De kievit blijft in Vlaanderen fel achteruitgaan.
Glenn Vermeersch

Broedvogels in Vlaanderen: geen sprake van herstel

De trends van de aantallen algemene broedvogels in Vlaanderen voor 2020 bevestigen in grote lijnen het beeld van 2019: broedvogels van het landbouwgebied lijken zich te stabiliseren op een laag niveau dankzij een paar soorten die het goed doen, broedvogels van de bosgebieden geven een gemengd beeld, en generalisten zijn na een toename teruggevallen naar het niveau van 2007, net zoals de trekvogels. Dat blijkt uit de tellingen voor 2020 van het Algemene Broedvogels Vlaanderen-project (ABV) van het Instituut Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en Natuurpunt.

Sinds 2007 organiseert het INBO in samenwerking met Natuurpunt Studie een jaarlijkse monitoring van een 100-tal algemene en schaarse broedvogels in Vlaanderen in het ABV-project. Zo'n 300 vrijwillige medewerkers voeren daarvoor gestandaardiseerde tellingen uit verspreid over 1.200 vooraf gekozen kilometerhokken.

Om grootschalige patronen te kunnen onderscheiden, worden de verschillende vogelsoorten gegroepeerd volgens leefgebied of andere ecologische parameters, bijvoorbeeld standvogels versus trekvogels. Nu zijn de tellingen van 2020 mee verwerkt en geanalyseerd.

De afname van het aantal broedende patrijzen in Vlaanderen lijkt zich enigszins te stabiliseren maar van herstel is nog geen sprake.
Glenn Vermeersch

Broedvogels van landbouwgebied

Broedvogels van landbouwgebied nemen al tientallen jaren af in Vlaanderen. Sinds de start van het ABV-project in 2007 heeft die afname zich nog fors doorgezet hoewel de afnemende aantallen zich sinds 2016 enigszins lijken te stabiliseren. 

Typische en bij het grote publiek gekende vogels zijn de  patrijs en de kievit: die eerste is in de periode 2007-2020 met 47 procent afgenomen in Vlaanderen, en hoewel die afname zich de voorbije 3 jaar lijkt te stabiliseren, is van enig herstel nog geen sprake. De afname van de kievit zet zich nog steeds fors door, met 68 procent verlies in 2007-2020.

De rem op de daling van de aantallen van de hele groep lijkt vooral veroorzaakt te worden door uitzonderingen als de roodborsttapuit, die er met 67 procent op vooruitging in 2007-2020 en de witte kwikstaart, waarvan het aantal steeg met 23 procent in dezelfde periode.

Soorten met een voorkeur voor naaldbossen, zoals de zwarte mees, zijn sterk achteruitgegaan.
Glenn Vermeersch

Broedvogels van bosgebieden

De broedvogels van bosgebieden vertonen een gemengd beeld. Ze kenden een stabiele tot zelfs positieve trend in de periode 2007-2015. Daarna kwam echter een flinke daling, en de gecombineerde cijfers van 2020 bevestigen die neerwaartse trend. 

Vooral soorten die naaldbossen verkiezen, vertonen dalende cijfers, bijvoorbeeld de zwarte mees min 63 procent, de goudhaan min 27 procent. 

De grote lijster, een bosvogel die vaak in landbouwgebied foerageert, neemt alarmerend snel af, met 65 procent. Een oorspronkelijk algemene bosvogel als de matkop is ondertussen een zeldzaamheid geworden in Vlaanderen en wordt zelfs niet meer opgepikt in het ABV-netwerk.

Daar staan positieve trends tegenover van standvogels met een voorkeur voor loofhout zoals de boomklever, die er met 64 procent op vooruitging en de grote bonte specht waarvan de aantallen met 44 procent gestegen zijn.

De boomklever, een vogel met een voorkeur voor loofbossen, is er op vooruitgegaan.
Glenn Vermeersch

Generalisten

Generalisten, een groep soorten die erin slagen zich aan te passen aan diverse leefgebieden, vertonen sinds 2007 een wisselende trend. Een toename in 2007-2013 werd gevolgd door een stelselmatige afname in 2014-2020 tot het oorspronkelijke niveau van 2007. 

Vooral bekende tuinvogelsoorten zoals de merel, ekster, koolmees, en de pimpelmees maken deel uit van deze groep. 

De aantallen merels zijn in 2007-2020 met gemiddeld 37 procent gedaald, en vooral vanaf 2018 fors verminderd. De oorzaak van die plotse crash is wellicht het usutu-virus dat lelijk huishoudt onder vooral merels. 

Bij de spreeuw is de afname minder plots, maar stelselmatig sinds de start van het ABV-project, namelijk min 29 procent in 2007-2020. Net als bij de eerder vermelde grote lijster is landbouwgebied ook voor de spreeuw een belangrijk foerageergebied. De algemene malaise in de landbouwzones, onder andere het feit dat er weinig voedsel beschikbaar is, beïnvloedt wellicht ook andere indicatoren.

De spreeuw gaat er sinds 2007 stelselmatig op achteruit.
mathiasappel@hotmail.com/public domain

Trekvogels

De trends bij de trekvogels die ten zuiden van de Sahara overwinteren, kunnen flink beïnvloed worden door zowel de omstandigheden in Vlaanderen als die tijdens de trek , bijvoorbeeld de jacht, én in de overwinteringsgebieden zelf, waar droogte, jacht en dergelijke een rol kunnen spelen. Het is niet altijd duidelijk welke van deze factoren doorslaggevend is. 

Een soort als de zomertortel ondervindt in alle periodes van het jaar veel druk: ze leeft in landbouwgebied in Vlaanderen en wordt fel bejaagd over de ganse trekroute en in Afrika. Ze is ondertussen zo zeldzaam geworden dat ze niet meer wordt opgepikt in het ABV-project. De kans is reëel dat de zomertortel binnen afzienbare tijd als broedvogel uit Vlaanderen, en bij uitbreiding uit heel West-Europa, zal verdwijnen. 

Gemiddeld genomen lijken de trekvogels zich in 2018-2020 echter enigszins te herstellen tot het niveau van 2007, na een periode van flinke afname in 2013-2017.

Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het INBO.

De kans is reëel dat de zomertortel binnenkort zal verdwijnen als broedvogel in Vlaanderen, en zelfs West-Europa.
Glenn Vermeersch

Meest gelezen