Rechter waarschuwt, na moord in Beveren: "Steeds meer mensen lijken steeds sneller te oordelen met steeds minder kennis"

Mensen oordelen te snel over zaken die de maatschappij beroeren, aangevuurd door (sociale) media en politici, terwijl vaak onvoldoende informatie voorhanden is om een gefundeerd oordeel te vormen. Wanneer rechters dat later wél doen op basis van het volledige plaatje in het dossier, zijn zij geregeld de gebeten hond omdat hun uitspraak niet altijd in lijn ligt met het proces dat in de publieke arena is gevoerd. Dat zegt rechter Hans De Waele in deze opinie naar aanleiding van 2 gebeurtenissen uit de actualiteit.

In 1748 schreef de Schotse filosoof David Hume: “Een verstandig mens laat de sterkte van zijn overtuiging afhangen van het bewijsmateriaal.” (D. HUME, Het menselijk inzicht. Een onderzoek naar het denken van de mens). De zoektocht naar waarheid is moeilijk en inspannend. Feiten laten zich soms moeilijk achterhalen, laat staan begrijpen. Zij kunnen dan ook met sprekend gemak worden vervormd, gekleurd of misbruikt. 

Wetenschap leert ons dat oordelen op basis van gevoelens en indrukken, hoe sterk je die ook ervaart, niet werkt. Denkfouten zijn het onvermijdelijke gevolg van de gebrekkige programmering van het menselijk brein. Veel van wat we ooit over de wereld dachten, bleek nadien onwaar te zijn. 

Dat alles zou ons moeten leren om terughoudend en voorzichtig te zijn wanneer we een claim doen over waarheid, onbekende feiten of menselijk gedrag. Wanneer we slechts beschikken over zwakke bewijzen of over beperkte of voorlopige kennis, is het beter om de kracht van onze overtuigingen te matigen en om onze ontvankelijkheid voor tegenbewijs of voor andere perspectieven te verhogen. 

Mentale bandbreedte

Onze samenleving lijkt op dit punt soms helemaal uit balans. We leven in een wereld die om meerdere redenen steeds complexer wordt. Anderzijds werd de snelheid van (sociale) media en van onze communicatie de laatste decennia gevoelig opgedreven. Deze snelheid riskeert de juistheid van ons oordeel te doen ontsporen. 

Vaak is er niet genoeg tijd en kennis om feiten te checken of om de gelaagde realiteit volledig te doorgronden. Onze mentale bandbreedte en onze aandachtsboog worden door een veelheid aan informatie en prikkels ingekort. Maar dit belet niet dat velen om ter luidst roepen. Steeds meer mensen lijken steeds sneller te oordelen op basis van steeds minder kennis. Twee gebeurtenissen van de voorbije week tonen eens te meer aan hoe problematisch dit is.

Huid van echte mensen

Op sociale media ontstond een golf van verontwaardiging over een vonnis in een verkrachtingszaak waarbij gevangenisstraffen met uitstel werden uitgesproken. Het komt mij niet toe om te oordelen over dit vonnis. Hoe zou ik dat ook kunnen? De paranormale gave om zonder dossierkennis te kunnen oordelen over deze specifieke zaak werd mij niet gegund.  

De betrokken magistraat heeft in een individuele zaak, rekening houdend met alle specifieke omstandigheden waarvan enkel de rechtbank en de partijen kennis hebben, in eer en geweten een beslissing genomen. Dit is de (moeilijke) taak die een strafrechter door de samenleving dagelijks wordt opgedragen. Laat ons niet vergeten dat rechters hun vonnissen schrijven op de huid van echte mensen en dat een zekere terughoudendheid bij het opsluiten van jonge volwassenen steeds op zijn plaats is. 

Er werd echter (eens te meer) verontwaardigd gereageerd op de rechterlijke uitspraak. Het vonnis zou te mild zijn. Voor zedenplegers zouden er nooit verzachtende omstandigheden mogen spelen. De sereniteit van het debat was op sociale media eens te meer totaal zoek. Op basis van één enkele zaak, met kennelijk een uiterst specifieke context, werden opnieuw conclusies getrokken over de aanpak van seksuele misdrijven door justitie. 

Deze zaak werd vermengd met tal van andere zaken (zoals verkeerszaken of corona-overtredingen) met compleet andere omstandigheden en waarbij uiteraard ook andere strafdoelstellingen spelen. Korte passages uit het bewuste vonnis werden uit de context getrokken en volkomen verkeerd geïnterpreteerd. Een minister stelde zich op de nationale televisie zelfs de vraag of uitstel van straf bij verkrachting überhaupt nog mogelijk kon zijn. Men zou mogen verwachten dat een dergelijke gespierde, doch problematische uitspraak van een minister meer kritiek zou krijgen dan het bewuste vonnis. Niet dus. 

Verontwaardiging verkoopt?

Maar waarop rust al deze kritiek? Wie van deze critici heeft het strafdossier gelezen of de debatten in de zittingszaal gevolgd? Kennen zij de specifieke omstandigheden die de rechter hebben doen besluiten dat er voldoende garanties waren om deze daders niet effectief naar de gevangenis te sturen, maar een tweede kans te geven? Weten ze dan niet dat de betrokken rechter, zoals zovele strafrechters overigens, elke dag opnieuw, in andere zaken met andere omstandigheden, zware straffen oplegt aan andere daders van zedenmisdrijven? 

Hoe komt het dat bepaalde media over deze andere zaken niet of nauwelijks berichten, maar wel volop inzetten op verontwaardiging wanneer in zedenzaken “lichte straffen” worden uitgesproken? Zou het dan toch waar zijn dat verontwaardiging beter verkoopt? Is het een teken van deze tijd dat er geen verontwaardiging meer lijkt te zijn over disproportionele straffen of detentieschade? Of is dat enkel aan de orde wanneer we zelf (of onze eigen kinderen) voor de rechter staan? 

Hoe komt het dat de vraag naar gerechtigheid vandaag steeds meer wordt ingehaald door de roep naar vergelding? Deze roep lijkt stilaan zo groot geworden dat we blijkbaar jonge volwassenen willen opsluiten of hun leven definitief willen hypothekeren zonder dat we de feiten kennen. Hebben we niet net meer behoefte aan rechters die de moed hebben om in bepaalde individuele zaken met een specifieke context tegen de publieke opinie in te gaan en die, met kennis van zaken, een beslissing op maat durven nemen? Is het niet net dat wat we ooit voor ogen hadden met de scheiding der machten en met de onafhankelijkheid van rechters? 

Los uit de pols

Neen, repressie verlaagt het recidiverisico (in zedenzaken) niet. Opsluiting van daders is soms nodig, maar niet steeds. Het is een misvatting dat het leed van een slachtoffer slechts kan erkend worden wanneer nieuw leed wordt toegebracht aan de dader. De eigen pijn wordt niet noodzakelijk uitgewist door het toebrengen van pijn aan een ander. Niet alle slachtoffers zijn vragende partij voor vergelding. Veeleer zijn zij geïnteresseerd in het begrijpen van de feiten, de erkenning van hun schade en een resocialiserende straf die de kans op nieuw leed verkleint. 

Welke samenleving willen we eigenlijk? Willen we dat menselijk falen na grondige studie van het dossier, met inzicht in de achtergrond van alle betrokkenen en op basis van verslagen van psychiaters, psychologen en justitie-assistenten wordt beoordeeld door rechters die jarenlang ervaring hebben opgebouwd? Of willen we echt los uit de pols beoordeeld en gelyncht worden op sociale media? Of nog liever het oordeel van een computer die elke beklaagde dezelfde straf oplegt (los van de individuele omstandigheden van een zaak) of van critici die als ongeleide projectielen oordelen zonder het strafdossier te kennen?

Homohaat(?)

Deze week werd in de media meermaals bericht over de dood van een homoman in Beveren. Het verdriet en het leed van de nabestaanden is ondraaglijk groot. De motieven van de vermoedelijke daders worden momenteel nog volop onderzocht en tot op vandaag houdt het parket alle pistes open. 

Bekijk hier een reportage uit "Het Journaal" van 8 maart 2021 over de moord op een homoseksuele man in Beveren (en lees voort onder de video):

Videospeler inladen...

Het belette niet dat deze bijzonder trieste zaak voorbarig werd gelinkt aan een welbepaald motief, met name homohaat. Velen hadden hun conclusie reeds klaar. Aan de ambtswoning van onze premier werd de regenboogvlag halfstok gehangen, in onze parlementen werd koortsig gediscussieerd over homohaat, op sociale media ontstond een (zoveelste) golf van verontwaardiging, in het VRT-programma "De afspraak" kwam een journalist sterk getuigen over fysiek en verbaal geweld dat hij zelf had ervaren.

Bekijk hier een reportage uit "Het Journaal" van 9 maart 2021 over de vloedgolf van regenboogvlaggen op sociale media en aan officiële gebouwen na de moord in Beveren (en lees voort onder de video):

Videospeler inladen...

Het belang van de strijd tegen homohaat kan uiteraard niet voldoende aandacht krijgen. Maar wanneer het wordt gelinkt aan een concrete zaak waarin de drijfveer van de daders nog niet vaststaat, past de grootst mogelijke terughoudendheid over het motief. Het zou niet de eerste keer zijn dat op deze manier in de samenleving een virtueel narratief over een rechtszaak ontstaat dat later (wanneer het onderzoek rond is) niet blijkt overeen te stemmen met de complexe werkelijkheid. 

"Wereldvreemde rechters"

Elke strafrechter met ervaring heeft al meermaals zaken beoordeeld waarbij een verontrustende kloof bestaat tussen de inhoud van het strafdossier (dat soms duizenden pagina’s beslaat) en de wijze waarop bepaalde media in enkele vluchtige woorden over de feiten berichten. Wanneer het vonnis uiteindelijk wordt uitgesproken en de eerdere berichtgeving in de media dient te worden gecorrigeerd, krijgen niet de betrokken journalisten een veeg uit de pan, maar wel de rechter. Want hij of zij heeft het niet begrepen of is zelfs wereldvreemd, hoewel de rechter (samen met de partijen) de enige is die de feiten uit het strafdossier werkelijk kent. 

Op sociale media wordt de rechter gekapitteld en wordt verder geschreeuwd op basis van een virtuele realiteit die vaak haaks staat op de juridische waarheid. Op deze manier wordt de publieke opinie opgehitst en ontstaat er een (te) grote druk op de rechter, zoals overigens mooi uitgebeeld in het recente boek “Dorsmans dood” van de Nederlandse schrijfster Miek Smilde. Onze politici surfen al te vaak mee op deze golven van verontwaardiging, de laatste jaren bij uitstek in zedenzaken. Uit angst voor stemmenverlies durven ze het publieke ressentiment niet tegenspreken, maar gaan ze mee in een opbod.

Onze rechtsstaat wordt op deze manier onvoldoende verdedigd. Laat ons hopen dat dit in deze recente, bijzonder pijnlijke zaak niet het geval zal zijn en dat het debat over schuld en motief niet in de media wordt gevoerd, maar waar het hoort, met name in de zittingszaal. Uiteraard is het perfect mogelijk dat er in deze zaak wel degelijk sprake is van het motief homohaat. Dit zal het onderzoek later uitwijzen. 

Ondertussen pleit de familie van het slachtoffer in Beveren zelf voor de sereniteit van het maatschappelijk debat en vraagt deze familie om vertrouwen te hebben in het werk van politie en justitie. Een moedige oproep die getuigt van enorme beheersing en waardigheid, al is het ook bijzonder pijnlijk dat de nabestaanden (die bovenop hun leed alle media-aandacht dienen te verwerken) hierop zelf moeten aandringen in deze voor hen uiterst dramatische omstandigheden.

Bekijk hier een gesprek met Laurent De Clercq, de advocaat van de nabestaanden van de vermoorde man in Beveren, van 12 maart 2021 waarin hij zegt dat de familie tot sereniteit oproept (en lees voort onder de video):

Videospeler inladen...

Onderbuik versus verstand

Onze samenleving schuift op. Klassieke media staan onder grote druk van de snelheid van sociale media. De polarisatie neemt toe. De temperatuur van het debat stijgt. De roepers klinken steeds luider en krijgen te veel aandacht, ook in de klassieke media. Kranten strijden om de aandacht van hun lezers. Er ontstaat een spanningsveld tussen correcte, genuanceerde informatie en kijk- of winstcijfers. 

Dit heeft gevolgen. De hardheid, de snelheid en de ongenuanceerdheid waarmee we over menselijk falen (uiteraard van anderen) oordelen, is angstaanjagend. Een goed oordeel vraagt nochtans eerst een onderzoek van de feiten, spraak en tegenspraak, afstand en geduld. Het is daarom belangrijk dat we in onze samenleving de balans herstellen tussen de complexiteit van de realiteit en anderzijds de snelheid en de roekeloosheid waarmee we deze realiteit beoordelen. 

Zeker wanneer we getroffen worden door grote emoties (bijvoorbeeld bij de tragische dood van een jonge man) riskeren we dat onze onderbuik ons verstand gaat overheersen. Deze wetenschap noopt ons tot meer voorzichtigheid en terughoudendheid. Verontwaardiging is begrijpelijk, maar het is slechts een beginpunt dat zich leent tot het stellen van vragen, niet tot het geven van antwoorden. 

Waarheidsvinding vraagt meer bescheidenheid over de eigen positie, twijfel, een ontvankelijke houding die openstaat voor andere perspectieven, inspanning om feiten geduldig te onderzoeken en bereidheid om ons te laten overtuigen van het tegendeel. We zullen de waarheid niet of moeilijker vinden wanneer we ons laten leiden door zelfoverschatting, verontwaardiging, cynisme, een tunnelvisie of een oordeel dat steunt op onze onderbuik. Onze zoektocht naar waarheid vraagt meer zorg, beheersing en geduld. Zo niet raakt de waarheid gekneld in een ondoorzichtige mist van alternatieve feiten, onverzoenbare kampen, misvattingen en leugens. En daar willen we echt niet naartoe.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen