Een processie van 'lakams', ambassadeurs bij de Maya's, op een vaas.
Photograph-K5763 Justin-Kerr

Beenderen van Maya-ambassadeur vertellen verhaal van privileges en ontberingen

Een belangrijke Maya-man, die bijna 1.300 jaar geleden begraven is, kende in zijn leven zowel privileges als ontberingen. De diplomaat Ajpach' Waal hielp als volwassene een alliantie sluiten tussen twee machtige dynastieën en dat maakte hem rijk genoeg om een eigen ceremonieel platform te laten bouwen. Uit zijn beenderen blijkt echter dat hij in zijn jeugd ondervoed of ziek is geweest en dat hij behoorlijk wat aandoeningen had. Toen de alliantie die hij had helpen sluiten uit elkaar viel, verdween ook zijn welstand en hij werd zonder al te veel omhaal begraven.

Tijdens opgravingen in El Palmar, een kleine Maya-site in het zuiden van het schiereiland Yucatán, in de buurt van de grens met Belize en Guatemala, ontdekten archeologen een met hiëroglyfen versierde stenen trap die naar een ceremonieel platform leidde. Uit de hiëroglyfen bleek dat in juni 726 Ajpach' Waal naar de koning van Copán reisde, meer dan 550 kilometer ver in Honduras, om een alliantie te sluiten tussen Copán en de koning van Calakmul, een Maya-stad in de buurt van El Palmar. De opgravingen werden geleid door Kenichiro Tsukamoto, hoogleraar antropologie aan de University of California Riverside. 

De studie van de vondsten in El Palmar werpt een nieuw licht op de rol die gemeenschappen uit de periferie van de grote machtscentra speelden in het vormen en verstevigen van banden tussen koninklijke families in de laatklassieke periode (tussen 600 en 850 n.C.) en op de nadelen die deze perifere gemeenschappen ondervonden als iets een einde maakte aan die allianties. 

De hiëroglyfen op de stenen trap identificeerden Ajpach' Waal als een 'lakam' of standaarddrager, een ambassadeur die een vaandel droeg terwijl hij op diplomatieke missies tussen verschillende steden wandelde. Hij had deze verheven positie geërfd van zijn vader en ook zijn moeder kwam uit een familie die tot de Maya-elite behoorde. 

Ajpach' Waal moet het sluiten van de alliantie tussen de koningen van Copán en Calakmul als het hoogtepunt van zijn carrière beschouwd hebben, want de hiëroglyfen tonen aan dat hij het ceremonieel platform niet gekregen had van de heerser van El Palmar, maar het voor zichzelf had laten bouwen enkele maanden na de missie, in september 726. 

Het platform diende als een soort van theaterpodium waarop spectaculaire rituelen werden uitgevoerd voor een publiek, en enkel invloedrijke personen waren in staat hun eigen platform te laten bouwen. 

Onder de vloer van een tempel naast het platform ontdekte Tsukamoto het ongestoorde graf van een mannelijk skelet in een kleine kamer. En hoewel hij begraven was op een plaats die laat veronderstellen dat hij de eigenaar was van het platform en de tempel, had dit individu slechts twee kleurrijke aardewerken potten meegekregen naar de onderwereld, en, in tegenstelling met andere begrafenissen van Maya's uit de elite, geen juwelen of andere grafgiften.

De stenen trap met het ceremonieel platform in El Palmar.
Kenichiro Tsukamoto/Octavio Quetzalcoatl Esparza Olguin in Maya Archaeological Reports

Beenderen versus hiëroglyfen

In een nieuwe studie hebben Tsukamoto en Jessica Cerezo-Román nu de beenderen bestudeerd van de man die in deze raadselachtige tombe ligt om zijn verhaal te vertellen. Cerezo-Román is hoogleraar antropologie aan de University of Oklahoma. 

"Zijn leven lijkt niet op wat we verwacht hadden op basis van de hiëroglyfen", zei Tsukamoto. "Veel mensen zeggen dat de elite genoot van hun levens, maar meestal is het verhaal meer complex."

De man was tussen 35 en 50 jaar oud toen hij stierf. Verschillende dateringsmethodes, waaronder koolstofdatering, stratigrafie en keramische typologie, suggereren dat de begrafenis plaatsvond rond 726, toen de stenen trap gebouwd was. De hoge status van het individu, in combinatie met de nabijheid van het graf tot de trap, maakt dat de auteurs geloven dat het waarschijnlijk om Ajpach' Waal zelf gaat, of misschien om zijn vader. 

In al zijn voortanden in de bovenkaak, van de rechter hoektand tot de linker, was geboord om er decoratieve implantaten in te plaatsen van pyriet en jade, dat erg kostbaar was en streng gereglementeerd. 

Maya's in geografische gebieden die geassocieerd worden met heersende elites, ondergingen die pijnlijke ingreep in hun puberteit als een overgangsrite om hun opname in een hoog ambt of een sociale groep te markeren. Mogelijk kreeg Ajpach' Waal zijn implantaten toen hij de titel van zijn vader erfde. 

(Lees voort onder de foto's.)

De voortanden van Ajpach' Waal met de gaten die er in geboord zijn en een aantal implantaten.
Kenichiro Tsukamoto
Een aantal van de hiëroglyfen die de stenen trap versierden.
Kenichiro Tsukamoto/Octavio Quetzalcoatl Esparza Olguin in Maya Archaeological Reports

De schedel van het skelet was achteraan lichtjes plat gemaakt door langdurig contact met iets vlaks na de geboorte, een praktijk waarvan de Maya's vonden dat ze mensen aantrekkelijker maakte. Omdat de voorkant van de schedel niet bewaard is gebleven, kunnen de archeologen niet zeggen of het voorhoofd eveneens vlak gemaakt was, een praktijk die beperkt was tot de koninklijke huizen. 

Andere aspecten van de onderzochte beenderen spreken echter de geprivilegieerde positie tegen die blijkt uit de aanpassingen van de tanden en de schedel. 

Zo vertoonden een aantal armbeenderen sporen van genezen periostitis, een beenvliesontsteking die veroorzaakt kan worden door een bacteriële infectie, een wonde, scheurbuik of rachitis, en die gemaakt moet hebben dat zijn arm pijn deed tot de aandoening genezen was. 

Aan de beide zijkanten van de schedel zaten enigszins poreuze, sponsachtige delen, een aandoening die porotische hyperostose genoemd wordt en veroorzaakt wordt door voedseltekorten of ziekten in de kindertijd. De aandoening wordt tamelijk vaak teruggevonden in begrafenissen bij de Maya's, wat laat vermoeden dat de hoge status van Ajpach' Waal hem niet heeft kunnen beschermen tegen ondervoeding en ziekten. 

Een genezen breuk van zijn rechter scheenbeen lijkt op breuken die men ziet bij moderne sportmensen die contactsporten als voetbal of rugby spelen. Dat zou er kunnen op wijzen dat hij een aantal van de balspelen speelde die op de stenen trap staan afgebeeld, wat een argument is voor de stelling dat het wel degelijk Ajpach' Waal was die daar begraven lag. 

Lang voor zijn dood had het individu al veel tanden aan de linkerkant van zijn onderkaak verloren door aandoeningen van het tandvlees en mogelijk had hij een pijnlijk abces op zijn rechter premolaar in de onderkaak. Dat zal zijn dieet beperkt hebben tot zacht voedsel volgens de onderzoekers. Daarnaast was er bij een van de ingelegde tanden een verdikking opgetreden in de buurt van de wortel als reactie op het boren en dat kan pijn hebben veroorzaakt. 

Verder had hij ook, naarmate hij ouder werd, artritis gekregen in zijn handen, rechter elleboog, linker knie, linker enkel en zijn voeten, wat stijfheid en pijn veroorzaakt zal hebben, vooral 's morgens. 

Tsukamoto en Cerezo-Román suggereren dat die artritis veroorzaakt kan zijn door het feit dat hij als standaarddrager over lange afstanden en door zwaar terrein een banier moest dragen en op en neer moest lopen over trappen.  En dan moest hij ook nog eens knielen voor de Maya-heersers op hun platformen.

Een van de twee potten die in het graf gevonden zijn, met een afbeelding van een vogel die op een aalscholver lijkt.
Kenichiro Tsukamoto

Een einde aan de voorspoed

Alsof al die ziekten niet erg genoeg waren, maakte het noodlot ook nog een einde aan de voorspoed van Ajpach' Waal. 

"De heerser van een ondergeschikte dynastie onthoofdde de koning van Copán tien jaar na de alliantie met de koning van Calakmul, die rond dezelfde tijd ook verslagen werd door een rivaliserende dynastie", zei Tsukamoto. "We zien de politieke en economische instabiliteit die op deze twee gebeurtenissen volgde in de armoedige begrafenis en in één van de ingelegde tanden."

De archeologen stelden vast dat tijdens zijn leven het implantaat uit de rechter hoektand van Ajpach' Waal gevallen was en niet vervangen was. Ze weten dat omdat tandaanslag in het gat verhard was tot tandsteen. 

Het gat, dat goed zichtbaar moet geweest zijn als de man sprak of glimlachte, moet een gênante, publieke bekentenis geweest zijn van zijn tegenspoed of van het feit dat El Palmar minder te betekenen had. Het zou hem ook een minder bruikbare afgezant gemaakt hebben, als hij die functie nog steeds zou bekleed hebben. 

Hoewel El Palmar nog een tijdje bewoond bleef na de dood van Ajpach' Waal, werd het uiteindelijk verlaten en opgeslokt door de jungle. 

De studie van Kenichiro Tsukamoto en Jessica Cerezo-Román is gepubliceerd in Latin American Antiquity. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of California Riverside. 

Kenichiro Tsukamoto aan het werk in El Palmar.
Kenichiro Tsukamoto

Meest gelezen