Sociale partners op de valreep eens over verdeling welvaartsenveloppe: minimumuitkeringen stijgen met 2 procent 

De sociale partners zijn het eens geworden over hoe de welvaartsenveloppe verdeeld moet worden. Na vastgelopen onderhandelingen kregen ze daar van de regering tot vandaag de tijd voor. Maar wat is er precies beslist? En wat is de welvaartsenveloppe eigenlijk? We zetten een aantal zaken op een rij.

De onderhandelingen over de verdeling van de welvaartsenveloppe slepen al een tijdje aan. In een poging om er vaart in te krijgen had de regering de sociale partners tot vandaag de tijd gegeven om een verdeelsleutel op tafel te leggen. En die is er nu, net op de valreep. Grofweg genomen betekent het dat gepensioneerden, zieken en werklozen die moeten rondkomen met een minimumuitkering er vanaf 1 juli minstens twee procent bijkrijgen. Dit zijn de stijgingen in detail, voor de laagste uitkeringen:

  • pensioenen met 2 procent
  • ziekte-en invaliditeitsuitkeringen met 2 procent (gezinshoofden die regelmatig hebben gewerkt met 2,5 procent)
  • volledige werklozen: samenwoners met 2 procent, alleenstaanden met 2,4 procent en gezinshoofden met 3,5 procent
  • tijdelijke werklozen met 3,5 procent
  • uitkeringen door arbeidsongevallen en beroepsziekten met 2 procent

Ook de leeflonen en andere bijstandsuitkeringen stijgen met 2 procent. Zowat alle verhogingen gaan in vanaf 1 juli.

Bekijk het verslag uit "Het journaal" hier en lees voort onder de video:

Videospeler inladen...

Wat is de welvaartsenveloppe?

De welvaartsenveloppe is eenvoudig gezegd een grote pot geld - op kruissnelheid goed voor meer dan 700 miljoen euro - die de regering vrijmaakt om de pensioenen en uitkeringen op te trekken, vooral - maar niet uitsluitend - de laagste. Denk daarbij aan bijvoorbeeld minimale ziekteuitkeringen of werkloosheidsuitkeringen. De enveloppe is dus in eerste instantie bedoeld als extraatje voor wie moet rondkomen met een minimumuitkering. Ruw geschat spreken we  dan al snel over meer dan 1 miljoen mensen. 

Het zijn de sociale partners - het overleg van vakbonden en werkgevers - die de welvaartsenveloppe om de twee jaar mogen verdelen. Gepensioneerden en uitkeringstrekkers krijgen er dus een extraatje mee (bovenop de index), zodat ze net als loontrekkenden een graantje kunnen meepikken van de toegenomen welvaart. 

Naast de minimumuitkeringen zit er ook een stijging in voor de hoogste uitkeringen (zoals voor werklozen, en uitkeringen door ziekte en invaliditeit). Die stijging bedraagt in de regel 1,1 procent. Buiten de hoogste pensioenen, die stijgen met 2 procent. Ook voor het vakantiegeld van gepensioneerden is er een stijging voorzien van 6,5 procent op twee jaar. Ook invaliden (langdurige zieken) krijgen op 1 of 2 jaar 40 tot 80 euro extra vakantiegeld (afhankelijk van de gezinslast). De uitkering voor alleenstaande ouders die voor een zwaar ziek kind zorgen stijgt met 2,4 procent.

Buiten de welvaartsenveloppe om had de regering al eerder beslist om een aantal minimumuitkeringen tegen 2024 fors te verhogen. Zo moeten tegen dan de minimumpensioen en leeflonen opgetrokken zijn met 11 procent. De minimumuitkeringen van volledig werklozen zouden tegen dan 4 procent hoger moeten zijn. De vandaag afgeklopte stijgingen komen hier dus bovenop. 

Koppeling loonakkoord

De verdeling van de welvaartsenveloppe is - op aangeven van de werkgevers - traditioneel gezien gekoppeld aan de loononderhandelingen. Dat tot groot ongenoegen van de vakbonden, want zolang er geen akkoord is over de verdeling van de welvaartsenveloppe, is er dus ook geen extraatje voor onder andere de gepensioneerden en uitkeringstrekkers. De regering trok daarom de loononderhandelingen en de onderhandeling over de welvaartsenveloppe uit elkaar. 

Mochten de sociale partners vandaag geen akkoord over de welvaartsenveloppe zijn overeengekomen, zou een verdelingsvoorstel van de regering worden uitgevoerd. Dat lag niet ver af van wat nu beslist is (aangezien het gebaseerd was op wat de sociale partners al informeel waren overeengekomen en op het akkoord van twee jaar geleden).

De deadline voor de loonsonderhandelingen staat op 1 mei. De regering had al beslist dat de maximale loonopslag moet beperkt worden tot 0,4 procent. Ook die onderhandelingen beloven nog erg moeilijk te worden. Als er geen akkoord uit de bus komt, zal de regering zelf de maximale stijging van 0,4 procent opleggen. De vakbonden hebben zich tegen die maximale stijging al eerder verzet, en er ook al actie tegen gevoerd. Of het - in het geval er geen loonakkoord is op 1 mei - opnieuw tot vakbondsacties komt, is afwachten. 

Minister Dermagne: "Sterk signaal"

De federaal minister van Werk, Pierre-Yves Dermagne (PS), reageert tevreden op het akoord over de welvaartsenveloppe. "Het is een sterk signaal", laat hij optekenen in een persbericht. 

"De verdeling van de welvaartsenveloppe is een belangrijk instrument in de strijd tegen armoede en voor de ambitie van de regering om de sociale uitkeringen op te trekken tot de armoedegrens en de minimumpensioenen tot 1.500 euro (...) Deze stap is van groot belang voor verder sociaal overleg, met name over de lonen", aldus de minister. 

Meest gelezen