Antistoffen kwamen begin dit jaar niet méér voor op school dan elders: "Niet bewezen dat scholen virus meer verspreiden"

12,4 van de leerlingen en 14,8 procent van de leerkrachten had in december-januari antistoffen tegen het coronavirus in het bloed. Dat leert een studie van Sciensano. Dat aandeel is heel vergelijkbaar met de rest van de bevolking. Sciensano zegt daarmee (opnieuw) geen aanwijzingen te hebben gevonden voor de stelling dat scholen het virus meer zouden verspreiden. Verder onderzoek moet wel nog uitwijzen of de Britse variant die situatie veranderd heeft.

Sciensano onderzocht in december en januari in hoeverre leerlingen en leerkrachten in het tweede en derde leerjaar van de lagere school en leerlingen en leerkrachten van het tweede middelbaar antistoffen hebben. Dat deed het gezondheidsinstituut eerder al eens in twee Limburgse gemeenten en nu dus in heel het land. 2.400 stalen zijn daarvoor afgenomen in 44 lagere scholen en 40 middelbare scholen.

Bekijk hier het verslag uit "Het Journaal" (en lees verder onder de video): 

Videospeler inladen...

De studie leert dat 12,4 procent van de leerlingen en 14,8 procent van de leerkrachten in België antistoffen heeft tegen corona. "Dat is heel vergelijkbaar met de rest van de bevolking", zegt Sciensano-onderzoeker Els Duysburgh. Bij bloeddonoren heeft bijvoorbeeld 16 procent antistoffen, zo leren studies daar.

Krijgen we daarmee een antwoord op de vraag of scholen de motor zijn van de pandemie? "Wel, onze studie vindt dus geen aanwijzingen voor de stelling dat scholen plaatsen zijn waar het virus zich meer zou verspreiden dan elders in de gemeenschap." 

Kleine kanttekening wel: dat de studie in december-januari werd uitgevoerd, zorgt er ook wel voor dat er wellicht nog niet veel besmettingen tussen zaten met de Britse variant. "De impact daarvan is dus nog niet bekend."

Verschillen

Er zijn kleine verschillen tussen lagere (11 procent) en middelbare school (13,6 procent), maar volgens Duysburgh zijn die niet statistisch significant. Regionaal zijn er wel vrij grote verschillen: in Brussel heeft 24 procent van de leerlingen antistoffen, tegenover 10 procent van het personeel. In Wallonië gaat het om 15,4 procent bij leerlingen en 17,7 procent bij schoolpersoneel. In Vlaanderen heeft maar 8,7 procent van de leerlingen antistoffen, tegenover 13,2 procent bij het personeel. 

Puur pragmatisch, om de rust te laten terugkeren in het werkveld, denk ik dat het prioritair vaccineren van leerkrachten wel een terechte vraag is

Sciensano-onderzoeker Els Duysburgh

De uitschieter in Brussel zou te verklaren kunnen zijn door die tweede golf, waarin Brussel veel harder werd getroffen dan Vlaanderen. Maar ook daar moet je opletten met statistische conclusies, vindt Duysburgh: "De cijfers in Brussel zijn op vrij lage aantallen gebaseerd, dus die zijn vrij onzeker. De andere cijfers zijn veel accurater."

Prioritair vaccineren?

Moeten de leerkrachten dan nog prioritair gevaccineerd worden, zoals sommigen vroegen? "Op basis van de gegevens: nee", zegt Duysburgh. "Maar puur pragmatisch, om de rust te laten terugkeren in het werkveld, denk ik dat dat wel een terechte vraag is."

Dezelfde groep leerlingen en personeel werd in maart trouwens een tweede keer getest. Een derde testmoment is gepland van half mei tot half juni dit jaar. Wordt dus vervolgd.

Beluister hier het gesprek met Els Duysburgh in "De ochtend" op Radio 1:

Meest gelezen