Jasper Jacobs

Heb je zonnepanelen én een digitale meter, dan moet je een terugleveringscontract afsluiten: hoe doe je dat?

Alle mensen met zonnepanelen en een digitale meter moeten sinds 1 maart 2021 naast een afnamecontract ook een terugleveringscontract hebben. Met zo'n contract kan je geld verdienen aan de elektriciteit die je op het net zet. Maar uit een rondvraag van "De inspecteur" blijkt dat weinig consumenten weten hoe ze een terugleveringscontract moeten afsluiten. In dit artikel legt hij uit hoe je dat het beste doet.

De digitale teller draait sinds 1 maart 2021 niet meer terug. Dat is het gevolg van een arrest van het Grondwettelijk Hof. Die beslissing verbiedt het principe van de terugdraaiende teller bij wie een digitale meter heeft. Het gaat over ongeveer 100.000 mensen met zonnepanelen en een digitale meter.

In eerste instantie: onderneem geen actie

Veel mensen zijn nu bezorgd dat ze geld verliezen omdat ze stroom op het net terugzetten zonder daarvoor betaald te worden. Maar Marc Van den Bosch van FEBEG, de Federatie van Belgische elektriciteits- en gasbedrijven, stelt gerust: "Op 1 maart heeft Fluvius de tellerstanden opgenomen, dat is bij iedereen automatisch gebeurd. Die tellerstanden worden gecommuniceerd naar de leveranciers. Zodra ze die ontvangen hebben, worden de afrekeningsfacturen gemaakt. Dat zal waarschijnlijk halfweg maart gebeuren. Een aantal mensen kreeg al een communicatie van de leverancier."

Voor de terugleveringscontracten zal de klant standaard niets hoeven te doen, legt Van den Bosch uit. "Fluvius zal hen standaard overschakelen naar wat wij noemen beperkte vermarkting. Dat betekent dat er een afname en teruglevering is bij dezelfde leverancier." 

Je behoudt dus in eerste instantie je bestaande energiecontract, maar daar wordt een terugleveringscontract aan toegevoegd. “Dat zal in functie zijn van je eigen contract. Iemand met een jaarcontract vaste prijs zal voor zijn teruglevering ook één jaar één vaste prijs krijgen. Iemand met een variabele prijs drie jaar zal ook eerder een variabele prijs drie jaar krijgen voor zijn teruglevering.”

Het is belangrijk om te weten dat je geen stroom kwijt zal zijn. ”De terugleveringscontracten gaan in op 1 maart. Men is geen stroom kwijt die zou geproduceerd zijn tussen de factuurdatum en 1 maart. Die stroom wordt meegerekend.” 

Op termijn: overschakelen naar andere leverancier kan interessant zijn, doe de V-test

Dirk van Evercooren van ODE, de Organisatie voor Duurzame Energie, merkt dat de markt volop in beweging is. “Ondertussen zijn er al 11 leveranciers die in de V-test vermeld staan met een terugleveringscontract en soms zelfs met meerdere terugleveringscontracten. Dus elke dag komen er nieuwe mogelijkheden bij voor de mensen met zonnepanelen en een digitale meter.“ Het loont dus nu al om de V-test te doen en te bekijken welk contract voor jou het beste is.   

Maar die V-test wordt weer een stukje complexer nu, want je moet een dubbele check doen: hoeveel rekent mijn stroomleverancier aan voor wat ik afneem en hoeveel krijg ik voor wat ik aanlever? Van Evercooren benadrukt dat je de beste combinatie moet zoeken voor jouw individuele situatie. Daarbij moet je volgens hem met 3 factoren rekening houden:

  1. Hoe groot is je installatie? 
  2. Hoeveel neem je af van het net? 
  3. Hoeveel kan je zelf verbruiken op het moment dat je produceert?

Je bent strikt genomen niet verplicht om een afname en terugleveringscontract te nemen bij dezelfde leverancier maar daar zijn op dit moment nog niet veel mogelijkheden voor. “Er is één leverancier die een contract voor teruglevering aanbiedt zonder dat dat is gekoppeld aan een afnamecontract: Engie. Maar dat is in de meeste gevallen niet interessant voor gezinnen, dat is voor de mensen die heel veel terugleveren.“  

Zijn alle leveranciers hier nu klaar voor? Volgens Van den Bosch van FEBEG zijn ze zich volop aan het voorbereiden. “Ik denk we dit de volgende maanden zullen zien ontwikkelen. Je kan verwachten dat vanaf september een aantal leveranciers dergelijke contracten zullen gaan aanbieden.“

Afnametarieven fors duurder dan terugleveringstarieven

Het verschil tussen de prijs die je betaalt voor de elektriciteit die je afneemt en de prijs die je krijgt voor de elektriciteit die je teruglevert, is enorm, legt Van den Bosch uit: “De prijs die je krijgt is ongeveer 40 euro per megawattuur en dat is de prijs op de groothandelsmarkt. De prijs die de klant betaalt is ongeveer 250 euro per megawattuur: daar zit de distributie bij, maar ook het transport, de Elia-tarieven, de Fluviustarieven, de aankoop van groenestroomcertificaten en de BTW.” 

Van Evercooren hoopt dat dat verschil in prijs op termijn kleiner zal worden. Daar kunnen volgens hem de leveranciers een rol in spelen, maar ook de overheid. “Wij hopen dat er bij de terugleveringscontracten uiteindelijk een concurrentie ontstaat die de vergoeding die de mensen gaan krijgen voor de stroom die ze terugleveren aantrekkelijker gaat maken." 

"Maar die grote verschillen tussen de afnameprijs van elektriciteit en de terugnameprijs is natuurlijk een grote doorn in het oog van onze organisatie want dat houdt heel wat investeringen in duurzame energie tegen. Een warmtepomp wordt daar bijvoorbeeld niet zo aantrekkelijk door en eigenlijk zou de overheid dat moeten aanpakken."

Van Evercooren benadrukt nog dat de digitale meter belangrijk is voor de energietransitie en ook voordelen kan hebben voor de individuele verbruiker: “Als je graag je verbruik wil kennen, kan je inloggen in de klantenzone van Fluvius bij de digitale meter en daar kun je je verbruik van dag tot dag, zelfs van kwartier tot kwartier zien.” 

Meest gelezen