Een gat van 36 miljard in de begroting, kunnen we dat wel betalen?

Iedereen wist dat corona de begroting dieprood zou kleuren. Nu blijkt dat het gat 36 miljard euro zal bedragen en dan komt meteen de vraag: wie zal dat betalen? Maar misschien is de vraag vooral: zullen we dat wel moeten betalen, en zullen we dat wel zo hard voelen?

Zesendertig miljard, 35,98 miljard eigenlijk. Zo groot gaat het gat in de begroting worden voor alle Belgische overheden samen, waarvan goed 26 miljard voor de federale overheid. Nieuw is dat cijfer niet meteen, zowat alle voorspellers voorspelden de voorbije maanden een dieprood budget. Het planbureau bijvoorbeeld kwam enkele weken geleden nog met heel erg gelijkaardige ramingen.

Tastbaar

Maar cijfers van die omvang komen daarom niet minder hard binnen. Want het wordt nu wel heel erg tastbaar met die raming van het monitoringcomité – een groep experten die de begrotingsopmaak en -controle door de regering voorbereidt. De nieuwe raming valt trouwens 3 miljard slechter uit dan eerdere voorspellingen voor 2021. 

Het monitoringcomité gaat nu uit van een begrotingstekort van 7,61 procent van het bruto nationaal product, dat de komende jaren weliswaar zal verbeteren doordat de economie weer aantrekt, en in 2024 nog 4,45 procent zal bedragen. Bij ongewijzigd beleid natuurlijk, de regering kan (en zal wellicht) maatregelen nemen om in 2024 zo dicht mogelijk tegen de 3 procent te eindigen.  

Tot nog toe viel de economische impact van de pandemie relatief goed mee: zo’n 70 procent van de bevolking voelde ze nog niet in haar portefeuille. Maar stilaan komt het moment van de afrekening dichterbij, in de niet al te verre toekomst zullen de steunmaatregelen opdrogen en zal de werkelijke impact duidelijk worden.

Komt er op dat moment een golf van faillissementen? Welke impact zal dat hebben op de economie en begroting? Gaan we met zijn allen verarmen? Wie wordt het hardst geraakt? En wie zal dat allemaal betalen? Zal ík het voelen in mijn portefeuille?

Menselijk

Het zijn menselijke, al te menselijke vragen. Moeten we ons ook niet de vraag stellen of het allemaal zo dramatisch en onoverkomelijk zal zijn? Dat gaat dan niet over de persoonlijke drama’s en de faillissementengolf die er (wellicht) nog aan komt. Maar wel over de kost voor de maatschappij in brede zin: kan de begroting de schok aan?

Kunnen we ons de onvermijdelijke steunmaatregelen veroorloven? Want het was een fameuze schok – in 2020 werd er voor 21,35 miljard steunmaatregelen verleend, in 2021 al voor 10,54 en er komen er nog aan – maar het antwoord op die vraag is misschien wel een voorzichtige ja.

In 2020 werd er voor 21,35 miljard steunmaatregelen verleend, in 2021 al voor 10,54 en er komen er nog aan

Dat is de conclusie van nogal wat economen. Een eerdere studie van de Universiteit Gent kwam tot de vaststelling dat we die enorme kost aan kunnen zolang de rente laag blijft, zolang ze kleiner blijft eigenlijk dan de economische groei plus inflatie. Dan vlakt de door corona gestegen staatsschuld over een langere periode haast vanzelf af.

Langer dan twee jaar

Ook André Decoster, econoom van de KU Leuven en expert overheidsfinanciën, komt tot eenzelfde conclusie. Hij heeft het over een uitzonderlijk tekort, dat een jaar of twee “of zelfs langer” mag duren. We kunnen het aan zolang de rente laag staat en er zijn op dit moment geen redenen om aan te nemen dat die rente snel gaat stijgen.

Volgens Decoster wisten we altijd al dat 2020 en 2021 moeilijke begrotingsjaren zouden worden. Maar is dat niet het belangrijkste. “Er zijn goede redenen om aan te nemen dat de rente zo laag zal blijven: er is wereldwijd een groot spaaroverschot onder meer door de veroudering van de bevolking en een gebrek aan investeringen, dat zie ik nog niet zo snel veranderen. Ondanks de oprispingen die we nu zien. Uiteindelijk telt het tekort op de lange termijn, niet dit uitzonderlijke tekort."

Uiteindelijk telt het tekort op de langere termijn, niet dit uitzonderlijke tekort

André Decoster, econoom KU Leuven en expert overheidsfinanciën

De voorwaarde is natuurlijk dat er zo snel mogelijk weer economische groei komt (en de Europese Centrale Bank voorspelt voor volgend jaar 4 procent groei, tegenover de 6,9 procent achteruitgang in 2020).

Rust

Maar ondanks de enormiteit van de cijfers, zal de komende begrotingscontrole er een in alle rust worden. Veel gaat er niet veranderen: de coronamaatregelen zullen gewoon blijven bestaan, en ondertussen wordt er wat gemorreld in de marge. Er is sprake van een miljard besparingen en de verwachting is dat er teruggegrepen wordt op de klassiekers: wat meer accijnzen innen en wat hogere bedragen uit de strijd tegen de sociale en fiscale fraude in de begroting schrijven.

Het echte werk zal voor 2022 zijn. Dan pas komt de clash er tussen de linker- en rechtervleugel van deze regering, tussen de PS en Open VLD. Dan zal de discussie ontstaan over de manier waarop je het gat dicht: meer belasten of minder uitgeven en wellicht allebei tegelijk, en dan zal het sociaal klimaat misschien ook verhitten.

Dat betekent ook dat het nu nog veel te vroeg is om te voorspellen wie uiteindelijk de crisis zal betalen. Daarover zal nog een stevig rondje gebakkeleid worden tussen de regeringspartijen.

Volgens Decoster zal er hoe dan ook ingegrepen moeten worden. Want we kunnen ons misschien wel de coronasteunmaatregelen veroorloven, dat betekent nog niet dat de begroting op orde is. 

En dat betekent in eerste instantie dat inkomsten en uitgaven beter op elkaar afgestemd moeten worden, dat er bijvoorbeeld een evenwichtige oplossing moet gevonden worden voor de toenemende kosten van de vergrijzing en de stijgende uitgaven in de gezondheidszorg. “Factoren die we kennen, maar waar de voorbije jaren amper wat aan gedaan werd.”

Meest gelezen