Leerlingen houtbewerking in het middelbaar (archieffoto).

Exit vrijheid, exit gelijkheid, exit kwaliteit: waarom de nieuwe eindtermen ons onderwijs in gevaar brengen

De nieuwe eindtermen in de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs die het Vlaams Parlement in februari heeft goedgekeurd, brengen de vrijheid, de gelijkheid en de kwaliteit van ons onderwijs in het gedrang. Dat stellen 5 professoren pedagogiek in deze opinie.

Wanneer goed onderwijs in gevaar komt als gevolg van externe factoren, zoals bij een pandemie, kan men er enigszins begrip voor opbrengen. Maar wanneer beleidsmakers de teloorgang van het onderwijs met eigen handen mee vormgeven, dan vinden we dat we als pedagogen aan de alarmbel moeten trekken. We willen het bij deze hebben over de nieuwe eindtermen en de gevolgen van de invoering ervan voor de vrijheid, gelijkheid en kwaliteit van ons onderwijs.

Wat zijn de nieuwe eindtermen? Ontdek het in dit artikel of bekijk het in deze reportage uit "Het Journaal" van 11 februari 2021 (lees eronder voort):

Videospeler inladen...

Size does matter

Eindtermen zijn in Vlaanderen ooit aanvaard in ons onderwijsstelsel als minimumdoelen. Maar ondertussen zijn ze een ingewikkeld amalgaam geworden van honderden pagina’s. Waar de eindtermen vroeger slechts uit één doelzin bestonden, omvatten de nieuwe eindtermen een waslijst die onder categorieën vallen als – hou u vast - sleutelcompetenties, transversale eindtermen, specifieke eindtermen, basisgeletterdheid, cesuurdoelen, uitbreidingsdoelen, ontwikkelingsdoelen, attitudinale doelen, cognitieve dimensies en beheersingsniveaus. En die moeten gerealiseerd worden met inbegrip van bepaalde feitenkennis, conceptuele kennis, procedurele kennis, metacognitieve kennis. 

Zonder te overdrijven: zelfs collega-professoren die al jaren de eindtermen bestuderen, zijn het overzicht kwijt. We kunnen ons amper voorstellen hoe leraren en directies hiermee aan de slag moeten. Bovendien is de uiteindelijke lijst met te realiseren kenniselementen zeer sterk uitgebreid en enorm gedetailleerd geworden. Elke commissie met experts die eindtermen voor een sleutelcompetentie heeft uitgewerkt, is er voluit voor gegaan, maar dat gebeurde binnen een strak keurslijf en de bewaking van de omvang van het geheel lijkt niet gebeurd. En size does matter: hoe meer een overheid de onderwijsdoelen op deze manier naar zich toe trekt, hoe minder vrijheid leraren en directies hebben om een eigen pedagogisch project vorm te geven.

Wat zijn die sleutelcompetentie precies? Bekijk het in dit schematisch overzicht (lees eronder voort):

Out with the old, in with the new?

De uitbreiding van de eindtermen zou men met enige goede wil kunnen lezen als een blijk van vertrouwen in het onderwijs. De maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het onderwijs zijn immers hoger dan ooit. Zo wordt de hoop op scholen gevestigd om zich bezig te houden met het faciliteren van een actieve levensstijl, kinderen leren zich veilig te verplaatsen in het verkeer en hen ondernemingszin bij te brengen. Hoe groter de maatschappelijke verwachtingen van het onderwijs, hoe groter echter het risico dat het onderwijs tekortschiet en hoe minder we onderwijs waarderen als iets wat op zichzelf belangrijk is. Onderwijs dreigt een handig middel te worden voor het oplossen van maatschappelijke problemen, eerder dan een waardevol doel op zich.

Deze dreiging wordt nog versterkt door het impliciete leidmotief in de hervorming van de eindtermen: out with the old, in with the new. Ondanks de behoorlijke uitbreiding van de eindtermen gaan er dan ook nog voortdurend stemmen op dat we essentiële competenties missen om de uitdagingen die de huidige samenleving opwerpt het hoofd te bieden (bijv. omgaan met big data, computationeel denken, enz.). We moeten vermijden dat de eindtermen het resultaat worden van een opbod aan en een cumulatie van een lange reeks verlanglijstjes. Dit is geen nostalgisch pleidooi om de dingen bij het oude te laten, maar een uitnodiging om als samenleving grondig na te denken over wat we willen. En laat ons daarbij vooral niet uit het oog verliezen dat de eindtermen bedoeld zijn om basiskwaliteit te garanderen voor ouders en leerlingen. Het is niet omdat iets niet in de eindtermen is opgenomen, dat de zaak daardoor definitief verloren is.

Het Katholiek Onderwijs is intussen naar het Grondwettelijk Hof gestapt omdat het tegen de nieuwe eindtermen is. In dit gesprek in "Het Journaal" van 11 februari 2021 legt topman Lieven Boeve uit waarom het dat doet:

Videospeler inladen...

Vrijheid

Grondig nadenken over wat we als samenleving willen en ruimte laten voor het pedagogische project van leraren en directies is geen onbelangrijke kwestie: onderwijzen impliceert steeds een bepaalde kijk op welke soort mensen we willen vormen en op de ruimere rol die een school heeft in de maatschappij. De nieuwe eindtermen houden feitelijk in dat het grondwettelijke recht op autonomie (inrichtingsvrijheid) wordt beknot én dat de school herleid wordt tot een instrument van vooraf bepaalde kwalificaties. Hoe waardevol dit doel ook moge zijn, het betekent in de feiten wel dat de vormende betekenis van opvoeden en onderwijzen - het doorgeven van een wereld vanuit een welbepaalde visie op die wereld - in het gedrang komt.

Zo bestaat er, om nu maar één voorbeeld te noemen, een onoverkomelijke spanning tussen de visie van de Steinerpedagogiek op het ontwikkelen van een zin voor het historische, waarbij in elk leerjaar van het secundair onderwijs de hele geschiedenis opnieuw wordt bekeken, en de door de overheid opgelegde fasering van te behandelen tijdvakken, dit in chronologische volgorde. Met de nieuwe eindtermen bepaalt de overheid zo niet alleen "wat" er geleerd moet worden (wat haar recht is), maar ook het "hoe". Exit vrijheid.

Gelijkheid

Men zou nog kunnen denken: we boeten een beetje in aan vrijheid, maar we krijgen meer gelijkheid in de plaats terug. Maar niets is minder waar. De nieuwe eindtermen vormen immers een groot gevaar voor de gelijkheid - of beter - de gelijke onderwijskansen. Dit heeft onder andere te maken met het opzet van de bijgestelde eindtermen: die zijn niet opgesteld als minimale aanbodsdoelen (onderwijsdoelen waarmee alle leerlingen – los van hun schoolkeuze – in aanraking zouden moeten komen), maar als gedifferentieerde beheersingsdoelen. 

Dit wil zeggen dat het gaat om onderwijsdoelen die individuele leerlingen moeten beheersen, maar gedifferentieerd naar verschillen in hun niveaus. Er is hierbij een lage lat ("basisgeletterdheid"), een gewone lat, en een hoge lat ("uitbreidingsdoelen" met hogere moeilijkheidsgraad die door bepaalde leerlingenpopulaties kunnen worden bereikt). Dit komt dus eigenlijk neer op het introduceren van basic, premium en gold abonnement-varianten in het onderwijs. 

Je hoeft geen doorwinterde pedagoog te zijn of een glazen bol te hebben om te voorspellen welke populaties het weldra moeten stellen met de basisoptie (al dan niet met een optionele upgrade als het goed gaat) en welke leerlingen sowieso recht krijgen op premium of gold onderwijs. Onderwijsongelijkheid dreigt hiermee dan ook te worden geïnstitutionaliseerd. Bovendien zijn de nieuwe eindtermen vooral op maat geschreven van ASO-leerlingen, terwijl TSO en BSO-leerlingen grotendeels uit de boot vallen. Nochtans vormen de leerlingen in TSO en BSO een meerderheid van de leerlingenpopulatie en hebben ook zij recht op kwaliteitsvol technisch en beroepsgericht onderwijs. Ongekwalificeerde uitstroom dreigt hiermee nog een groter probleem te worden dan het al het geval is. Exit gelijkheid. 

Wat vinden leerkrachten zelf van de nieuwe eindtermen? Enkelen onder hen vertellen het in deze reportage uit "Het Journaal" van 11 februari 2021 (lees eronder voort):

Videospeler inladen...

Op 20 december 2020 spraken ook een directeur van een TSO-school en een leerkracht van een KSO-school zich over de nieuwe eindtermen uit in "De ochtend" op Radio 1. Dat gesprek kan je hier beluisteren (lees eronder voort):

Kwaliteit

Pro memorie: toen het Vlaams onderwijs nog wereldtop was, en dat is niet zo lang geleden, was er nog geen sprake van eindtermen. We hebben heel goede redenen om aan te nemen dat de correlatie tussen steeds preciezere eindtermen en de dalende kwaliteit niet berust op louter toeval.  Wetenschappelijke studies laten immers heel duidelijk zien dat wanneer onderwijsdoelen meer centraal worden bepaald en leraren minder autonomie hebben, de gemiddelde leerprestaties van de leerlingen achteruitgaan. De poging om dalende onderwijskwaliteit op te krikken via centrale onderwijsdoelen (en bijvoorbeeld niet via professionalisering) is een futiele én contraproductieve poging.

Ten slotte, the proof of the pudding is in the eating. Hoe wordt het waarmaken van de ambitie om de lat hoger te leggen en om "21e eeuwse competenties" binnen te brengen geëvalueerd? De laatste nog door het Departement Onderwijs geplande ronde van periodieke peilingen lijkt alvast slechts te focussen op de competentiegerichte doelzin die bovenaan elke eindterm staat. Heel wat onderliggende kenniselementen komen dus nauwelijks nog aan bod. Hoe matcht dat met de herwaardering van kennis waarop men wil inzetten? Hoe zullen onderwijzers reageren als bepaalde kenniselementen niet (meer) expliciet worden getoetst? Of we het willen of niet, onderzoek toont aan dat leer- en onderwijsprocessen in grote mate worden bepaald door hoe de toetsing gebeurt. 

In de nabije toekomst komen er centrale toetsen, zij het voorlopig enkel voor Nederlands en wiskunde. Die vakken worden vier keer getoetst in de schoolcarrière van elke leerling. Het geheel aan eindtermen én alle onderliggende kenniselementen in de centrale toetsen opnemen is een enorm werk. Maar als het om een selectie gaat, of als enkel de doelzin wordt getoetst, zal het onderwijs zich daar inhoudelijk onvermijdelijk meer op richten in plaats van op de volledige set van eindtermen en onderliggende kenniselementen even gedetailleerd te behandelen en bij te brengen. Wordt daarentegen het geheel wél getoetst, dan zullen er - bovenop alle toetsen, examens en diverse andere beoordelingen die de scholen zelf organiseren om hun eigen project te evalueren - ettelijke testdagen per leerling, per testronde en per vak extra moeten voorzien worden. Summatieve evaluatietijd, die dus niet meer nuttig kan worden ingezet voor het onderwijzen zelf. In elk van beide gevallen: Exit kwaliteit.

Weldra is het laatste woord aan het Grondwettelijk Hof. Een vernietiging van de nieuwe eindtermen, zoals katholieke scholen, maar ook steinerscholen vragen, is het meest wenselijke als we denken aan de vrijheid, gelijkheid en kwaliteit van het onderwijs. En dan terug naar de tekentafel. 

Eind vorig jaar sprak de Raad van State "ernstige twijfels" uit bij de nieuwe eindtermen omdat die te gedetailleerd zouden zijn. Hieronder kan je een bijhorende reportage uit "Het Journaal" van 21 november 2020 bekijken:

Videospeler inladen...

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen