Unieke vondst in het VRT-archief: plaatopname van herbegrafenis Paul van Ostaijen

Dichter Paul van Ostaijen werd 125 jaar geleden geboren en zijn meesterwerk "Bezette stad" is een eeuw oud. Komend weekend gaan twee tentoonstellingen open over Van Ostaijen. Net nu duikt in het VRT-archief een plaatopname op met een verslag van de herbegrafenis van Paul van Ostaijen op het Schoonselhof in Antwerpen. De plaat is onlangs gedigitaliseerd, samen met duizenden andere oude opnames. 

Paul van Ostaijen staat volop in de belangstelling, een eeuw na de publicatie van zijn revolutionaire dichtbundel “Bezette stad”. Van Ostaijen stierf erg jong, op zijn 32e, aan de gevolgen van tuberculose. Hij was opgenomen in een sanatorium in het Waalse Miavoye. Daar overleed hij in 1928 en werd hij eerst begraven op het plaatselijke kerkhof.

In 1932 werd zijn stoffelijk overschot naar Antwerpen overgebracht en werd hij opnieuw ter aarde besteld op de begraafplaats Schoonselhof. Twintig jaar later, in 1952, kreeg Van Ostaijen dan zijn definitieve rustplaats op het erepark van dezelfde begraafplaats, waar de belangrijke burgers van de stad Antwerpen liggen. Van die derde (!) begrafenis is nu een uniek klankverslag opgedoken in de VRT-archieven. Het stond op een lakplaat, die recent gedigitaliseerd werd. 

Beluister hier een fragment:

Op reportage met de "lakplaatgraveermachine"

Lakplaten hoorden bij de eerste manieren om klank te registreren, lang voor andere “dragers” zoals de magneetband, de vinylplaat, de cassette, de cd of de usb-stick. Lakplaten waren in gebruik bij het NIR, de voorloper van de VRT, van 1930 tot begin jaren 60. Het zijn metalen, glazen of kartonnen platen met een dun laagje lak, waarin de geluidsopname werd gegroefd. 

Alan De Feyter, die de Van Ostaijen-opname opdook en restaureerde in het VRT-archief, neemt ons mee naar 1952. De lakplaten werden ter plekke "beschreven". Naast het graf van Van Ostaijen moet dus een technicus in de weer zijn geweest met microfoons en met twéé graveertoestellen om op tijd te switchen, want de plechtigheid duurde langer dan één plaatkant.  

De opnamen beslaan dus twee kanten van twee verschillende platen. Op het ene label staat “Nachtelijke optocht - Van Ostaijen”, op het andere “Schoonselhof”. De datum is ook bekend: 8 november 1952. Meer informatie is bij de plaat niet te vinden.

Vieze platen

Dergelijke oude lakplaten zijn kwetsbaar, vaak ligt er een laag viezigheid en vet op, zoals een wit waas bij oude chocolade. Als een opname werd afgespeeld maakten de studiotechnici aantekeningen met waskrijt. Soms zijn er stukjes die ontbreken omdat de lak is afgeschilferd.

De voorbije drie jaar zijn zo’n 14.300 lakplaatkanten uit de VRT-kelders schoongepoetst en gedigitaliseerd. Daar staan vooral eigen muziekopnames op, naast gesproken woord en “veldopnames”. Alan De Feyter: “Ik ben nu bezig met geluiden uit een brouwerij in Mechelen uit 1930, waar je het hoefgetrappel van de paarden hoort…” Een schat aan onuitgegeven informatie, waar voor de digitalisering en de ontsluiting wordt samengewerkt met meemoo, Vlaams instituut voor het archief.

Bekijk hier hoe de oude lakplaten worden schoongemaakt en gedigitaliseerd (uit het Journaal, 2017):

Videospeler inladen...

Eind december 2020 werd het digitalisatieproject afgerond onder leiding van Christine Fettweis van het VRT-archief. Nu worden deze audiobestanden gemonteerd en gerestaureerd. “Dit vervolgtraject is nog maar net opgestart en leverde alvast een eerste prachtige audiofile op, een uniek tijdsdocument,” zegt Kathleen Bertrem van het VRT-archief over de Van Ostaijen-vondst. 

Beluister het gesprek in "De wereld vandaag" (Radio 1) hier:

Vaak is het zoeken naar welke plaatkanten bij elkaar horen. En “we halen de kliks en bijgeluiden weg, we verbeteren de verstaanbaarheid,” legt Alan De Feyter uit. Dat is mooi gelukt bij de opname rond het graf van Van Ostaijen. De stemmen klinken relatief helder en in de achtergrond zijn zelfs kerkklokken te horen. 

Digitaal restaureren is mensenwerk. Elke opname, elke plaatkant klinkt anders, zelfs binnen één verhaal. “Het duurt minstens 10 minuten om 1 minuut originele klank goed te krijgen,” zegt De Feyter, “ik ben dus voor een uurtje oude opnames vaak een hele dag bezig.”

Foto F. Mariën - Collectie stad Antwerpen - Letterenhuis

Terug naar de twee lakplaten met de summiere informatie over Van Ostaijen. Via de datum gingen de archivarissen op zoek naar meer informatie en context. “Het leek wel detectivewerk,” zegt Alan De Feyter.

En zo werd duidelijk dat het om de herbegrafenis van Paul van Ostaijen ging en wie de verschillende sprekers waren. En dat het radioverslag twee dagen later op 10 november ’s avonds om tien voor acht (gedeeltelijk) werd uitgezonden in het regionale nieuws op “Studio Antwerpen”. In de rubriek Actualiteit, gepresenteerd door L. Gypen, en gevolgd door een “Bonte Avond” vanuit Zaal Moderne in Wijnegem. Van Ostaijen zou er om lachen. Tussen haakjes: in november 1952 is er nog net geen televisie, die doet pas een jaar later haar intrede.

De klankopname duurt 21 minuten en bevat toespraken van Ger Schmook, toentertijd directeur van de stedelijke bibliotheken van Antwerpen, van NIR-man Julien Kuypers, van Jozef Muls, uitgever van het blad “Vlaamsche Arbeid” waarin Van Ostaijen publiceerde en van dichter Etienne Schoonhoven die het gedicht “Nachtelijke optocht” voordraagt.

Van Ostaijen zou zichzelf uitlachen bij een officiële plechtigheid

Een uniek tijdsdocument van 8 november 1952. De Boekenbeurs is dan aan de gang en voor het eerst verschijnt het verzameld werk van Paul van Ostaijen. Bij die gelegenheid, 24 jaar na zijn dood, krijgt de dichter een nieuwe rustplaats op de begraafplaats Schoonselhof bij Antwerpen. Een plechtigheid? Dat ontlokt een van de sprekers de commentaar dat Van Ostaijen, “zichzelf zou uitlachen moest hij ooit vermoed  hebben dat men hem officieel zou huldigen.” Aan het woord is Julien Kuypers, toen voorzitter  van de Raad van Bestuur van de NIR, de voorloper van de VRT en heel actief in het kunst- en cultuurleven in Antwerpen. 

Julien Kuypers spaart de loftuitingen niet. Hij noemt Van Ostaijen “een schone jongeman”, een “rijke belofte en veel meer dan dat”, een “geniaal aangelegde, maar roekeloze ruitentikker”. Iemand “die de bergen bestormde in een land van veel lage, vlakke horizonnen.”  Of nog: een “roekeloos geniale spuiter (in de betekenis van grappenmaker, red.)”, een “poète maudit” (een verdoemde dichter, red.). Kuypers stipt aan dat in 1952 “zijn geest voorleeft, dat hij werkelijk in de dagelijkse productie van onze poëzie aanwezig is.” 

Foto F. Mariën - Collectie Stad Antwerpen - Letterenhuis

Auteur en uitgever Jozef Muls publiceerde het werk van Paul van Ostaijen in zijn tijdschrift “Vlaamsche Arbeid” en neemt ook het woord op zijn herbegrafenis in 1952. Hij heeft vooral lof voor “Bezette stad”, de revolutionaire bundel waarvan we in 2021 het eeuwfeest vieren. “Het beste dat de Eerste Wereldoorlog in de Vlaamse literatuur heeft voortgebracht, het allerbeste dat over die tijden van ontwrichting, over die inzinking van alle waarden geschreven is geweest,” volgens Muls. 

Van Ostaijen bracht “een nieuw geluid dat nodig was in ons land om te genezen van de oude sleur die was blijven heersen.” Een geluid “dat geen echo heeft gekregen, juist omdat het enig was, omdat het maar door één mens zo kon worden uitgebracht.” Bovendien heeft Van Ostaijen “onze literatuur op het peil van de internationale voortbrengst” gebracht.   

Oproep tot overheidssteun voor schrijvers

Naar aanleiding van het droeve levenseinde van Van Ostaijen in een Waals sanatorium doet Julien Kuypers al in 1952 een oproep voor een systeem van overheidssteun: “Waar er geen mecenaten meer zijn, daar heeft de staat een rol te vervullen. Om het even welke richting een jong kunstenaar uitgaat, om het even welke buitenissigheden hij soms uithaalt, van zodra er kwaliteit is , van zodra er een zekere standing erkend wordt, is het de morele plicht voor de gemeenschap om niet onverschillig te blijven, om te tonen dat ze interesse heeft voor wat daar aan het groeien is.” 

Roekeloos. Dat wil zeggen dat hij zonder enig compromis dichter is geweest

Dat kunnen we zien als een vroege oproep voor een organisatie als een Fonds voor de Letteren of nu Literatuur Vlaanderen, zegt Matthijs De Ridder, biograaf van Paul van Ostaijen. Hij vindt de VRT-archiefopname een merkwaardig klankdocument. “Ik wist wie er op die plechtigheid hadden gesproken, maar niet wat er precies gezegd was.” 

De Ridder onthoudt vooral het woord “roekeloos”, dat een paar keer wordt toegepast op Van Ostaijen. “Dat betekent dat hij zonder enig compromis dichter is geweest. Hij merkt ook op: “Literatuur verandert altijd en onze appreciatie van literatuur ook. Maar als je hoort wat er in 1952 werd gezegd over hem, dan komt dat voor een heel groot deel overeen met de impact die hij nu nog altijd heeft.” 

Luister hier naar een reactie van Matthijs De Ridder en van Nele Hendrickx van het Letterenhuis ("Pompidou", Klara):

Op zaterdag 27 maart gaat de tentoonstelling "Bezette stad 100" open in het Antwerpse Letterenhuis, waar ook het pas aangekochte handschrift van de beroemde bundel te bewonderen zal zijn. En in de bibliotheek van Hasselt start de reizende expo "Bezette stad x 5" met interpretaties van jonge kunstenaars. Reserveren is de boodschap.

Klara maakte een podcast over het levenseinde van Paul van Ostaijen in Miavoye en over zijn begrafenissen. Beluister "De laatste reis" hier.

Het tweede graf van Paul van Ostaijen, Schoonselhof Antwerpen, 1932 - Foto Collectie Stad Antwerpen - Letterenhuis
Het eerste graf van Paul van Ostaijen in Miavoye-Anthée 1928 - Foto Collectie Stad Antwerpen - Letterenhuis

Meest gelezen