Wolven vallen een paard aan in de Beringlandbrug met mammoeten, rendieren en dallsschapen in de achtergrond.
Julius Csotonyi

Verandering in dieet maakte het wolven mogelijk uitstervingsgolf op einde van laatste ijstijd te overleven

Wolven hebben mogelijk de uitstervingsgolf op het einde van de laatste ijstijd, zo'n 11.700 jaar geleden, overleefd door hun dieet in de loop van duizenden jaren aan te passen. In het pleistoceen, de periode die eindigt met het einde van de laatste ijstijd, aten ze voornamelijk paarden, nu vooral rendieren en elanden. Dat blijkt uit een nieuwe studie onder leiding van het Canadian Museum of Nature.   

Grijze wolven (of wolven, Canis lupus) behoren tot de grootste roofdieren die de uitstervingsgolf op het einde van het pleistoceen overleefd hebben en vandaag leven ze nog altijd op de toendra en in de bossen van Yukon, het meest noordwestelijke deel van Canada dat grenst aan Alaska. Kariboes, Amerikaanse rendieren en elanden vomen er hun voornaamste voedsel. 

Een Canadees-Amerikaans onderzoeksteam heeft nu de bewijzen geanalyseerd die bewaard zijn in de tanden en beenderen van de schedels van zowel oude - van 50.000 tot 26.000 jaar geleden - als moderne grijze wolven. 

Al de exemplaren waren afkomstig uit Yukon, een gebied waar ooit het ecosysteem van de mammoeten-steppe voorkwam dat gevonden werd in Beringië of de Beringlandbrug. Dat was een brede landbrug die tijdens de ijstijden, als het zeeniveau veel lager stond, het huidige Alaska verbond met het oosten van Siberië. 

De studie stond onder leiding van paleontoloog doctor Danielle Fraser van het Canadian Museum of Nature en de Carleton University in Ottawa en studente Zoe Landry, de eerste auteur van de nieuwe studie. 

"We kunnen de verandering in het dieet bestuderen door de slijtagepatronen op de tanden en chemische sporen in de beenderen van de wolven te onderzoeken", zei Landry. "Die kunnen ons veel vertellen over hoe het dier zich voedde, en wat het at in de loop van zijn leven, tot een paar weken voor het stierf."

Close-up van een 40.000 jaar oude schedel van een grijze wolf, een van de exemplaren die onderzocht werden in de nieuwe studie.
Danielle Fraser, © Canadian Museum of Nature

Je bent wat je eet

Het team vertrouwde op goed gefundeerde modellen die het eetgedrag van een dier kunnen bepalen door microscopische slijtagepatronen te onderzoeken op de tanden. Krassen tonen aan dat de wolf vlees at, terwijl de aanwezigheid van putjes zou suggereren dat de wolf op beenderen kauwde en knaagde, waarschijnlijk als aaseter. 

De analyse liet zien dat de krassen overheersten op de tanden van zowel de oude als de moderne wolven, wat betekent dat de wolven voornamelijk als roofdier zijn blijven overleven, en op prooien zijn blijven jagen.

En wat aten de grijze wolven dan? Hun moderne dieet, kariboes en elanden, is goed gedocumenteerd. Het dieet van de oude wolven werd vastgesteld door naar de verhouding te kijken tussen koolstof- en stikstofisotopen, atomen van eenzelfde stof met een verschillend aantal neutronen in hun kern. Die isotopen werden uit het collageen - een eiwit in het bindweefsel -  in de beenderen gehaald en de verhoudingen tussen de isotopen kunnen vergeleken worden met vastgelegde indicatoren voor specifieke soorten. 

"Het gezegde 'Je bent wat je eet' komt hier in het spel", zei Landry.

De resultaten toonden aan dat paarden, die uitstierven in Amerika tijdens het pleistoceen, goed waren voor zowat de helft van het dieet van de grijze wolven. Zo'n 15 procent was afkomstig van rendieren en dallsschapen -dunhoornschapen - en verder zat er ook nog wat mammoet tussen. 

Dat was het dieet van de oude wolven in een periode waarin ze samen moesten leven met andere grote roofdieren zoals sabeltandkatten en kortsnuitberen. Het uiteindelijke uitsterven van deze roofdieren kan de wolven een gelegenheid geboden hebben om over te stappen op andere soorten prooidieren. 

Dallsschapen in het Denali National Park and Preserve in Alaska.
National Park Service/Katie Thoresen/Public domain

Bescherming

"Dit is echt een verhaal over overleving en aanpassing uit de ijstijd, en het opbouwen van een soort naar zijn moderne vorm wat de ecologische aanpassingen betreft", zei doctor Grant Zazula, een mede-auteur van de studie en een paleontoloog uit Yukon die een expert is op het gebied van de dieren uit de ijstijd die op de Beringlandbrug leefden. 

De bevindingen uit de studie hebben implicaties voor de bescherming van de wolven. "De grijze wolven hebben getoond dat ze flexibel waren door zich aan te passen aan een veranderend klimaat en een verschuiving in hun leefgebied van een steppe-ecosysteem naar boreale bossen", zei Danielle Fraser. "En hun overleving is nauw verbonden met het overleven van prooisoorten die ze kunnen eten."

De auteurs van de studie suggereren dat het in stand houden van de kariboepopulaties een belangrijke factor zal zijn in het handhaven van een gezonde wolvenpopulatie in het gebied, gezien het feit dat de moderne grijze wolven in grote mate afhankelijk zijn van rendieren. 

De studie van de Amerikaanse en Canadese onderzoekers is gepubliceerd in Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het Canadian Museum of Nature. 

Zoe Landry, de hoofdauteur van de nieuwe studie, met een 40.000 jaar oude wolvenschedel.
Danielle Fraser, © Canadian Museum of Nature
De volledige 'artistieke reconstructie' van bovenaan het artikel: wolven jagen op een paard in de mammoet-steppe van Beringië tijdens het pleistoceen.
Julius Csotonyi

Meest gelezen