevaarten, stortte met geweld ineen. Van de 50 meter hoge toren bleef slechts een hoop puin over. 

De  inwoners van Diksmuide schrokken die nacht hevig, maar dat er een aanslag op de IJzertoren was gepleegd – want dat was het wel degelijk – moet hen niet hebben verwonderd. Het was niet de eerste aanslag op de “toren van de schande”. De redenen daartoe waren niet ver te zoeken, zo kort na de Tweede Wereldoorlog. 

Bekijk hieronder een fragment van het bioscoopjournaal met beelden van de vernieling, lees voort onder de video:

Videospeler inladen...

"Stenen inciviek"

De toren gold als een symbool van het Vlaams-nationalisme, dat tijdens de net afgelopen oorlog gecollaboreerd had met de bezetter. Het Vlaamsch-Nationaal Verbond (VNV), de voornaamste Vlaamse collaboratiebeweging, had altijd openlijk fascistische trekken gehad. Het VNV had in de jaren voor de oorlog feitelijk de controle verworven over de IJzerbedevaarten die jaarlijks voor de toren werden gehouden. Het pacifistische karakter van de bedevaarten was verdrongen door een virulent anti-Belgisch nationalisme en meer democratisch ingestelde groeperingen waren niet meer welkom op de plechtigheid.   

De IJzerbedevaart van 1937, rond de (eerste) IJzertoren. (foto Museum aan de IJzer)

Tijdens de oorlog zelf had het IJzerbedevaartcomité, de eigenaar van de toren en organisator van de bedevaarten, zich hopeloos “verbrand”. Het organiseerde onder de Duitse bezetting plechtigheden in de toren,  in aanwezigheid van Duitse officieren. Een Vlaamse vrijwilliger die in Duits uniform aan het Oostfront tegen de Sovjetunie vocht, had er het woord gevoerd. De voorzitter van het comité, de bekende arts Frans Daels, had zich toen in zijn toespraken positief over de “Nieuwe Orde” uitgelaten. Daels had daarnaast ook een hospitaaleenheid ingericht voor het Vlaams Legioen aan het Oostfront. 

Duitse officieren tijdens een "oorlogsbedevaart" in de crypte van de toren. (foto Museum aan de IJzer)

Op het moment dat de toren instortte was de afrekening met de collaborateurs nog bezig. Veel bestuurders van het IJzerbedevaartcomité zaten in de gevangenis. Frans Daels was naar Zwitserland gevlucht en een paar maand later veroordeelde een Belgische krijgsraad hem bij verstek ter dood. En de priester-dichter Cyriel Verschaeve, auteur van de bekende verzen op de IJzertoren (“Hier liggen hun lijken…”) zou datzelfde jaar eveneens de doodstraf bij verstek krijgen.

De aanwezigheid van de "stenen inciviek" op de IJzervlakte was voor velen dan ook een doorn in het oog. Verzetsbewegingen en patriottische verenigingen hadden voorgesteld de toren te onteigenen en af te breken. Op 16 juni 1945 was het monument al eens door explosieven getroffen. Daarbij werd de flank zwaar beschadigd, maar de toren bleef staan. Het is wellicht typisch voor dat moment - amper vijf weken na de capitulatie van nazi-Duitsland - dat er geen onderzoek kwam naar de daders. Algemeen werd gezegd dat ze uit het verzet kwamen. 

De oorspronkelijke IJzertoren . Rechts: de schade na de eerste aanslag. (foto's Museum aan de IJzer)

Averechts effect

Maar omstreden of niet, de reacties op de vernieling waren negatief. 

Langs Vlaamse kant, en dan vooral dan bij de Vlaamse katholieken, was er veel beroering. De IJzertoren gold als een Vlaams, maar ook als een christelijk symbool, vanwege het opschrift AVV-VVK (Alles Voor Vlaanderen - Vlaanderen Voor Kristus). Bovendien was het een oorlogsbegraafplaats: in de crypte onder de toren lagen enkele Vlaamse frontsoldaten (de zgn. IJzerhelden) begraven. De Vlaamse katholieke kranten spraken zonder meer van heiligschennis. 

Fragmenten uit de Vlaamse katholieke kranten "De Nieuwe Standaard" en "Het Handelsblad van Antwerpen"

De vernieling van de IJzertoren leek op termijn een averechts effect te hebben. Vlaamsgezinden die niets met collaboratie te maken hadden en hun afkeer voor de nazi’s hadden getoond, namen het op voor het monument. Een Franstalige krant vroeg zich zelfs af of de toren niet door VNV'ers was opgeblazen met als doel de sympathie voor het Vlaams-nationalisme weer aan te wakkeren.

De verontwaardiging was zo groot dat de gebeurtenis uiteindelijk de IJzerbedevaarten een nieuwe elan gaf. 

De ruïnes van de vernielde toren. (foto Museum aan de IJzer)

De nieuwe Christelijke Volkspartij (CVP) eiste meteen staatssteun om de toren weer op te bouwen. En inderdaad, toen er in 1950 een CVP-regering kwam, maakte die 15 miljoen frank vrij als steun voor de heropbouw. 

Er kwam uiteindelijk een geheel nieuwe IJzertoren, weliswaar van dezelfde vorm (ook met dezelfde architect) maar heel wat  hoger (84 meter) en zo'n 150 meter ver van de plaats waar de eerste toren had gestaan. Op die plek staat nog steeds de crypte van de oude toren, met de graven van enkele Vlaamse frontsoldaten. Met het puin van de oude toren werd aan de ingang van de weide een poort gebouwd, de “Paxpoort”.

Maar terwijl de toren herrees, groter dan tevoren, en de bedevaarten hernamen, bleef het merkwaardig stil over de daders van de aanslag.

De nieuwe IJzertoren in aanbouw. (foto Museum aan de IJzer)

Het onderzoek

Meteen na de explosie van 16 maart 1946 werd een onderzoek gestart naar de daders voor wat heette “aanslagen bij middel van ontplofbare stoffen met politiek karakter”. Aan de politieke motieven kon moeilijk getwijfeld worden.

De manier waarop de toren was getroffen, wees op een professionele aanpak.  De daders hadden binnen in het monument honderden kilo's dynamiet aangebracht. De explosie had de toren van binnenuit gespleten waardoor de kruiskop bovenaan loodrecht was neergestort; met totale vernietiging tot gevolg. 

De zaak kwam in handen van onderzoeksrechter Joseph Delaere in Veurne. Hij had het niet gemakkelijk en het onderzoek vorderde dan ook moeizaam. In en rond Diksmuide leek het wel of niemand die nacht iets bijzonders gezien of gehoord had. Pas na enkele tips en grondig speurwerk kon Delaere in 1948 een dozijn verdachten aanwijzen. Hij liet er negen aanhouden, kennelijk met de bedoeling ze onder druk te zetten om te spreken. Maar na een maand moest hij ze weer vrijlaten, zonder bewijzen te hebben gevonden.

Intussen werd Delaere tegengewerkt van hogerhand, vooral door de procureur-generaal in Gent, Hermann Bekaert. Die kwam soms zelfs naar de rechtbank in Veurne om de onderzoeksrechter te beïnvloeden. 

Uiteindelijk werden alle twaalf verdachten buiten vervolging gesteld door de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling. Dat gebeurde op 2 juni 1951, meer dan zes jaar na de aanslag.  

Procureur-generaal Bekaert kreeg in 1952 wel een schorsing “wegens ernstige beroepsfouten”. Hij had ten onrechte beweerd dat hij bij zijn tussenkomsten in de zaak in opdracht van de minister van Justitie zou hebben gehandeld. Bekaert werd zo  ironisch genoeg de enige die in de zaak van de IJzertoren een straf opliep. 

De aanslag, die zoveel ophef had gemaakt, raakte vrijwel in de vergetelheid. Het is sprekend dat in de vroege albums van Suske en Wiske een paar verwijzingen naar de vernieling te vinden zijn, die in latere heruitgaven zijn weggelaten.  

Wie de aanslag had gepleegd was in de streek van Diksmuide nochtans geen groot geheim. Maar pas door het onderzoek van de lokale journalist Willy Moons kwam de zaak opnieuw in de belangstelling 

De dynamitering is uitgevoerd door vier mensen van DOVO, de ontmijningsdienst van het leger, die in het nabije Houthulst beschikt over een opslagplaats van opgeraapte munitie uit beide wereldoorlogen. De explosieven van de aanslag hebben ze dan ook daar gehaald. Hun namen zijn bekend, maar echte bewijzen zijn er niet. Alle transporten van en naar het munitiedepot zijn zeer nauwkeurig in een register genoteerd, maar Moons ontdekte dat in dat register het blad met de datum van de aanslag is weggescheurd

De vier militairen handelden ongetwijfeld in opdracht van de toenmalige chef van het depot, kapitein Robert Samyn. Opvallend is dat ze allemaal, ook Samyn zelf, tot het verzet hadden behoord.  

Ondanks het publiek geheim was het lange tijd moeilijk om getuigenissen te vinden over wie de daders waren. "Histories" kon in 2000 praten met de dochter van één van de vermoedelijke daders:

Videospeler inladen...

Wie de eigenlijke opdrachtgevers waren, blijft een punt van discussie. Een naam die altijd opduikt is die van Hubert De Groote, parlementslid, burgemeester van Houthulst en verzetsheld (hij was hoofd van het Geheim Leger in West-Vlaanderen geweest). De Groote, die bevriend was met Samyn, nam niet eens de moeite om de beschuldigingen te ontkennen dat hij bij de aanslag betrokken was geweest. 

Een nog bekendere naam is die van de leidende West-Vlaamse liberaal Adolphe Van Glabbeke. Van Glabbeke werd enkele weken na de aanslag minister van Justitie en zou het onderzoek hebben tegengewerkt. Hij trad bovendien op als advocaat van een van de verdachten. Er is geen aanwijzing dat Van Glabbeke zelf iets met de aanslag te maken heeft, maar hij heeft de daders duidelijk willen helpen.  

Willy Moons ziet achter de hele zaak vooral vete die er in de streek was tussen enerzijds de CVP, die het opnam voor de Vlaamsgezinden en anderzijds de mensen uit het verzet (dat daar vooral uit liberalen bestond).  Het is dan ook niet verwonderlijk dat Delaere vooral tips uit CVP-middens kreeg over de verdachten, terwijl er in verzetskringen een soort omerta heerste. En ook procureur-generaal Bekaert was actief geweest in het verzet. 

Meteen na de vernieling deden de meest verregaande hypothesen de ronde. Radicale Vlaamsgezinden beweerden dat zowat het hele Belgische establishment achter deze anti-Vlaamse aanslag zat. Maar bewijzen daarvoor ontbreken. 

De huidige IJzertoren. Links vooraan de Paxpoort. Het witte kruis daarachter staat op de plek waar de oude toren stond. (foto Museum aan de IJzer)

Meest gelezen