Na 50 afleveringen van podcast Plan B: wat is dat "eeuwige misverstand" tussen beide landsdelen? 

Al 50 afleveringen van de podcast Plan B hebben de politieke journalisten Ivan De Vadder (VRT NWS) en Alain Gerlache (RTBF) besteed aan het “eeuwige misverstand” tussen de twee kanten van de taalgrens in ons land. Maar wat is dat eeuwige misverstand, en hoe moeten we dat begrijpen? Welke inzichten hebben 50 afleveringen Plan B opgeleverd? Tijd voor reflectie. 

Wil je een of meerdere afleveringen van Plan B beluisteren? Je vindt ze hier terug.

Het idee voor Plan B ontstond in een radiostudio van het radio 1-programma "De wereld vandaag", toen Alain en ik werden gevraagd om commentaar te geven op hetzelfde politieke feit, maar ieder vanuit zijn eigen invalshoek. Een invalshoek die onvermijdelijk gedefinieerd wordt door de gemeenschap waartoe we behoren. De “botsing” tussen die twee visies leverde die dag al meteen een interessant gesprek op. 

Dat was het startschot van een idee dat uiteindelijk uitmondde in de tweetalige podcast Plan B waarbij elk de taal van de andere spreekt om op die manier net de andere gemeenschap beter te informeren. Omdat we als twee journalisten altijd zijn blijven proberen dat “eeuwige misverstand” uit te klaren. 

De eerste en wellicht de belangrijkste vaststelling, na 50 afleveringen van onze podcast, is dat het idee van identiteit hélemaal anders wordt ingevuld aan de twee kanten van de taalgrens. In Vlaanderen bestaat er effectief – tot spijt van wie het benijdt - een Vlaamse identiteit. Die laat zich afbakenen door een gezamenlijke taal, geschiedenis, publieke opinie, media, en cultuur. Vooral de populaire cultuur toont helder aan dat die identiteit bestaat: “FC De Kampioenen” is door en door Vlaams, net als de evergreen van Luc De Vos “Mia” of het succes van “K3”.

De tweede vaststelling is dat die populaire cultuuruitingen niet of nauwelijks bekend zijn aan de andere kant van de taalgrens. De dood van Kris De Bruyne, de stem van Geike Arnaert in “Zoutelande” of het succes van “#LikeMe”, niets van dat dringt door aan de andere kant van de taalgrens. Dat elke Vlaming hen wel kent, toont aan dat ze intussen een essentieel element zijn geworden van onze identiteit. Net als onze taal, dat verfoeilijke verkavelingsvlaams (waarin heten noemen is geworden), dat ons onderscheidt van de Nederlanders die nochtans in dezelfde taal schrijven.

De komst van VTM in 1989, en de reactie van de VRT op die komst, heeft misschien meer gedaan voor de Vlaamse identiteit dan veel Vlaams-nationaal vlaggengezwaai. En het gevolg is dat de meeste Vlamingen zich intussen toch wel iets kunnen voorstellen bij het idee “Vlaanderen”.

Het idee van identiteit wordt hélemaal anders ingevuld aan de twee kanten van de taalgrens

De volgende vaststelling is dat die identiteit, zoals die zich in Vlaanderen heeft ontwikkeld, volledig ontbreekt aan Franstalige zijde. Er wordt misschien een schuchtere poging gedaan om een Waalse identiteit te munten, maar die pogingen vinden nauwelijks vruchtbare bodem. Veel Franstaligen vallen eerder terug op oudere entiteiten: de inwoners van Luik bijvoorbeeld, zijn nog altijd trots op de erfenis van het Prinsbisdom, en de Henegouwers baseren zich ook op een oudere identiteit, al valt het Picardische deel daar steevast buiten. 

Aflevering 11 zoomde in op de vraag of er zoiets bestaat als een "Waalse identiteit":

Alleen een Brusselse identiteit heeft zich in de loop der jaren kunnen ontwikkelen, waar ook de Brusselse Vlamingen stilaan deel van uitmaken. In die mate dat sommige Brusselse Vlamingen zichzelf meer en meer als Vlaamse Brusselaars beschouwen die de stad delen met de Franstalige Brusselaars maar evengoed met de Turkssprekende Brusselaars of de Engelssprekende Brusselaars.

De Franstaligen delen wel allemaal de Franse taal en cultuur, ze zijn verbonden in de “Francophonie”, maar daarbij spelen België, Wallonië of de Franse Gemeenschap maar  een ondergeschikte rol. Het gidsland is en blijft Frankrijk. Het effect daarvan wordt door de Vlamingen vaak onderschat. 

Het gidsland voor de Franstaligen is en blijft Frankrijk. Het effect daarvan wordt door de Vlamingen vaak onderschat

Zo kijkt één derde van de Franstalige tv-kijkers in België eerder naar de Franse nieuwsuitzendingen dan naar de nieuwsuitzendingen van de Franstalige zenders in België. De komst van de commerciële televisie heeft Franstalig België niet losgemaakt van de invloed van Frankrijk (zoals dat in Vlaanderen wel gebeurd is, na de komst van VTM, tegenover gidsland Nederland). Bovendien is de invloed van Frankrijk op het doen en laten in Franstalig België vele malen groter dan de invloed die Nederland ooit op Vlaanderen heeft uitgeoefend.

Welke rol speelt identiteit in de politieke realiteit?

Opvallend is dat, aan de twee kanten van de taalgrens, de politieke realiteit die aanwezigheid of afwezigheid van identiteit reflecteert. De gevolgen van dat fenomeen worden in bijna elke aflevering van onze podcast besproken, omdat ze zo aanwezig zijn in het dagelijkse politieke realiteit.

Zo vertrekken alle Vlaamse politici vanuit de Vlaams Gemeenschap, die meestal kortweg Vlaanderen wordt genoemd. De hoofdstad van dat Vlaanderen is Brussel (dat zich in een ander gewest bevindt dan het Vlaams Gewest dat in 1980 door de Vlaamse Gemeenschap werd opgeslorpt). Dat  Vlaanderen viert haar feestdag op 11 juli, in het Brusselse stadhuis. 

En dus is dé fout die Vlaamse politici geregeld maken, die Vlaamse politieke realiteit te weerkaatsen op de Franstalige politieke realiteit. In dat schema weerspiegelt Vlaanderen zich aan de Franse Gemeenschap, of nog vaker aan Wallonië, als het grootste gewest aan de andere kant van de taalgrens (al was het maar door de term “ Walen” te gebruiken in plaats van “Franstaligen”).

Dé fout die Vlaamse politici geregeld maken, is dat ze die Vlaamse politieke realiteit weerkaatsen op de Franstalige politieke realiteit

Maar in Franstalig België valt dat idee op een koude steen omdat de politieke realiteit helemaal anders is. Eén op de vier Franstalige Belgen woont in Brussel. De parallel maken tussen Vlaanderen en Wallonië zoals veel Vlamingen geregeld doen, is uitgesloten voor de Franstalige politieke wereld. Dat zou betekenen dat geen rekening wordt gehouden met een kwart van de Franstaligen.

Maar de Franse Gemeenschap (waar zowel Wallonië als Brussel in vertegenwoordigd zijn) voorstellen als de weerspiegeling van Vlaanderen, is evenmin een optie. Die stiefmoederlijk behandelde Franse Gemeenschap is namelijk een politiek weeskind. Ze mag dan wel bevoegd zijn voor onderwijs én cultuur, maar ze is financieel armlastig. Bovendien kan ze zich zelf niet uit die nijpende financiële toestand helpen omdat ze geen eigen belastingen mag heffen. Dat kunnen alleen gewesten. 

In een poging om de band tussen die Gemeenschap en de twee Gewesten toch enigszins aan te halen, hebben de Franstaligen die Gemeenschap omgedoopt tot de “Fédération Wallonie-Bruxelles”. Een  toenadering die nooit verder gegaan is dan de titel. 

Dat betekent dat het landschap van de politieke instellingen in Franstalig België veel complexer is dan in Vlaanderen. Waar de Vlamingen (op deelstaatniveau) vertegenwoordigd worden door één regering en één parlement, hebben de Franstaligen twee gewestparlementen (Brussel en Wallonië) en de parlementen van de Franse (en de Duitse) gemeenschap. Al die niveaus hebben ook nog een eigen regering. 

Vandaar dat de vraag van PS-voorzitter Paul Magnette om voortaan te werken met 4 gewesten (die meteen ook de gemeenschapsbevoegdheden hebben) in de Franstalige wereld in de eerste plaats overkomt als een pleidooi voor een vereenvoudiging (het grootste deel van de 8 of 9 ministers van Volksgezondheid is Franstalig), terwijl ze in Vlaanderen wordt aangevoeld als een constitutionele armgreep.

Over het voorstel om te werken met 4 gewesten gingen Ivan de Vadder en Alain Gerlache dieper in in 2 afleveringen van Plan B: 

Herman Wouters

Zolang Vlamingen en Franstaligen elkaars ‘woordenschat’ niet delen, zullen ze niet snappen hoe de andere kant van het land denkt en redeneert. Een compromis vinden zal in dat geval moeilijk blijven. Dat is de reden waarom Alain en ik blijven investeren in de “taalgrensjournalistiek”. Wij willen er niets anders mee bereiken dan een beter begrip van de feiten aan de ene kant van de taalgrens bij de luisteraars aan de andere kant van de taalgrens. Meer mag je ook niet verwachten van onze podcast. 

Meest gelezen