Hoe de discussie over de scholen alleen maar verliezers telt: terugblik op een bewogen politieke week

Vorige week zondagavond verklaarden de ministers van Onderwijs van dit land eensgezind dat ze de scholen voor de paasvakantie niet vervroegd dicht wilden. Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) klonk zelfs zeer militant tijdens hun persconferentie. Hij parafraseerde de Amerikaanse president Kennedy: “Vraag niet wat het onderwijs kan doen voor u, maar zeg wat u voor het onderwijs kunt doen!” Veel duidelijker kon Weyts niet zeggen dat de scholen zeker open moesten blijven. Een week later is de situatie helemaal veranderd en begint de paasvakantie, na veel verwarring, wel degelijk een week vroeger. Wat is er gebeurd?

Op het vervroegde Overlegcomité van vorige week vrijdag stond minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) nog alleen. Hij had de dag voordien in de Kamer aan enkele journalisten laten verstaan dat de scholen best een week voor de paasvakantie dicht gingen, maar tijdens het Overlegcomité kreeg hij zijn zin niet.

De besmettingscijfers en het aantal ziekenhuisopnames waren toen al fors gestegen, met een uitschieter van 5.000 besmettingen op maandag en verschillende dagen na elkaar 200 ziekenhuisopnames. Een maand geleden werd een Overlegcomité zelfs al stilgelegd toen er 208 waren.

 Maar de cijfers gingen wel nog niet exponentieel de hoogte in, ze kropen eerder dag na dag omhoog. De enige beslissing op het Overlegcomité van vorige week vrijdag was het schrappen van het zogenoemde “buitenplan” met  het heropenen van pretparken of evenementen met 50 mensen.

(lees verder onder de foto)

Onderwijsministers met handen in broekzakken

Vooruit-vicepremier Vandenbroucke was kwaad na afloop van dat Overlegcomité van die vrijdag. Hij besloot zijn tussenkomst op de persconferentie met de woorden: “De regeringen zullen de komende dagen zeer krachtig moeten schakelen. Dat is onze vaste overtuiging. En dus, dit is ongetwijfeld niet ons laatste rendez-vous”. Een beleefde manier om te zeggen “dit volstaat niet”. 

Onmiddellijk na afloop van de persconferentie gaf Vandenbroucke geen interviews. Voor een keer had hij geen steun gekregen van premier De Croo. De eerste minister leek de verdere evolutie van de cijfers te willen afwachten. Al zette de eerste minister wel druk op de onderwijsministers. Tijdens de persconferentie vroeg hij hen terug “naar de tekentafel” te gaan en dus straffere maatregelen uit hun mouw te schudden. 

Intussen circuleerde het verhaal uit federale bron dat de onderwijsministers zich gedroegen als mensen die “naar een uitslaande brand stonden te kijken met de handen in de broekzakken”. 

Een federaal dictaat

De onderwijsministers voelden zich geschoffeerd door wat in hun ogen leek op een “federaal dictaat”. Onderwijs was in hun ogen een materie van de deelregeringen en daar had de federale regering zich niet mee te moeien. 

De voorstellen van de onderwijsministers op zondagavond hadden veel weg van gemorrel in de marge, met als uitschieter dat de leerlingen niet meer in de eetzaal mochten eten maar wel in de klas. 

Vlaams minister van Onderwijs Weyts wierp zich tijdens de persconferentie als een zeer assertieve leider op. Voor de N-VA’er kon er geen sprake van zijn om de paasvakantie met een week te vervroegen. Hij parafraseerde ook nog eens de Amerikaanse president Kennedy: “Vraag niet wat het onderwijs kan doen voor u, maar zeg wat u voor het onderwijs kunt doen!” Zijn boodschap aan het federale niveau was: “Bemoei u met uw eigen zaken”.

(lees verder onder de foto)

Geen plaats meer in de ziekenhuizen?

Vooruit-minister van Volksgezondheid Vandenbroucke liet daarna een veelbetekenend zinnetje optekenen: “Als er geen verstrengingen in het onderwijs komen, dan zullen we het elders moeten zoeken.” 

Vorige week dinsdag liepen de coronacijfers hoog op. In de Wetstraat 16 liep het cijfer binnen dat er meer dan 280 ziekenhuisopnames waren genoteerd. Dat was de trigger om woensdag al een Overlegcomité te houden in plaats van vrijdag. Daarbovenop liep het aantal mensen op intensieve zorg fors op naar bijna 600 patiënten. Het is bekend dat als 1.000 mensen op intensieve liggen, de ziekenhuizen niet meer normaal kunnen functioneren, want dan is de helft van de capaciteit daar opgesoupeerd. 

In de Kamer zei premier De Croo daarover dat de ziekenhuizen zo een triagecentrum dreigden te worden: “U kunnen we helpen, maar u niet, want er is geen plaats meer.”

Een bombardement met paniekbommen

Bij de rechtse oppositie noemden ze dat in de Kamer “een bombardement met paniekbommen” om de bevolking murw te krijgen. Het klopt dat de experten, de huisartsenvereniging Domus Medica en de ziekenhuisdirecties de alarmklokken luidden. Doortastende maatregelen zoals het sluiten van niet-essentiële winkels en van contactberoepen zoals kappers werden onomwonden aangeraden. Ook het onderwijs kwam in het vizier. De paasvakantie met een week vervroegen zou tijdens drie weken de schoolse contacten opschorten. Er werd meteen verwezen naar de herfstvakantie die ook verlengd was om de verspreiding van het virus tegen te gaan. 

Reed Bart voor Alexander?

Dinsdagavond kwam de kern van de federale regering bijeen om een gezamenlijke strategie af te spreken. Rond kwart over elf ’s avonds kreeg ik van een topminister deze sms: “Voorstel. Scholen dicht. Winkels op afspraak.” 

Op hetzelfde moment zat de top van de Vlaamse regering bijeen om een strategie af te spreken. N-VA maar ook CD&V gingen onomwonden voor het openhouden van de scholen de week voor de paasvakantie. Open VLD-vicepremier Bart Somers deed dat minder, horen we. Iemand zei me achteraf: “Bart reed voor Alexander”. 

Uiteindelijk was de strategie van de Vlaamse regering dat het kleuter- en lager onderwijs moesten openblijven. Het secundair onderwijs mocht dicht als de examens die daar nog liepen konden doorgaan. Een bron noemde die sluiting een “symbooldiscussie” want in het vrij secundair onderwijs wordt er in de week voor de paasvakantie nauwelijks nog les gegeven. Er zijn alleen nog wat examens. De leraars zijn bezig met het uitrekenen van de punten en de leerlingen mogen zich al of niet nuttig bezighouden.

N-VA kreeg een trofee

Tijdens het Overlegcomité kregen de journalisten vrij snel sms’en dat de contactberoepen zoals kappers er weer moesten mee ophouden en dat de niet-essentiële winkels alleen op afspraak klanten konden ontvangen. De beslissing over het onderwijs bleef uit tot rond 12.30 uur.

De vertegenwoordigers van de Vlaamse regering, minister-president Jan Jambon (N-VA) en CD&V-viceminister-president Crevits, weerden zich als duivels in het figuurlijke wijwatervat, maar ze stonden alleen. Dat bleek duidelijk toen premier De Croo aan alle aanwezigen vroeg wie achter de sluiting van de scholen stond. Uiteindelijk kreeg de Vlaamse regering toch nog een trofee. De minder besmettende kleuters konden wel nog school lopen en de secundaire scholen mochten de resterende examens nog afwerken. 

Op de persconferentie achteraf met ook minister-president Jambon viel geen onvertogen woord.

Liever de IKEA

In het Vlaams Parlement zagen de journalisten een woedende minister Weyts. Ze hadden zelfs de indruk dat de N-VA’er daar met tranen in de ogen stond. Hij, die tot nu toe altijd zelf zijn zaakjes geregeld had met de onderwijssector. Het Overlegcomité mocht dan akte nemen van wat hij had uitgewerkt. Ditmaal werd hij voor een voldongen feit geplaatst. 

Een N-VA-bron had het onomwonden over “een federaal dictaat”. Weyts sneerde dat het niet zijn wereld is waar IKEA’s open mogen, maar scholen dicht. Hij blijft erbij dat de scholen sluiten de allerlaatste coronamaatregel is die mag genomen worden.

Weyts’ omgeving hamert er nog altijd op dat de scholen niet gevaarlijk zijn voor coronabesmettingen. Ze zeggen dat een klas “een gecontroleerde omgeving” is waar de leerlingen niet gemengd worden. Bij kinderopvang of bij buitenschoolse activiteiten gebeurt dat wel. Ze wijzen er ook op dat scholen open houden een sociaal verhaal is. En dat er bij jongeren en kinderen de laatste tijd meer besmettingen zijn vastgesteld komt “omdat er meer getest wordt”. 

Bij de voorstanders van de sluiting noemen ze scholen “een superverspreider”. “Als één leerling corona heeft, dan is meteen heel de klas besmet en waar vind je vijfentwintig mensen binnen zo dicht bijeen als in een klaslokaal?”, hoor je. De twee kampen staan nog altijd met getrokken messen tegenover elkaar.

BEKIJK - "IKEA open, maar scholen dicht, ik snap dat niet": minister Weyts reageerde erg ontgoocheld na het Overlegcomité (lees voort onder de video):

Videospeler inladen...

Jambon voor schut gezet

Door zo scherp uit te halen zet N-VA-onderwijsminister Weyts zijn partijgenoot Vlaams minister-president Jambon voor schut. Tijdens de persconferentie liet Jambon geen kritiek horen in verband met het onderwijs. Het leek dan ook alsof Jambon ingestemd had met de beslissing. 

Zo leek het alsof Weyts aangaf dat hij de enige principiële is en dat de Vlaamse minister-president geen ruggengraat heeft. Pas de dag erna probeerde Weyts in een interview met VRT NWS die negatieve indruk weg te werken door nadrukkelijk Jambon en Crevits te bedanken omdat ze tot het laatste moment de opening van de scholen hadden verdedigd. En dat het de keuze was tussen instemmen of de boel laten ontploffen.

Daarmee ligt het dilemma bloot van N-VA. Ofwel dwarsliggen en het Overlegcomité in chaos laten eindigen of zich gedragen als een beleidspartij. Voor het VN-migratiepact of “Marrakesh” heeft de N-VA al eens gekozen voor de botte bijl. Heel wat N-VA’ers betwijfelen nu of dat de juiste keuze was. Dit keer heeft N-VA het niet durven laten ontploffen. Als ze dat wel hadden gedaan zou dit tot enorme spanningen leiden in de Vlaamse regering want Open VLD en CD&V zitten ook in de federale regering.

Ook met stijgende besmettingscijfers zou de keuze voor de chaos in het gezicht van N-VA kunnen ontploffen. Viroloog Steven Van Gucht wijst erop dat de dagcijfers al op zo’n 6.000 besmettingen zitten en dat zonder maatregelen het aantal patiënten op intensieve zorgen tot 1.000 zal stijgen tegen 12 april. Niets doen zou als onverantwoordelijk overkomen. Wie de stemmen van de rechtervleugel van Open VLD en CD&V wil binnenhalen, moet zich ook verantwoordelijk tonen.

N-VA zit dus in een keurslijf. Via het Overlegcomité moeten de Vlaams-nationalisten zich gedragen als beleidspartij. Op federaal niveau is N-VA een oppositiepartij, maar ze kan niet voluit gaan door die deelname aan het coronabeleid. N-VA kan alleen maar hopen dat met de vaccins er over enkele maanden normale politieke tijden aankomen, waar wel klassieke oppositie mogelijk is. 

Wat drijft Ben?

Vraag blijft waarom Ben Weyts zich zo onverzettelijk blijft gedragen. Het kan gaan om een terechte bekommernis voor het onderwijs. Het kan ook gaan om interne concurrentie met partijgenoot Jambon. Het is bekend dat Ben Weyts ook minister-presidentschapsambities had voor Jan Jambon vanuit het federale niveau naar de Vlaamse regering kwam.

Het is in elk geval een feit dat Weyts’ ambities om het onderwijs open te houden een forse sprong voorwaarts opleverden in de peilingen. Er is bij N-VA zelfs te horen dat Weyts het onderspit heeft moeten delven omdat hij het zo goed doet in de poppoll. 

Triple échec

Weyts is niet de enige die zeer heftig reageerde op het Overlegcomité. Georges-Louis Bouchez van meerderheidspartij MR tweette al tijdens de persconferentie dat er sprake was een “triple échec” (drievoudige mislukking) en dat vooral de werkenden het gelag betaalden. 

Bouchez zette daarmee ook de MR-politici in het Overlegcomité voor schut met op kop de minister-president van de Franse Gemeenschap Pierre-Yves Jeholet (MR). Is het de caractériel Bouchez die toeslaat? Is het van twee walletjes eten met “particip-opposition”? Tegelijk besturen en intussen toch ontevreden zelfstandigen naar de mond praten. Is het een signaal dat hij zijn federale vice-premier Sofie Wilmès te toegeeflijk vindt en dat hij dan maar zelf dwarsligger speelt?

Sommigen zien een gelijkenis met N-VA-voorzitter Bart De Wever die oppositie durfde voeren tegen de regering Michel waar zijn partij wel degelijk ook aan deelnam. Er is wel een verschil. Als De Wever tegengas gaf dan haalde hij heel dikwijls zijn slag thuis en wie dwarslag zoals de toenmalige CD&V-vicepremier Peeters, die had het geweten. 

De dwarsliggerij van Bouchez is veel minder doortastend. Het beperkt zich tot tweets of hier en daar een interview. Bouchez bijt niet. Het gevaar bestaat dat iedereen eens de schouders ophaalt als hij weer wat verklaart. Dan zal iemand dan wel lacherig zeggen “c’est Georges-Louis”. Dat zegden ze na een tijdje ook van “Madame Non” Joëlle Milquet. Toen ging het van “c’est Joëlle”. Wie wil dwarsliggen moet zijn moment kiezen en dan doorbijten!

(lees verder onder de foto)

Eindigen in de grootste verwarring

Om nog eens terug te komen op de sluiting van de scholen. Uiteindelijk gaan ze bijna allemaal dicht, maar dan wel in de grootste verwarring. Eerst stond in de notulen van het Overlegcomité alleen dat de lessen opgeschort werden, al was er wel te horen dat afstandsonderwijs nog mocht. Later op de avond, rond 17 uur, werd dat toegevoegd aan de tekst.

Maar de geest was al uit de fles. Bij het onderwijsoverleg dat minister Weyts in allerijl bijeen had geroepen, bleek al gauw dat afstandsonderwijs geen haalbare kaart was. “Hoe kan je al op twee dagen, tegen maandag, onlinelessen voor het lager onderwijs in een steken?”, ving ik op. Uit de vergadering met het onderwijsveld kwam ook de raadgeving aan de ouders van kleuters om hun kinderen volgende week toch maar beter thuis te laten.

De onderwijstrofee van N-VA met het kleuteronderwijs dat open kon blijven en afstandsonderwijs, glipte als los zand tussen de vingers van de Vlaams-nationalisten. Onderwijsminister Weyts ging daar niet tegenin. 

De socialistische vakbond in het kleuteronderwijs had al meteen een stakingsaanzegging ingediend en het ACV hield die in beraad. Leerkrachten uit het kleuteronderwijs noemden zich al “kanonnenvlees” en “plaatsvervangende kinderopvang”. En de onderwijsmensen blijken ook bang om besmet te worden. Kleuterleidsters wijzen erop dat kleine kinderen graag knuffelen terwijl ze met een snottebel zitten. 

Minister Weyts wilde duidelijk niet ingaan tegen “zijn” leerkrachten die een uitgebreid kiespubliek zijn. Intussen haakte de ene na de andere onderwijskoepel af om nog kleuteronderwijs te geven. Je kunt je afvragen of het niet eenvoudiger was geweest om meteen te zeggen: “alle scholen dicht de week voor de paasvakantie”. Het zou de verwarring in elk geval veel kleiner gemaakt hebben. 

Meest gelezen