Ook dit jaar geen Hyacintenfestival in Hallerbos: “Willen geen massa mensen in het bos”

Voor het tweede jaar op rij is er geen Hyacintenfestival in het Hallerbos. De boshyacinten lokken elk jaar vele toeristen, maar door corona wil de stad Halle dat niet extra promoten om zo drukte te vermijden. 

Begin april, de eerste boshyacinten komen piepen. Nog een paar weken wachten en ze staan weer allemaal te bloeien en te pronken in het Hallerbos. Dit natuurspektakel lokt elk jaar heel wat toeristen, zowel uit binnen- als buitenland. Maar aangezien het door corona niet de bedoeling is om ergens massaal te gaan samentroepen, wordt er dit jaar geen promotie gemaakt rond de boshyacinten. Er zal dus geen Hyacintenfestival zijn. 

Tijdens het Hyacintenfestival worden normaal gezien pendelbussen ingezet, is er bewegwijzering, staan er extra toiletten en kraampjes en lopen er stewards rond om alles in goede banen te leiden. Maar dat zal dit jaar dus niet het geval zijn. “Het zou natuurlijk kunnen dat mensen massaal de weg naar het Hallerbos vinden, zeker op dagen met mooi weer”, zegt schepen Bram Vandenbroecke (Groen). “Maar wij hopen dat iedereen zijn gezond verstand gebruikt en dat dat niet té massaal zal zijn.”

Extra maatregelen

Er worden daarom door Natuur en Bos, dat beheerder is van het Hallerbos, en de stad Halle extra maatregelen genomen. “Er zullen parkeerverboden zijn op de juiste plaatsen, er zullen geen faciliteiten zijn in het bos, dus geen wc’s, geen kraampjes. Wij proberen de mensen zo te sensibiliseren om niet in grote getale te gaan toestromen naar het bos, zodat het gezien corona te onveilig zou zijn”, aldus de schepen Vandenbroecke. 

“Er zal sowieso wel waakzaamheid zijn over het aantal mensen in het bos, dat is niet alleen zo voor het Hallerbos. Dat wordt gemonitord en als er ingegrepen moet worden, zullen de bevoegde diensten dat doen", gaat de schepen verder. “Wij hopen vooral dat we volgend jaar een driedubbele fantastische editie kunnen aanbieden aan de mensen, maar dit jaar zit het er jammer genoeg niet in.” 

Meest gelezen